Do It Ourselves: pioniers voor een duurzame varkenshouderij

Buitenruimte en varkens-wc’s

Het varken van de toekomst heeft een beter leven, eet regionaal verbouwd voedsel en scharrelt op een eco-vriendelijk erf. Enkele tientallen boeren in ons land experimenteren met nieuwe vormen van varkenshouden om dit ideaalbeeld dichterbij te brengen. ‘Als mensen maar niet zo betrokken raken bij het varken dat ze hem ook niet meer willen eten.’

Medium pdoj varkens575

Do it ourselves
Als de overheid zich terugtrekt doen we het zelf wel. Dat is de leidende gedachte van allerlei nieuwe burgerinitaiteven: van selfmade daklozenopvang tot woongroepen voor ouderen. Zelfredzaamheid is het toverwoord. Voor de special Do It Ourselves van De Groene Amsterdammer gingen 22 studenten van de opleiding journalistiek van de Erasmus Universiteit Rotterdam het land in om een beeld te krijgen van zelfredzaamheid in de praktijk. Bij verschijning van de special publiceerden we op het Groene LAB, het digitale platform voor journalistiek talent, elke dag een artikel rond dit thema.

‘Ik wil op een goede manier boeren. Met een fatsoenlijk inkomen, en varkens die een goed leven hebben.“ Annechien ten Have, varkensboerin en voorzitter vakgroep varkenshouderij bij de land- en tuinbouworganisatie LTO, heeft een sterke visie op de varkenshouderij van de toekomst. Aan de rand van Beerta, tussen de langgerekte graanvelden in het Oost-Groningse landschap, runt ze samen met haar man Menno een bedrijf van zo´n 4000 varkens. Haar boerderij wordt straks op alle fronten duurzamer: dierenwelzijn, een gesloten kringloop, regionaal geproduceerde voeding. Bovendien kan ze haar toekomstige consumenten een smakelijker stuk vlees voorschotelen.

Als de gemeente haar plan goedkeurt, verrijst er komend jaar een nieuwe stal op haar erf. Daarin krijgen haar varkens 1,1 vierkante meter binnenruimte en 0,7 buiten. Een stuk ruimer vergeleken met de 0,8 binnenruimte die in Nederland wettelijk verplicht is, of de 0,65 binnenruimte die de EU eist (buitenruimte is niet wettelijk verplicht). In de nieuwe stal komt stro om in te wroeten en mee te spelen. Er komt een varkenstoilet waar mest en urine worden gescheiden, waardoor er veel minder ammoniak ontstaat. De mest kan bovendien direct naar de biogasinstallatie op het erf. De mest, stro en andere plantaardige producten worden vergist tot biogas. Daarmee moet genoeg elektriciteit worden opgewekt voor het bedrijf en ruim 1100 huishoudens.

De dieren worden nu gedeeltelijk gevoerd met eigen verbouwd tarwe, maar binnenkort voegt Ten Have er de bloem lupine aan toe. In de zomer zullen haar akkers vol staan met de wuivende, dieppaarse bloemen. Regionaal verbouwde gewassen in plaats van het Zuid-Amerikaanse sojaschroot. De lupine geeft bovendien een eigen smaak aan het varkensvlees. Straks wil ze een niet gering aantal van 5000 lupinevarkens houden. 'Als het varken een goed leven heeft, dan maakt het niet uit dat het zijn stal met nog een paar duizend anderen deelt.’

OM ALS pionierende boer het hoofd boven water te kunnen houden, is het cruciaal om een netwerk van gelijkgestemden te vinden om je varkens te vermarkten’, zegt Onno van Eijk. Hij is onderzoeker aan Landbouwuniversiteit Wageningen op het gebied van verandermanagement in de veehouderij. 'Een boer die antibioticavrij wil werken, kan samenwerken met een keurslager die hetzelfde voor ogen heeft. Een tweede boer doet dat met dierenwelzijn, een derde profileert zich met een regionale identiteit. De helft van het vlees komt via de supermarkt bij de consument. Die keten is kostprijsgedreven en initiatieven sterven er vaak een stille dood. Maar de andere helft gaat via horeca, bedrijfskantines, de Keurslager of de regionale markt. Daar is meer ruimte voor varkenshouders om te experimenteren.

'Boeren noemen de reguliere keten wel de trechter’, zegt Van Eijk. 'Zo'n 6000 varkensbedrijven leveren hun dieren aan de slachterijen, die op hun beurt verkopen aan 'de vijf inkopers’, de supermarkten. Aan het einde van de keten zijn zo'n zeventien miljoen Nederlandse consumenten. Varkensvlees is een uniform product dat op grote schaal tegen een zo laag mogelijke prijs wordt geproduceerd. Iedere vernieuwing bij de boer die niet direct resultaat oplevert, wordt in de kiem gesmoord doordat slachterijen een vaste kiloprijs bieden.’ De prijs voor een kilo Nederlands varkensvlees is 1,41 euro per kilo, het laagste bedrag van Europa.

Volgens Bram Bos, eveneens verbonden aan de Wageningen Universiteit, houden de beroepsgroepen elkaar in de tang. 'Een andere bedrijfsvoering bij de boer betekent dat ook de slachterij zich moet aanpassen. Maar de bedrijfsprocessen van de boer, slachterij, supermarkt en consument zijn nu tot in detail op elkaar afgestemd. Die is gericht op productie op volle toeren. Een lege vleeshaak is verlies. Vervolgens moeten de supermarkten ook ruimte bieden voor variatie in varkensvlees in hun schappen, die is er nu bijna niet. Een verandering bij de boer vraagt ook om verandering in de rest van de keten, en dat gaat moeizaam.’

De Nederlandse overheid heeft desondanks geen drang om regels en wetten te verbinden aan de verduurzaming in de varkenshouderij. Het economische belang van de sector is daarvoor te groot. Nederland heeft een flinke varkensindustrie. Er is overproductie en een aanzienlijk deel wordt geëxporteerd naar andere noordwest-Europese landen. De Nederlandse overheid stimuleert zelfs de export van bio-industriestallen naar landen waar dit fenomeen net opkomt, zoals Roemenië en Bosnië en Herzegovina. Bram Bos: 'Nu verduurzaming niet wettelijk wordt voorgeschreven, blijft vooral onder boeren en maatschappelijke groeperingen onvrede over de gang van zaken in de sector. Veel boeren komen daarom zelf met innovatieve plannen.’ Wel verstrekt de overheid subsidie aan wezenlijk innovatieve varkenshouders. Vanaf 2013 gelden er bovendien strengere eisen voor ammoniakuitstoot.

Annechien ten Have probeert als voorzitter van LTO-vakgroep varkenshouderij de keten in beweging te brengen. Volgens Ten Have onderkennen alle schakels uit de keten dat zij gevangen zitten in het systeem. In de keten vindt ze steeds meer gehoor voor haar pleidooi dat alle boeren, slachterijen, vleesverwerkers en supermarkten samen moeten werken aan een duurzaam verdienmodel, in plaats van elkaar heftig te beconcurreren op prijs. De sector moet ook wel, want in de intensieve veehouderij zit op lange termijn geen toekomst meer. De Nederlandse boer is minder handelingsvrij dan de Duitse, Poolse, of Roemeense concurrent. Landschapsvervuiling, milieulast en stankoverlast zijn daar minder een probleem dan in Nederland, het land met een van de hoogste bevolkingsconcentraties van Europa. Milieugroeperingen en omwonenden van varkenshouderijen protesteren er stevig tegen.

In de reguliere keten zijn al stappen ondernomen, zij het kleine. Sinds 1 januari 2012 heeft Albert Heijn alleen nog varkensvlees in de schappen met één ster van de Dierenbescherming. De organisatie deelt 'beter leven’-sterren uit aan vlees van veehouders die rekening houden met het welzijn van hun dieren. In één klap hebben een miljoen varkens sindsdien één vierkante meter eigen ruimte. De varkens krijgen speeltjes. Varkens in de bio-industrie knabbelen uit verveling namelijk vaak aan hun stalgenootjes. Ook de pijnlijke castratie van biggetjes is in de ban gedaan. Van Eijk: 'Een verbetering van 0,8 naar 1 vierkante meter lijkt misschien niet veel, maar voor boeren is dat een grote stap. Dat betekent twintig procent minder varkens houden.’ Toch zijn de verbeteringen minimaal, volgens Bram Bos. 'Eén ster bij varkens vraagt om veel minder ingrijpende veranderingen dan één ster bij kippen.’ Aan de andere kant heeft het keurmerk wel voor beweging in de markt gezorgd, zegt Onno van Eijk. 'Nu één ster de maatstaf is, zijn er alweer boeren die zich daarvan willen onderscheiden. Die vragen: wat kan ik doen voor twee sterren?’

DAT IS EEN VRAAG die bij uitstek kan worden beantwoord door de experimentele varkensboeren. Hoewel niet iedere innovatieve boer als voorbeeld wordt gezien, volgens Onno van Eijk. 'Sommige boeren lopen te ver vooruit op de troepen. Die hebben zo'n radicaal andere werkwijze, dat ze niet meer als 'echte varkenshouders’ worden gezien. Varkenshouders die heel exclusief vlees produceren bijvoorbeeld, of heel kleinschalig werken. Annechien ten Have daarentegen verduurzaamt haar bedrijf binnen de gangbare sector. Als één aspect van haar bedrijf succesvol blijkt te zijn, zoals het varkenstoilet, dan kan dat een grote verandering betekenen voor de reguliere sector.’ Daarin staat Ten Have niet alleen. Van Eijk schat het aantal varkenshouders die aan innovatie werken op grofweg vijftig. Ten Have: 'Een aantal jaren geleden heerste onder de varkensboeren de mentaliteit: steek je kop niet boven het maaiveld, want straks zijn wij ook aan de beurt. Nu krijgen de reguliere boeren steeds meer door dat ze de voorlopers moeten koesteren, want zij wijzen de weg naar de toekomst.’ Waar het vroeger in discussies onder varkenshouders over efficiënt en goedkoop produceren ging, neemt nu dier- en milieuwelzijn een belangrijke plaats in.

Varkensboerin Marijke Nooijen, uit het Noord-Brabantse Aarle-Rixtel, besloot in 2005 haar varkenshouderij radicaal te veranderen toen ze noodgedwongen verhuisde. Leren van het natuurlijke gedrag van het varken is het speerpunt op haar boerderij. 'Varkenshouders zijn vervreemd geraakt van het dier’, zegt Nooijen. 'Ze weten niet meer hoe het varken zich van nature gedraagt.’ Nooijen maakte er een studie van. Ze plaatste een webcam in haar proefstal en heeft zo uren aan studiemateriaal verzameld om dat aangeboren gedrag te achterhalen. 'Moedervarkens maken bijvoorbeeld graag een nest voor hun biggen. In de gangbare varkenshouderij is daar geen ruimte en materiaal voor. Onze varkens krijgen dat wel, een hele verbetering voor hun welzijn. Bovendien verloopt het geboorteproces veel vlotter en komen moeder en big sterker uit de bevalling.’

Nooijen vindt dat ook burgers van het varken vervreemd zijn geraakt. Die kloof wil ze slechten. Bovendien geeft het haar de gelegenheid om haar varkens bij de consument op de kaart te zetten. In haar volgende stal wil ze mensen een kijkje geven in het leven van haar varkens. Er wordt een bezoekerscentrum bijgebouwd, waar nieuwsgierigen zelfs met de varkens kunnen spelen door middel van een iPad en een groot projectiescherm in de stal. Bij het spel Pig Chase schuift de speler een lichtje voort met zijn vinger, terwijl het varken het probeert te vangen. 'Als mensen maar niet zo betrokken raken bij het varken dat ze hem ook niet meer willen eten.’

Nooijen heeft goed nagedacht over het neerzetten van een aantrekkelijk product voor de consument. 'Mensen kunnen ons vlees met een gerust hart eten, ze weten dat het varken het goed heeft gehad. Ook op de smaak van het vlees heeft ze gelet. Het varkensras heeft ze uitgekozen op vleeskwaliteit. Onze varkens hebben gemarmerd vlees, dooraderd met vet. Dat zorgt voor veel meer smaak aan het vlees.’

DINY SCHOUTEN bakt pasteien en draait worsten in haar eigen zaak in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Tien jaar terug schreef zij voor Vrij Nederland over de oorsprong van voedsel, maar haar werkgever haalde de schouders op bij haar kritische stukken. Haar verontwaardiging over het dierenleed en het slecht betaalde varkenshouderschap bleef bestaan. Ze besloot ontslag te nemen en zelf vleeswaren te maken van duurzaam gehouden varkens. 'Van de goedkope delen van het varken, maak ik iets waardevols. Preskop, bijvoorbeeld. Een terrine van varkenskop. Maar daar schrikken Nederlanders van, we zijn als de dood voor de mindere delen van het varken. We eten alleen de haasjes, de rest is voor de export. Varkensvlees wordt beschouwd als iets minderwaardigs. Je krijgt er puistjes van, toch?’

Maar het publiek wordt geënthousiasmeerd door koks, zegt Schouten. 'Varkensvlees verschijnt steeds vaker op de menukaart. Ik heb koks wild zien worden bij een prachtig stuk procureur, nekspek. Ze houden van varkensvlees, zolang het varken maar met zon, frisse lucht en aarde is opgekweekt.’

Maar ook consumenten worden kritischer op de herkomst en kwaliteit van het eten. De trend ontgaat ook Schouten niet. 'Dan komen ze schuchter binnen: "Verkoopt u wel biologisch?” Steeds meer mensen, vooral jonge, vragen zich af waar hun eten vandaan komt en zijn bereid te betalen wat goed vlees waard is. Twee maanden geleden stond ik in de Utrechtse stadsschouwburg. Samen met een slager en mijn compagnon gaf ik les over de anatomie van het varken. Ter plekke bereidde ik een bloedworst. De zaal zat vol. Dat had ik drie jaar terug toch niet kunnen bedenken.’

'Maar de consument heeft nog nooit directe invloed gehad op de verbeteringen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd’, zegt Van Eijk van de Universiteit Wageningen. 'Nederlandse consumenten zijn verwend. We zijn allemaal opgegroeid met een ruime keus aan producten, die altijd voorradig zijn, voor een lage prijs. Hoeveel mensen fietsen om voor een stukje duurzaam geproduceerd vlees? We verkiezen gemak nog boven duurzaamheid.’ Menig varkensboer ziet ook weinig steun van de gemiddelde consument. 'Waarom zou hij meer betalen? Hij gooit een plens mayonaise of ketchup over zijn varkenslapje en proeft het verschil niet eens’, liet een varkenshouder zich eens ontvallen. De Oost-Groningse boerin Ten Have ziet desondanks kansen. 'Naast biologisch vlees zie je nu een markt opkomen voor premium-producten, beter geproduceerd vlees. Zo'n tien tot vijftien procent van de markt is bereid daar meer voor te betalen. Ik hoop dat de consument beseft dat hij ook met de vork kan stemmen.’

Onderzoeker Onno van Eijk is hoopvol voor de toekomst. 'De intensieve varkenshouderij heeft zich vanaf de jaren vijftig fantastisch bekwaamd in het neerzetten van een efficiënte vleesproductie. Er is grootschalig voorzien in de behoefte aan goedkoop, veilig en smakelijk varkensvlees. Alle doelen die we voor ogen hadden met het huidige systeem zijn geslaagd. Dan moet het ook lukken met de duurzame ambities die we nu voor ogen hebben. De rol van de boeren die op de troepen vooruitlopen is daarvoor cruciaal.’ Annechien ten Have doet een ronde door haar stal. Ze blijft even staan bij een stal met biggetjes van nog geen maand oud. Ze liggen zij-aan-zij in een lange rij. 'Lief he? Als ze zo jong zijn, zoeken ze warmte bij elkaar.’ Nu staat het grootste deel van haar varkens nog binnen, straks komt daar verandering in. 'Ik hoop dat mijn bedrijf zo'n succes gaat worden dat vele varkenshouders me volgen.’


Medium 001 dga25 web

Lees meer in de Do It Ourselves special**

Alle stukken in de Do It Ourselves-serie op het Groene LAB:


Foto varkens via Flickr