Buitengesloten door de lens

Voor mensen van gemiddelde lengte is het een vanzelfsprekend begrip: ooghoogte. Zo vanzelfsprekend dat je er pas over nadenkt als het begrip wordt ondermijnd. Als je eens een keer diep moet bukken om iets te kunnen zien. Als je knielt naast een kind om iets aan te wijzen en je ineens beseft dat de ogen van het kind zich op een heel andere hoogte bevinden.

Schilderijen in een museum hangen meestal op ooghoogte, maar iemand van gemiddelde lengte staat daar amper bij stil. Bij de installatie van Johan van der Keuken die momenteel in het Stedelijk Museum staat, wordt dat begrip expliciet gemaakt. De installatie heet ‘Bolivia/ Een dag in La Paz’ en bestaat uit een reeks foto’s en een video-loop. De foto’s zijn achter elkaar gemonteerd tot een doorlopende strook langs de wand van een kleine expositieruimte. Het zijn zwart-witbeelden van de Boliviaanse stad La Paz, die allemaal op straat zijn genomen. Van der Keuken nam die foto’s allemaal op dezelfde dag, het is een selectie uit de vijfhonderd foto’s die hij op één dag in die ene stad maakte.
De smalle 'fries’ van foto’s bestrijkt alle wanden. Er is geen ruimte tussen de foto’s. Boven en onder de beeldenstrook is de muur zwart. Een panorama, is je eerste indruk. Een panorama van een druk plein. Een virtueel plein, want bij nader inzien sluiten de foto’s helemaal niet aan en word je met grote sprongen door de stand geleid.
Maar als je midden in de expositieruimte staat, tegen de pilaar geleund die daar uitnodigend staat, voel je je de fotograaf die op dat plein om zich heen kijkt. Het is ontzettend druk op het plein. Auto’s, krioelende mensen, politieagenten, marktverkopertjes, bedelaars - op elke foto staan meerdere personen, van wie er een heleboel maar voor de helft in beeld zijn.
Van der Keuken heeft die drukke stadsbeelden ook nog eens zo gemonteerd dat ze beweging suggereren. Sommige foto’s zijn verknipt tot een halve of een kwart van het formaat van de andere foto’s, vaak als een antwoord op een eerdere foto. Je ziet ergens achter in beeld een grote autobus verschijnen, en even verderop in de fries is die bus op zo'n halve foto beeldvullend geworden.
Het is net alsof je de drukte van het plein kunt horen. Er is ook werkelijk geluid bij deze installatie, en dat is afkomstig van de monitor die midden in de fotofries is neergezet. Wat je hoort is echter geen kakofonie van stadsgeluiden, maar een ruisende stilte. De videobeelden zijn namelijk binnenskamers genomen, op een stille plek die de stadsgeluiden buitensluit.
Je ziet een Boliviaans jongetje in een klaslokaal. Zo veel beweging als er zit in de fotostills - het zijn voorstudies voor Van der Keukens film Amsterdam Global Village -, zo weinig beweging zit er in deze 'levende’ beelden. Het jongetje zit in een bevroren pose en de videoloop toont hem van verschillende kanten. Op de rug, als een anonieme figuur. Van opzij, zodat je ziet dat de jongen een potlood en papier voor zich heeft liggen. En je kijkt hem recht in het gezicht, in z'n ogen. De blik van de jongen rijmt met al die andere blikken van Boliviaanse mensen op het drukke plein.
En ineens blijkt dat je contact kunt maken met een deel van de mensen op de foto. En dat een deel van de mensen door dat oogcontact wordt buitengesloten. De bedelaar die op de grond zit, te laag om in de lens van de fotograaf te kijken. Het bedelende jongetje dat z'n pet opheft naar de passerende volwassenen. De verdeling verloop precies zoals in iedere westerse stad. Wie op ooghoogte is, doet mee. Wie daaronder zit, is een buitenstaander.