Rob van der Laarse en Yme Kuiper (red.), Beelden van de buitenplaats

Buitenlui

Rob van der Laarse en Yme Kuiper (red.)

Beelden van de buitenplaats: Elitevorming en notabelencultuur in Nederland in de negentiende eeuw

Verloren, 256 blz., € 23,-

Mocht in de jaren zeventig en tachtig de arbeidersklasse zich in de bijzondere belangstelling van Nederlandse historici verheugen, vanaf de jaren negentig is er steeds meer aandacht voor de burgerij, de burgerlijke levensstijl en het dito beschavingsoffensief. Hoewel Nederland volgens Huizinga al heel lang een burgerlijke natie was, werd in de negentiende en twintigste eeuw het proces van «verburgerlijking» steeds evidenter. Steeds meer bevolkingsgroepen werden opgenomen in de burgerij. Zelfs het proletariaat nam, op enkele Tokkie-achtige uitzonderingen na, een burgerlijke levensstijl aan. In dit proces was de «ondergrens», het onderscheid tussen de burgerstand en de arbeidersklasse, steeds heel duidelijk. De bovengrens, de scheidslijn tussen hoge bur gerij en aristocratie, leek echter te vervagen. Hoewel de maatschappelijke elite van oudsher de groep is die het meeste archiefmateriaal en de meeste lite ratuur heeft nagelaten, lijkt het wel alsof we daar tegenwoordig minder van weten dan van de veenarbeiders in Drente of de Amsterdam se diamantbewerkers en havenarbeiders.

Deze bundel probeert een bijdrage te leveren aan onze kennis van de bestuurlijke en maatschappelijke elite in de negentiende en vroege twintigste eeuw. Duidelijk wordt hoe de oude aristocratie en de (relatief) jonge elite van rijk geworden burgers elkaar vonden in een levensstijl waarin het bezit van een «buiten» een belangrijke rol speelde.

Uit diverse artikelen blijkt echter dat het te simplistisch is om te zeggen dat de hoge burgerij de adel simpelweg imiteerde. Traditionalisme en moderniteit gingen hand in hand, wat onder meer blijkt uit het verhaal van de familie Van Reenen. In 1851 kocht een telg uit dit vooraanstaande Amsterdamse geslacht op een veiling de heerlijkheid Bergen in Noord-Holland. Anders dan de meeste leden van zijn stand woonde hij niet alleen in de zomermaanden op zijn landgoed, maar vestigde hij zich er permanent. Drie generaties lang zouden de Van Reenens burgemeester van hun gemeente zijn. Financieel betekende dit een achteruitgang, zodat de tweede heer van Bergen zijn heerlijkheid als een onder neming ging exploiteren. Hij stichtte de badplaats Bergen aan Zee, liet een chique hotel bouwen, een villadorp en een tramverbinding aanleggen, en richtte een van de eerste VVV’s op. Wat begon als een verlangen naar een puur traditionele, welhaast atavistische levenswijze resulteerde in een pioniersrol op het terrein van het moderne toerisme.