Toneel - De revisor

‘Buitengewoon originele kerel’

Wat betreft de vraag of De revisor (1836) van Nikolaj Gogol (1809-1852) een goede komedie is, vertrouw ik graag op het oordeel van Karel van het Reve (1921-1999), die ooit aan het hoofd stond van studenten Slavistiek die het stuk hadden vertaald.

Medium toneel

In de komedie wordt een rondreizende klaploper (Chlestakov) aangezien voor een regeringsinspecteur. Hij doorziet de vergissing als eerste en maakt het gezelschap corrupte en chantabele ambtelijke bedriegers, tevens bestuurders van een provinciestad, vervolgens enkele ruggen lichter. In de aanloop naar dit dubbelspel raakt hij zwaar boven zijn theewater van de wodka, en gaat opscheppen over zijn Bekende Kennissen in de hoofdstad. Hij zegt bijvoorbeeld bevriend te zijn met de dichter Poesjkin. Ik laat nu verder Karel van het Reve even aan het woord: ‘Hoe voor de hand ligt het hier om door enige details wat reliëf aan die vriendschap te geven, te zeggen dat hij hem bij het schrijven van Jevgeni Onegin kostelijke tips gegeven heeft, of zoiets. Maar Chlestakov doet het veel beter. Hij zegt: “Met Poesjkin ben ik heel goed. Ik zeg vaak tegen hem: en Poesjkin, wat? En dan zegt hij: tjaja, jongen – zo is dat! Buitengewoon originele kerel!”’

In de voorstelling door het Nationale Toneel (bewerking en regie: Theu Boermans) komt deze passage niet voor. Meerdere passages komen er niet in voor. Het stuk is ‘geactualiseerd’. De revisor is hier de rondreizende theatermaker Sander de Heer (Joris Smit), die fondsen sprokkelt voor een voorstelling over vluchtelingen. Eén speler/vluchteling heeft hij al, de Syriër Osman (Mark Rietman). Hij is beland in Limburg, waar hij de burgemeester (Stefan de Walle) en zijn hofhouding bij de balletjes heeft. En nee, Poesjkin kent hij niet. Waarom zou hij? Hij kent het Nederlandse toneel. De verleiders, over de banken, dat is een echte Sander de Heer-voorstelling. En The Fountainhead ook. Maar die was toch van…?

Jaha, maar ook een beetje van… ‘Moedige enscenering, noemden de recensenten het. De toeschouwers werden onverwacht aan staalkabels uit hun comfortabele schouwburgstoel gehesen, waarna zij, al hangend, gekanteld in vogelperspectief op de acteurs en de stadsmaquettes neerkeken. De voorstelling duurde zes uur, zonder pauzes. Heel zwaar voor de acteurs.’ Zegt u nu zelf, dit is toch een stuk sterker en leuker dan die Gogol? Dat die prutser überhaupt nog op het affiche of in het programma vermeld wordt, het is eigenlijk maar raar.

Is deze toneelavond leuk? Ongetwijfeld. Zo bedoeld – in ieder geval. Er heerst een soort terreur van lach-of-ik-schiet. Alsof je een volle avond lang gedwongen wordt om tijdens het carnaval naar een Keulse tonnenprater te luisteren, die in het Duits schuine moppen vertelt. Of Theu Boermans die opeens dronken op de verjaardag van je moeder komt binnenvallen. Dat type nachtmerries. Zelf heb ik niet zo vaak gelachen. Een paar keer om het accent van Mark Rietman. En om de onhandigheden van Stefan de Walle. Dat is niet veel. Maar in het land der blinden is eenoog koning. En in het land der blinden ruikt men het Theu Boermans-theater al op een mijl of zeven. Een mens lijdt wat af, als toneelverslaggever.


De revisor door het Nationale Toneel is nog te zien t/m 5 maart, nationaletoneel.nl/de-revisor

Beeld: Hannah Hoekstra en Mark Rietman in De revisor, het Nationale Toneel, regie Theu Boermans (Kurt van der Elst)