Commentaar: Anti-racisme

Buitenhof I

Nog tijdens de belegering van de Buitenhof-studio hadden de actievoerders een verklaring laten uitgaan, in de gebruikelijke aangebrande taal, over het feit dat het «vijf voor twaalf» is in «de strijd tegen het bruine monster».

Is Vlaams Blok-chef Filip Dewinter in Antwerpen inderdaad slechts één zetel van de macht verwijderd? In dit geval heeft hij die zetel inmiddels in zijn zak, althans als er genoeg Antwerpenaren naar de tv-uitzending hebben gekeken.

Dus werd al snel de klassieke vraag gesteld: moet je dit soort mensen eigenlijk wel aan het woord laten?

Het VVD-kamerlid H. Kamp besloot als eerste politieke munt te slaan uit de gebeurtenissen. Hij verklaarde na de incidenten dat weer eens is bewezen «dat de onverdraagzaamheid van rechts de onverdraagzaamheid van links heeft opgeroepen». Echter, deze «antifascisten» zijn helemaal niet links, het is hoogstens de anarcho-terroristische variant van links, die een halve liter chocolademelk voor een politiek argument verslijt en ook anderszins door geen vooruitstrevend mens serieus wordt genomen.

Nadat Dewinters gemolesteerde auto was weggesleept, de wonden van zijn chauffeur waren verpleegd en hijzelf een schoon colbert had aangetrokken, volgde het programmaonderdeel waarvoor de Vlaamse politicus naar Amsterdam was gekomen. Hij ging in debat met voornoemde VVD'er Kamp en een Belgische racismebestrijder. Ook dat liep uit de hand, zoals bij de meeste emotionele onderwerpen, maar het was in elk geval een soort gedachtewisseling, met goede en slechte argumenten.

Dewinter had weer zijn ideale-schoonzoon-lach gemobiliseerd, waarmee hij sinds enige tijd de nieuwe tactiek van het Vlaams Blok onder het volk probeert te brengen. Racisten? Wij? Wij zeggen alleen iets duidelijker wat andere politici slechts durven fluisteren. Maar racisten? Hoe komen jullie erbij!

Toen toverde de Belgische racismebestrijder een blaadje uit zijn tas met door het Vlaams Blok uitgebroede karikaturen waar de honden geen brood van lusten. De Winters ideale-schoonzoon-lach bestierf op zijn gezicht — en plotseling zag je een glimp van zijn ware gedaante: een hater in het algemeen en een vreemdelingenhater in het bijzonder, in elk geval een individu waarvan de wereld weinig goeds te verwachten heeft.

Daarmee was de in dit soort gevallen klassieke vraag («Moet je dit soort mensen eigenlijk wel aan het woord laten?») beantwoord.