Buiten spelen

DE TWEE MEISJES vormen een gemakkelijke prooi. Ze zijn een jaar of veertien, torsen elk een zwartlederen rugzak, roken hun Marlborootje met het hoofd in de nek en genieten giechelend van hun vrijheid. Gearmd verlaten ze platenzaak Fame en dribbelen ze richting Dam - recht in de val. Ze schrikken zich rot. ‘Godver, controleren jullie nu ook al in burger?’ zegt de blonde met het steile haar. ‘Ik laat me niet fouilleren, klojo’, bijt haar vriendin van zich af.

Of ze spijbelen, was de vraag. Als ze door hebben dat het geen ‘stille’ is die ze staande heeft gehouden maar een nieuwsgierige journalist, klaren hun opgetutte gezichtjes op. 'Een uitgelopen tussenuurtje’, zegt het blonde meisje. 'Dat is toch geen spijbelen?’ Ze wisten van de antispijbelactie van de Amsterdamse politie, maar ze dachten dat ze niet opvielen. 'Hoe kun je nou zien dat we scholieren zijn? Er lopen hier honderden jonge toeristen met rugzakken.’
Het is half elf ’s ochtends op een normale schooldag en de meiden zijn in overtreding. Ook al liegen ze een paar jaartjes bij hun leeftijd - ze kijken erg stoer als ze zeggen dat ze zestien jaar oud zijn - dan nog horen ze op school te zitten. Volgens de leerplichtwet is iedereen van zijn vijfde tot en met zijn zestiende jaar volledig leerplichtig. Dat betekent doordeweeks een verplicht verblijf in de schoolbanken. Maar dat interesseert deze meiden geen zier. Op hun school in Amsterdam-Noord (ze doen allebei mavo) heerst een strak regime. Dat zijn ze zo vlak na de vakantie wel weer zat. 'Dus springen we vandaag even uit de band. En niemand kan ons tegenhouden.’ Hun namen willen ze niet in de krant, want het is niet de bedoeling dat hun ouders te weten komen dat ze spijbelen. Van hen hebben ze meer te duchten dan van 'die ouwe zakken in de schoolleiding’.
VORIGE WEEK rondde de Amsterdamse politie een grootscheepse antispijbelactie af, compleet met een 'spijbelbus’ vol afschrikwekkend voorlichtingsmateriaal. De eerste weken van het schooljaar doorkruisten vijftien dienders de binnenstad in onopvallende busjes op zoek naar loslopende scholieren. Zeshonderd jongeren werden door agenten aangesproken. De helft bleek afkomstig uit gebieden in Nederland waar de schoolvakantie nog niet ten einde was. Slechts van dertig middelbare scholieren kon worden aangetoond dat ze de leerplicht ontdoken. Na het opmaken van een proces-verbaal werden ze door agenten bij hun school afgeleverd.
Niet bepaald een hoge score, maar politiewoordvoerder Wilting zit daar niet mee. 'Hoe minder spijbelaars we aantreffen, hoe beter. Veel jongeren die door de stad zwerven halen rottigheid uit: baldadigheid, winkeldiefstal. Ze kunnen beter in de schoolbanken blijven, bovendien zijn ze dat wettelijk verplicht. Ook als ze een tussenuur hebben, is het niet de bedoeling dat ze het schoolterrein verlaten.’
Justitie heeft een boete van honderdvijftig gulden per verzuimde schooldag ingesteld voor de ouders van de spijbelaars. Volgens officier van justitie J.H. Tonino zouden ouders gewaarschuwd moeten zijn, want de harde aanpak is van tevoren aangekondigd. Tonino: 'We vervolgen in principe de ouders, want die zijn vaak deel van het probleem. Desnoods roepen we er de Raad voor de Kinderbescherming bij.’
Ook de kinderen zelf kunnen worden vervolgd als blijkt dat de ouders totaal geen grip meer op ze hebben. Dat is een uitvloeisel van de aanscherping van de leerplichtwet in 1993, aangezwengeld door de bezorgde PvdA-huisvader Jacques Wallage, toen nog staatssecretaris. Hoewel dit aspect van de leerplichtwet nog maar zelden in praktijk is gebracht, meldt Tonino dat hij er niet voor terugschrikt jonge spijbelaars te vervolgen. Tonino: 'Spijbelaars zorgen regelmatig voor overlast op straat, misschien kunnen we dat zo tegengaan.’
SPIJBELEN IS een probleem, zeggen hulpverleners en deskundigen. Maar omdat de leerlingenregistratie over het algemeen een zooitje is, weet niemand precies om hoeveel gevallen gaat. Uitgaande van steekproeven zou landelijk zo'n twaalf procent van de leerplichtige jongeren regelmatig en drie procent hardnekkig spijbelen. Vast staat dat jaarlijks tussen de 23.000 en 30.000 scholieren de middelbare school verlaten zonder diploma op zak. Hun kansen op de arbeidsmarkt zijn nihil. Sommigen verdwijnen 'op straat’, synoniem voor het criminele circuit. Maar ook de aantallen uitgerangeerde scholieren die de onderwereld in duiken kunnen niet in betrouwbare cijfers worden gevat.
Op een willekeurige schooldag in maart vorig jaar kwam negen procent van de Amsterdamse leerlingen tussen de tien en vijftien jaar niet op school opdagen, zo bleek uit een onderzoek in opdracht van de gemeente. Dit cijfer wordt door politie en justitie aangevoerd om het harde antispijbelbeleid te rechtvaardigen. Maar van die negen procent bleek een derde een geldige reden voor afwezigheid te hebben. Slechts vier procent, zo'n dertienhonderd leerlingen, wordt gerekend tot de categorie 'hardnekkige spijbelaars’.
De recente politieactie is onderdeel van verhardend beleid. Vorig jaar al gingen in Amsterdam-West en -Noord agenten en leerplichtambtenaren op jacht naar spijbelaars, nadat boterzacht onderzoek had uitgewezen dat een kwart van de middelbare scholieren in Amsterdam wel eens spijbelde. Dat is meer dan twee keer zoveel als het Nederlandse gemiddelde. De politie deed 'schokkende ontdekkingen’. Moeders bleken kinderen ziek te melden om ze overdag boodschappen te laten doen, een huis-aan-huiskrant te laten rondbrengen of ze als tolk in te zetten bij een bezoek aan de huisarts. Nog erger: al om elf uur ’s ochtends werden leerplichtige jongeren achter gokkasten vandaan geplukt. Een van de gokkertjes stal onder schooltijd als de raven om aan voldoende speelgeld te komen. Een ander beroofde kinderen met het mes op de keel.
En het ergst van al: de politie onderschepte leerlingen uit Hoorn en Hilversum die hun spijbeldagje in Amsterdam wilden doorbrengen. Amsterdam bleek spijbelhoofdstad: verzamelpunt van verzuimende scholieren die bezig waren het verkeerde pad te bewandelen.
Over vredig uitslapende scholieren, die zonder welk misdadig oogmerk dan ook zich voor één dag niet wilden laten regeren door verstofte docenten, geen woord. Spijbelen is een schande, je wordt er maar crimineel van.
OM DE HOOFDSTAD te bevrijden van deze schandvlek, stelde Van der Aa, de wethouder voor het Onderwijs, zich ten doel dat zich deze maand geen enkele spijbelaar meer op straat bevindt. Van der Aa heeft een convenant gesloten met alle Amsterdamse scholen voor het voortgezet onderwijs. Tegen scholen die hun lastpakken zonder omhaal de straat op blijven sturen, worden financiële maatregelen genomen. De scholen mogen geen leerlingen meer uitschrijven voordat voor hen een nieuwe school is gevonden. Leerlingen die wegens langdurig verzuim worden geschorst (het mooiste dat een overtuigd spijbelaar vroeger kon overkomen) moeten een alternatief onderwijsprogramma volgen. Voor scholieren die echt niet meer te handhaven zijn - degenen die grof geweld hebben gebruikt tegen medescholieren of docenten - worden drie opvangplaatsen ingericht, met hulpverleners en al. De scholen zijn bovendien verplicht hun absenten te melden bij een centraal 'waterdicht’ registratiepunt. Daarvandaan worden de ouders van spijbelaars onmiddellijk ingelicht en leerplichtambtenaren ingeschakeld.
SCHOLIEREN zijn al die negatieve aandacht inmiddels spuugzat. Vooral de politieactie zit ze hoog. Zoë (15) zit op het Barlaeus Gymnasium, vlakbij het Leidseplein. Ze heeft zo langzamerhand het gevoel dat elke agent het op haar heeft voorzien als ze tijdens een vrij uurtje door de stad loopt. En straks schrapt de schoolleiding de Romeinse filosoof Seneca nog van het progamma Latijn, wiens uitspraak 'non scolae, sed vitae discimus’ ('niet van school leren wij, maar van het leven’) de leerlingen zou kunnen aanzetten tot subversief gedrag.
Zoë: 'Kennelijk worden we beschouwd als criminelen. Straks gaan ze nog kleuters oppakken. Volgens mij werkt die politieactie niet. Als je het spijbelen wilt aanpakken, moet je dat vanuit de school doen. Daar ontstaat het probleem, niet op straat.’ Zelf blijft ze ook wel eens een uurtje weg, meestal wanneer ze tot na drieën les heeft. Aan het eind van zo'n dag is ze soms zo moe dat ze niets meer kan opnemen. En dan kun je net zo goed thuis gaan theedrinken. Daar is niets crimineels aan.
Ook de woordvoerster van wethouder Van der Aa heeft zo haar twijfels over de politieactie: 'Wij vinden dat de problemen vanuit de scholen zouden moeten worden opgelost. De inzet van politie is niet meer dan symptoombestrijding. Daar zijn we niet tegen, maar het moge duidelijk zijn dat wíj niet degenen zijn die de politieactie laten uitvoeren.’
Willem Dooper, leerplichtambtenaar in stadsdeel De Pijp, weet uit eigen ervaring dat politie-inzet geen zin heeft. Toen hij vorig jaar met agenten op pad ging had hij een buit van niks. Twintig verdachten waarvan er maar drie echt bleken te spijbelen. Dooper: 'Het heeft ook iets razzia-achtigs. Volgens mij moet je spijbelen gewoon aanpakken op de ouderwetse manier. Via de opvoeding, thuis en op school.’
Om zich ervan te vergewissen dat elke leerplichtige scholier dagelijks in de schoolbanken plaatsneemt, is een vorm van controle nodig die grenst aan het totalitaire. Nu al worden proeven genomen met een chipcard die leerlingen bij het binnengaan van de school langs een infraroodlezer moeten halen om hun aanwezigheid te registreren; zonder die kaart zijn ze, letterlijk en figuurlijk, nergens. En als de trend doorzet om scholieren bloot te stellen aan politiecontroles en de ouders van spijbelaars te veroordelen tot hoge boetes, wordt een generatie gekweekt voor wie starre plichtsbetrachting een vorm van lijfsbehoud wordt. Je zou denken dat de huidige generatie 'machthebbers’, die in hun jonge jaren de democratie een dienst bewees door elke denkbare vorm van gezag te tarten, daar geen been in ziet. Maar kennelijk weegt het oppoetsen van het hoofdstedelijke imago zwaarder dan de herinnering aan een lang vervlogen vrijheidsstrijd.
In een koffieshop in de buurt van het Montessori Lyceum zitten vijftien leerlingen van die school - precies één procent van het totale aantal van 1500 - op hun dooie akkertje hun 'keuzewerktijd’ te verzuimen. Hier levert een uiteenzetting over onrechtmatig schoolverzuim als ultieme daad van verzet slechts glazige blikken op. Jet (16), Welmoed (16) en Nadia (18) vinden dat maar onzin.
Nadia: 'Het heeft geen zin om spijbelen zo te zien. Mijn moeder rapt gezellig mee met de Wu Tang Clan. Je kunt je tegen niemand meer afzetten. En als je bedenkt waar de mensen terecht komen die hun school niet hebben afgemaakt, zorg je er wel voor het slim te spelen. Ik zit hier nu volkomen relaxed de les te missen, maar ik pak zo nog wèl even een uurtje Engels mee.’
Het Montessori-onderwijs kent een losser regime dan de meeste reguliere scholen. Welmoed: 'Hier heb je zoveel vrijheid dat de behoefte om weg te blijven veel kleiner is. Je hoeft hier het gezag niet te tarten, want de leraren gedragen zich niet als klootzakken.’ Jet: 'Onze echte spijbelaars, die dagenlang wegblijven, hebben vaak problemen thuis. Ik bedoel het niet lullig, maar ze zijn vaak irritant tijdens de les. Ik vind het prima als ze niet komen, zeker nu de klassen zo bomvol zijn.’
EIGENLIJK IS SPIJBELEN een veel te brede term die schoolverzuim met heel verschillende oorzaken onterecht over één kam scheert. Calculerende spijbelaars, zoals de leerlingen van het Montessori Lyceum, weten precies waar ze mee bezig zijn. Ze komen doorgaans uit de hogere milieus en zijn opgegroeid in gezinnen die nog aardig intact zijn. Maar schoolverzuim kan ook een teken zijn dat een kind worstelt met problemen die het niet meer aankan.
De kinderen die bij het Pedagogisch Psychologisch Instituut (PPI) worden ondergebracht, komen meestal uit kansarme milieus en behoren tot de categorie 'voortijdige schoolverlaters’. Het PPI probeert ze met alternatief onderwijs terug te loodsen naar school of klaar te stomen voor een baan. Dat lukt in zo'n tachtig procent van de gevallen.
Hans Kruijssen, regiomanager van het PPI: 'Ook de jongeren die wíj opvangen willen graag deugen en een diploma halen. Als ze hier komen weten ze dat het hun laatste kans is. Ze hebben thuis alle ellende meegemaakt die je kunt bedenken. Incest, verslaafde ouders, mishandeling. Geen school wil ze meer hebben. Het heeft echt geen zin hun ouders een hoge boete te geven. De meesten hebben het geld niet eens.’
Angela (16) en Cindy (15) vermaken zich prima bij het PPI. De regels zijn er minder streng dan op een gewone school en ze krijgen veel meer aandacht. Angela: 'Ik ga niet weer van dit paradijsje terug naar de hel om vervolgens nog dieper te zakken.’
Voor ze bij het PPI kwam, deed ze een mavo/havo-opleiding. 'Ik kan goed leren’, zegt ze trots, 'maar de docenten hadden de pik op me, en mijn gymleraar kon niet van me afblijven. Dus bleef ik maar weg.’ Rondhangen op straat deed ze niet, want thuis was genoeg te doen. Ze heeft geen vader meer en moeder en zus werken hele dagen, dus wordt ze geacht het huishouden te runnen. Toen Angela op school een Marokkaans meisje door een ruit heen mepte omdat die haar overleden vader bespotte, kwam ze bij het PPI terecht. Angela: 'Ik zit hier nu twee dagen per week omdat ik niet wil dat mijn moeder een gigantische boete krijgt, maar ik ga zo gauw mogelijk werken. School is niets voor mij.’
De belangrijkste reden voor Cindy om maar niet meer naar school te gaan was heel simpel: geen zin. Cindy: 'Het is veel leuker om blowtjes te roken in een koffieshop. Een diploma halen kan altijd nog, ik ben nog jong. Als ze me gewoon mijn gang laten gaan, komt het wel goed. Misschien blow ik wat te veel, maar ik ben niet aan de harddrugs. Ik hou het hier soms een hele lesdag vol. Dus over een poosje vind ik school vast wel weer leuk.’ Haar familieleden denken daar anders over. Cindy werd na een jaar van de mavo getrapt en na vier maanden van het vbo. Ook bij het PPI spijbelt ze veel, dus wat haar familie betreft gaat ze binnenkort naar een internaat.
Ook de opvanggroep Zaanstad biedt hardnekkige spijbelaars een laatste kans. Rashida (13) spijbelde zich al een ongeluk op de basisschool. Haar vader sloeg haar op gezette tijden in elkaar. Rashida: 'Je gaat niet naar school met een gebroken kaak en een blauw oog. Ik wilde liever niet uitleggen waarom ik zoveel blauwe plekken had.’
Johan (14) heeft een beetje een vreemde vader. Dat mag best in de krant, zegt hij. Hij spijbelde niet voor de lol, maar omdat hij op school werd gepest en bedreigd. Zijn vader hield regelmatig de deur voor hem op slot, dus sliep hij vaak op straat. Op school had niemand aandacht voor zijn problemen thuis en omdat hij zoveel spijbelde, wilden ze van hem af. Ook andere scholen willen hem nu niet meer hebben. Johan: 'Ze komen met stomme smoezen. Ze bedoelen natuurlijk dat ik een hopeloos geval ben. Als dat zo doorgaat zit ik hier nog wel een jaar, terwijl ik graag weer terug wil.’
Dat spijbelaars worden behandeld als jonge criminelen vindt hij onbegrijpelijk. Hij wil graag geholpen worden, in plaats van opgejaagd en veroordeeld. Johan: 'Ik sliep soms wel vijf nachten achter elkaar op straat. En je ziet hoe crimineel ik ben geworden. Ik heb ooit een boete gekregen voor zwartrijden in de trein. Dat was mijn ergste misdaad.’