Buiten de doos

Als de door het kabinet ingestelde bezuinigingswerkgroepen in staat zijn out of the box te denken, komen er misschien eens creatieve plannen om de financiële problemen aan te pakken.

DE UITDRUKKING is niet nieuw, maar nu het kabinet zo’n twintig ambtelijke commissies bij het oplossen van de financiële problemen ertoe heeft uitgedaagd, hoor ik het ineens overal: out of the box denken.
De Nederlandse werknemer bij een Amerikaans bedrijf in wasmiddelen zei zaterdagavond op een feestje dat hij ermee werd doodgegooid. In de weekendkrant van NRC Handelsblad werd oud-FNV-voorzitter Lodewijk de Waal aangehaald die denkt dat alleen met out of the box denken de SER nog een uitweg kan vinden uit de impasse rond de verhoging van de AOW-leeftijd. En een dag later vertelde de Amerikaanse hoogleraar Marc D. Hauser tijdens de Tinbergenlezing hoe belangrijk out of the box denken is bij het onderzoek naar de ontwikkeling van ons moreel instinct; biologen, neurologen, psychologen, wetenschappers uit tal van disciplines moeten daarvoor buiten hun eigen doos leren denken en kennis van elkaars disciplines leren integreren.
Nu gaan groepen ambtenaren er dus mee aan de slag. Ze moeten hun denkpatronen leren doorbreken. Om de creativiteit te bevorderen is elke werkgroep verplicht één plan aan te dragen dat zorgt voor een besparing van twintig procent. Niemand mag over het idee van een ander een veto uitspreken.
Is de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek een creatieve gedachte? Nee. Het was alleen een gedachte waar bij het CDA een taboe op rustte. Dat veto moet dus van tafel.
Zo is ook al eerder geopperd om de sterk stijgende AWBZ-uitgaven te compenseren door bewoners van verpleeghuizen bij te laten dragen aan hun eigen woonkosten, bijvoorbeeld via een vermogenstoets. De gedachte erachter is dat die bewoners, veelal ouderen, tot de opname in het verpleeghuis ook hun eigen woonkosten betaalden. Creatief is ook dit idee dus niet, maar niet elke politieke partij is ervoor geporteerd. Het zal ook in de samenleving wennen zijn. Misschien vooral voor mensen die hun erfenis zien slinken als vader of moeder naar het verpleeghuis moet. Toch zal het voorstel nu weer op tafel komen. Bij voorbaat vetoën mag niet.
Dat laatste is soms moeilijk. Ga voor uzelf maar na. Stel dat in een werkgroep iemand oppert de kinderbijslag helemaal af te schaffen! Menigeen zal onmiddellijk roepen dat dat niet kan. Want hoe zit dat dan met de lagere inkomensgroepen, wordt voor hen het krijgen van kinderen dan niet onbetaalbaar gemaakt? Mogelijk vindt u het bovendien ook onverstandig, omdat de Nederlandse bevolking toch al gaat krimpen in de nabije toekomst.
Maar via die tegenargumenten komt de werkgroep misschien wel uit bij de idee dat de beter verdienende Nederlander geen kinderbijslag nodig heeft. Dat idee is overigens ook niet nieuw. GroenLinks bijvoorbeeld stelt in de vorige week gepresenteerde tegenbegroting voor geen kinderbijslag meer te betalen als het jaarinkomen in een gezin hoger is dan honderdduizend euro. Mogelijk leidt de discussie over de kinderbijslag er ook toe, out of the box denken is immers het devies, dat een krimpende bevolking niet langer bij voorbaat als een bedreiging wordt gezien. En dat misschien wel tot de idee dat ook met een krimpende economie te leven valt. Op zich ook allemaal niet nieuw, maar voor velen nog wel letterlijk ondenkbaar.
Als na het werk van de ambtenaren uiteindelijk de knopen moeten worden doorgehakt, zullen de politieke meningsverschillen gaan opspelen, binnen het kabinet, ten opzichte van de oppositie en tussen de oppositiepartijen onderling. Want het gaat om principiële keuzes: vraag je meer of minder eigen verantwoordelijkheid van de burger, hecht je meer of minder belang aan klimaatmaatregelen, wil je meer of juist minder lasten voor de burger, wil je dat rijkeren solidair zijn met de armeren, de ouderen met de jongeren of de jongeren juist met de ouderen?
Neem zoiets ogenschijnlijk eenvoudigs als de mantelzorg. In haar tegenbegroting wil de VVD elke toelage voor het verzorgen van naasten afschaffen, dat doen mensen volgens de liberalen tenslotte op basis van vrijwilligheid. GroenLinks wil daar juist meer geld voor uittrekken, opdat mensen er ook daadwerkelijk voor kunnen kiezen voor hun naasten te zorgen en daar vanwege werkverplichtingen niet van af hoeven te zien. Het is een totaal verschillende uitkomst, terwijl toch beide partijen sterk voor eigen verantwoordelijkheid zijn.
De voorstellen die er inmiddels dankzij de tegenbegrotingen liggen zijn divers: meer mecenassen in de kunstwereld, het budget voor ontwikkelingsamenwerking halveren, ziekenhuispatiënten zelf laten betalen voor hun eten, van drie naar twee publieke omroepkanalen.
Maar wat zou nu echt creatief zijn? Zouden de ambtenaren met iets weten te komen wat als een duveltje uit de doos komt en niet al ergens staat in die stapel onderzoeksrapporten die D66-leider Alexander Pechtold vorige week liet zien om zijn bewering kracht bij te zetten dat er niet meer op voorstellen gestudeerd hoeft te worden? Of zal het verrassende toch vooral de omvang en de samenhang zijn, zoals minister-president Balkenende daar tegenin bracht.
Een out of the box-gedachte stond onlangs in Het Financieele Dagblad – overigens niet een idee voor een besparing, maar een idee om voor die besparing een Kamermeerderheid te krijgen. Hoogleraar en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Henriëtte Prast opperde om iedereen die na 1950 is geboren bij de komende verkiezingen een stem te geven die anderhalf keer zo zwaar telt als die van de ouderen. Politieke partijen moesten hun programma’s daar dan vooraf op aanpassen.
Prast deed dit voorstel om ‘de terreur’ van de ouderen te breken. Die houden volgens haar de hervormingen tegen. Ze beticht ze er daarmee van alleen aan hun eigenbelang te denken. Ik (na 1950) dacht: ben je nou helemaal out of your mind? Ook al mag dat de komende tijd niet.