Buiten de bladzijde

Het aardige van Letterenland is dat het zo duister is.

Achter allerlei sleutelevenementen, zoals het prijzencircus en het boekenbal, zijn ondoorgrondelijke mechanismen werkzaam, die zelfs voor ingewijden naar magie en hekserij neigen.

Zo ben ik pas dit jaar te weten gekomen hoe het werkt met de kaartjes voor het boekenbal. Nou ja, te weten gekomen: een klein deel van de oplossing van het raadsel is mij geopenbaard. Elke uitgever levert een lijst met uit te nodigen schrijvers in bij organisator CPNB. Uit die uitverkorenen kiest die organisatie dan weer de schrijvers die een uitnodiging krijgen. Rond degenen die uiteindelijk een kaartje in handen hebben ontstaat een woelige zwarte markt, vol smeuïge transacties en carnavaleske identiteitszwendel.

Dit jaar gaat diezelfde CPNB een soortgelijk systeem invoeren bij dat andere sleutelevenement: Manuscripta. Verstandig genoeg kruipt die huishoudbeurs voor boekenliefhebbers dit jaar onder de vleugels van de Amsterdamse Uitmarkt. Een logische stap: je trekt meer publiek door je te mengen onder het andere cultuuraanbod.

Prima dus. En tot mijn schik lees ik nu op de weblog van Podium-uitgever Joost Nijsen hoe ook hier weer een van die duistere procedures werkzaam is die de literaire wereld altijd zo sterk doen lijken op de Italiaanse politiek.

Als ik het goed begrijp verloopt de toekenning van plaatsen voor auteurs op de Manuscripta-podia op dezelfde manier als die boekenbalkaartjes. De uitgevers maken een lijst (van ‘twee auteurs per imprint’), waaruit het CPNB dan vervolgens de gelukkigen kiest. Nou ja, gelukkigen… de uitgever mag wel zelf een rekening van € 450,- per auteur aftikken. Waarvoor die auteur dan wel mag meedraaien in wat de organisatie een _‘De wereld draait door-_achtige formule’ noemt.

Dat roept de vraag op of het dat allemaal wel waard is. Ik herinner me zelf drie optredens op Manuscripta-oude-stijl. Eén keer droeg ik uit nieuw werk voor op een bolderkar die over het terrein rondreed. Eén keer had ik een interviewtje in een lawaaierig hoekje. De laatste keer werd ik voor dertig man publiek geïnterviewd samen met Joost de Vries. Twee nieuwe Mulischen voor de prijs van één. Maar of wij daar nu een boterham meer door hebben gegeten, betwijfel ik. Laat staan dat het € 450,- de man aan extra winst zou hebben gegenereerd. Dus ja, moet je je auteurs voor dat geld op de bolderkarren van de Uitmarkt laten rondrijden?

Ik heb vorige week aan een strand twee boeken van Howard Jacobson gelezen. In zijn meest recente, Het uur van de dieren, figureert een ‘reus van een Nederlander die elegant dunne novelles schreef waar hij de Nobelprijs mee had gewonnen, en die naar men zei verbolgen was omdat hij er niet nog een had gewonnen’. Tijdens een literair festival in Australië (uiteraard volgens een _DWDD-_achtige formule ingericht) besluit hij om niets te zeggen, alleen maar zwijgend tegenover het publiek te zitten.

De verteller van het boek interpreteert het als een protest tegen de festivalcultuur rond boeken. ‘Kijk eens wat een artiesten we zijn, buiten de bladzijde. Maar er was niets buiten de bladzijde. Buiten de bladzijde ging ons werk onze lezers niets aan. (…) De simpele logica vereiste dat we ons deze vraag stelden: als wij voor cabaretier wilden spelen, waarom noemden we onszelf dan niet gewoon cabaretier en lieten we die rudimentaire boekenschrijverij niet vallen? Het was toch al met ons gedaan. De cabaretiers hadden gewonnen.’

Zo lijkt het ook met die DWDD-achtige formule van Manuscripta te gaan. De eerste namen van optredende auteurs zijn bekend: Níco Dijkshoorn, Jóóst Zwagerman, Hérman Brusselmans… Dit líjkt niet De w __ereld draait door_ ,_ nee, dit ís De wereld draait doorrr.

Ik zou het wel mooi vinden als er daadwerkelijk iemand zal besluiten om daar alleen maar te zwijgen, zoals Jacobsons fictieve ‘reus van een Nederlander’, die z’n mond houdt te midden van auteurs die allemaal ‘praatten alsof er net een spreekverbod was opgeheven’.

Geweldig gezegd: alsof er net een spreekverbod was opgeheven. Zo praat je inderdaad tijdens interviews. Ik doe het zelf ook, met een soort panische onderstroom. Er komt een vraag, de interviewer veert z’n wenkbrauwen op, en een interne regisseur roept: babbelen, doorgaan, praten! En daarvoor betalen uitgevers straks de prijs van een iPad per auteur.

Ik herinner me een oude aflevering van het treinmagazine Rails dat Harry Mulisch interviewde. Halverwege brak hij het interview af. Duizend euro vroeg hij, als ze hem nog een uur langer wilden. We zijn eraan gewend geraakt dat je zo’n performance buiten de bladzijde op z’n minst gratis doet.

Laatst kreeg ik voor een radio-interview ineens betááld. Stomverbaasd was ik. Las ik het soms verkeerd, en moest ik dat bedrag zelf voldoen? Nee, het was echt waar, ook al leek het op magie en hekserij.