Profiel: Joschka Fischer

Buitenaardse botterik

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken en vice-kanselier Joschka Fischer heeft een affaire aan zijn Hosen. Zijn populariteit is tanende.

BERLIJN – «Joschka Fischer heeft zwart werk, mensenhandel en gedwongen prostitutie bevoordeeld. Als hij nog een vonkje zelfachting heeft, weet hij wat hem te doen staat. Hij heeft het land schade berokkend.» In Duitsland heerst in de politiek niet zelden het Grote Woord. Het is gebruikelijk dat om iemands aftreden wordt geroepen. Maar altijd blijft men beleefd. Het was CDU-partijvoorzitter Angela Merkel echter aan te zien dat ze daar deze keer moeite mee had. Dat is niet zo vreemd: haar bittere woorden gelden de man die de onbeleefdheid ingang deed vinden in de Duitse Bondsdag.

Sinds enkele weken is Duitsland in de greep van de visumaffaire met als brandpunt minister van Buitenlandse Zaken en tevens vice-kanselier Joschka Fischer. Drie weken geleden prijkte op het omslag van Der Spiegel een foto van een arrogant ogende Fischer vergezeld van de tekst: Groen licht voor mensenhandelaren.

De affaire gaat terug tot oktober 1999. Joschka Fischer is dan net een jaar minister. De visum afdeling van zijn departement verordonneert dat het reisdoel, de financiering van reis en verblijf en de terugkeerbereidheid van degenen die een visum aanvragen niet meer gecontroleerd hoeven te worden, mits ze in het bezit zijn van een makkelijk verkrijgbare «carnet de touriste», die later Reiseschützpass werd: een verzekering die de kosten dekt van ziekte, eventuele arrestatie of gedwongen repatriëring van degene met een visum. De Duitse ambassade in Kiev protesteert: ze heeft aanwijzingen dat de verordening zal leiden tot grootschalig misbruik door criminelen, mensenhandelaren en zwartwerkers. Het ministerie van Buitenlandse Zaken maakt duidelijk dat met de verordening niet te spotten valt. Begin maart 2000 wordt de verordening omgezet in een officieel ministerieel besluit met als kern: bij twijfel reisvrijheid toewijzen.

Tussen 1998 en 2004 explodeert het aantal uitgegeven visa. In die periode geeft alleen al de protesterende ambassade in Kiev er 1,3 miljoen uit. Ter vergelijking: in 1994, toen er nog scherp gecontroleerd werd, kregen 157.000 Oekraïners het reispapier. In 2001 waren dat er 297.000. Eenzelfde ontwikkeling zien de ambassades in Moskou en de overige staten van de voormalige Sovjet-Unie, Albanië, Prishtina, Tsjechië, Turkije, Benin, Kameroen en Senegal. Op 26 oktober 2004, nadat vier jaar lang de alarmbellen rinkelden van ambassades, inlichtingendiensten, de nationale recherche en de grensbewaking (die aan de oostgrens een wel erg scherpe daling waarneemt in het aantal mensen dat zonder visum probeert binnen te slippen), wordt Fischers besluit herroepen. Inmiddels is uit verschillende rechtszaken en onderzoeken van prominente media gebleken dat mensensmokkelaars en in Oost-Europa ronselende uitbaters van illegale bordelen gretig van de door Fischer geboden mogelijkheid gebruik maakten om hun «handelswaar» legaal het land binnen te krijgen.

Joschka Fischer (56) is fanatiek. Ooit nam hij een besluit: stoppen met roken, drinken en schransen, schluss met zijn fikse overgewicht. Hij ging hardlopen, totdat hij een marathon kon lopen. Dat deed hij jaren. Ook toen hij al minister was. Hij nam zich eens voor de door hem diep gehate Helmut Kohl van de troon te stoten. Hij werkte zich op in zijn partij, de Groenen, en sleepte een verkiezingsoverwinning binnen die de Groenen in 1998 in een coalitie met Gerhard Schröders SPD aan de macht bracht. Hij besloot de beste naoorlogse minister van Buitenlandse Zaken te worden. Maar dan moest hij wel een «normale» partij achter zich hebben. Hij knokte hard om zijn Groenen van hun principiële pacifisme af te krijgen. Het lukte, al kreeg hij in 1999 een verfbom tegen zijn hoofd toen hij op een partijcongres uitlegde waarom de Groenen akkoord moesten gaan met het zenden van Duitse troepen naar Kosovo. Omtrent Irak haalde hij voor de bondskanselier de kolen uit het vuur: die verzette zich scherp tegen de Amerikaanse «oorlogspolitiek» en wist daarmee menige kiezer in het kamp van SPD en Groenen te lokken. Intussen hield Fischer de betrekkingen met Amerika zo gezond mogelijk en verzette bergen verzoeningswerk achter de schermen.

Zou het in deze periode zijn geweest dat hij het hardlopen eraan gaf en weer aan het eten sloeg? Hij heeft opnieuw een pafferig gezicht.

Joschka Fischer scheidde vier keer en heeft nu Minu Barati, een beeldschone jongedame met Iraans bloed aan zijn zijde.

Fischer is zó fanatiek dat hem dat nu dreigt op te breken. De reden dat hij het visumbesluit doordrukte lag in zijn rivaliteit met Otto Schily, ooit Fischers medestrijder in de Groenen-fractie van de Bondsdag, nu minister van Binnenlandse Zaken voor de SPD. Schily wilde de grenzen dichttimmeren, Fischer gooide ze open. Hij beriep zich op de «vrijheidslievendheid» van zijn partij. «Hopelijk komen er niet te veel», zei hij bij een in tern beraad vlak na het besluit. En nog een staaltje van fanatisme: zijn onbehouwen reislust heeft hem waarschijnlijk het zicht op de neveneffecten van zijn besluit ontnomen. «De buitenaardse» wordt hij genoemd, aangezien zijn nadruk op diplomatie hem in hogere sferen doet geraken. Toen de storm onlangs losbarstte, schoof hij tijdens een redevoering in Kiel de schuld af op zijn medewerkers om vervolgens op reis te gaan naar Saoedi-Arabië en Iran. Zaterdag deed hij op een partijbijeenkomst in Keulen zijn best de indruk weg te nemen dat hij zijn hoofd in het zand stak. Hij wees op zijn verantwoordelijkheid, maar liet die niet verder gaan dan 1999 en 2000, en repte slechts van de misstanden rond de visumverstrekking in Kiev. Smalend liet de Duitse pers de valbijl neerkomen. «Superstar b.d.» kopte Der Spiegel.

«Die lui in de Bondsdag zullen snel merken dat inhoud en karakter bepalend zijn», sneerde Fischer in 1983 toen de Groenen voor het eerst de kiesdrempel haalden. Fischer werd fractieleider, een opzichtige verschijning in goedkoop jasje zonder das. Veel respect voor zijn collega-parlementariërs had hij niet. De officiële om gangs vormen gooide hij overboord. «Staat u mij toe», sprak hij tijdens een Bondsdag-zitting tot parlementsvoorzitter Richard Stückeln van de CSU, «u bent een klootzak.» Met zijn botheid heeft Fischer in de loop der jaren veel vijanden gemaakt. Hij staat erom bekend tijdens debatten waarin sprekers van de oppositie harde kritiek uitoefenen op de regering in lachen uit te barsten, onderwijl sms’jes sturend aan politieke collega’s. Directe kritiek in de Bondsdag negeert hij, niet zelden gapend. De christen-democraten van de CDU/CSU en de liberalen van de FDP kunnen zijn bloed wel drinken. De onderzoekscommissie die het visumschandaal gaat uitpluizen, wordt geleid door de FDP en ook de CDU is er sterk in vertegenwoordigd. Het ziet er niet naar uit dat Fischer op enige clementie kan rekenen.

Ook onder journalisten, die hem vroeger als breekhamer in de verkalkte saaiheid van de Duitse politiek op handen droegen, heeft hij nog maar weinig vrienden. Steeds langer liet hij ze wachten bij persconferenties. Een lunch met de minister, doorgaans toch goed voor een quote of twee, draaide de laatste jaren vaak uit op een te leurstellende schranspartij waarbij de minister antwoorden gaf als: «Kinderen, wacht nu maar tot mijn memoires er zijn.» Na de zwakke verschijning van Fischer in Kiel sprak een journalist grijnzend: «In het leven kom je elkaar altijd twee keer tegen.» Hij had Fischer tijdens een marathon in 1998 gevraagd of hij zich kon voorstellen dat hij de finish niet zou halen. «Ik kan mij voorstellen», snauwde Fischer, «dat journalisten domme vragen stellen.»

De gevaarlijkste ontwikkeling voor Fischer is die in zijn eigen partij. Nog vóór hij afgelopen zaterdag in Keulen ook maar een woord gesproken had, kreeg hij een staande ovatie, maar achter de schermen heerst een ander gevoelen. Zondag verdedigden twee prominente Groenen-leden weliswaar Fischers handelwijze, maar beiden lieten er geen misverstand over bestaan dat de Groenen zonder Fischer «niet wezenlijk zouden veranderen» en dat er «hoe dan ook een tijd komt dat de heer Fischer niet meer op de voorgrond staat». Deze distantie komt waarschijnlijk voort uit Fischers slechte vooruitzichten. Het is bijna onmogelijk dat de minister onbeschadigd uit het parlementsonderzoek komt. De Groenen doen nu wat ze van hem hebben geleerd: ze gaan realistisch om met de macht. Nu al is Fischer naar beneden gestort als populairste politicus van Duitsland, zo bleek uit een enquête door tv-zender ZDF. Fischers rede in Keulen was deel van de stemmenstrijd in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, waar in mei verkiezingen worden gehouden voor het deelstaatsparlement. De rood-groene coalitie die er heerst staat onder druk en ondervindt nog eens extra schade van de visumaffaire. De partij zet alles op alles om te blijven regeren, met of zonder Fischer, en graaft zich in. Volgend jaar zijn er nationale parlementsverkiezingen.

Eén Groenen-politica heeft hem openlijk de vijandschap verklaard. Andrea Fischer moest ten tijde van de BSE-crisis aftreden als minister van Gezondheidszorg. Ze had een belangrijke brief aan haar ministerie te laat opgemerkt. Daarin werd gewag gemaakt van een bepaald soort worst die wellicht met het BSE-virus was besmet. Ze had de crisis kunnen overleven, ware het niet dat Joschka Fischer haar liet vallen met de naar nu blijkt omineuze woorden: «Andrea, je hebt geen grip op je ministerie.» Volgens haar zal Fischer nooit uit zichzelf aftreden. «Ik zal een ieder die het voor elkaar krijgt de voeten kussen», sprak ze openlijk.

Fischer zit nu een stuk dieper in de problemen dan tijdens die andere affaire die hem achtervolgde. In 2001 doken foto’s op uit 1973 waarop te zien is hoe hij, getooid met een brommerhelm en gestoken in leren jack, inslaat op een agent van de mobiele eenheid. Fischer behoorde indertijd tot de radicalen der linkervleugel die besloten zich te verweren tegen politieoptredens en zich daartoe bekwaamden in het straatvechten. Die affaire had nog iets heroïsch. Fischer maakte duidelijk dat hij geweld tegen de staat al lang had afgezworen, maar dat deed hij met twinkelende oogjes. De visumaffaire kan hem fataal worden. De misstanden reiken wijd. Zowel het ministerie van Binnenlandse Zaken van Otto Schily als de bondskanselarij van premier Gerhard Schröder wordt momenteel meegesleurd door de modderstroom die uit Fischers ministerie golft. Beide mannen kenden de gevolgen van Fischers ministeriële visumbesluit, maar ondernamen vier jaar lang geen noemenswaardige actie. Afgelopen week nam de bondskanselier het voor Fischer op. «De buitenland minister blijft buitenlandminister!» bulderde hij. Maar blijft Schröders hand een beschermende hand als ook hij in de draaikolk terechtkomt?

Niet alleen in eigen land is de steun voor Fischer precair. Ook in het buitenland groeit de kritiek. Want de zo gemakkelijk afgegeven Duitse visa zijn geldig in het hele Schengen-gebied, waartoe ook Nederland behoort. In menige Schengen-hoofdstad vraagt men zich af welke gevolgen Fischers beleid heeft gehad voor mensenhandel in eigen land. Inmiddels is bekend geworden dat de EU gaat onderzoeken of het besluit van Fischers ministerie om bij twijfel over het reisdoel toch een visum te verstrekken in strijd is met Europese richtlijnen. Daarmee is voor Fischer een vluchtweg naar de EU in Brussel, waar hij al in 2002 naartoe wilde, afgesloten. Het was Gerhard Schröder die hem toen wist om te praten. Daaraan wordt de bondskanselier vandaag de dag waarschijnlijk niet graag herinnerd.