Sport

Buitenspel

Vrouwen en sport, een gedurfde combinatie als het gaat om toeschouwende vrouwen. Voetballiefhebbers van het mannelijke geslacht willen nog wel eens klagen over het – vermeende – gebrek aan kennis, inzicht, geduld en enthousiasme van vrouwelijke meekijkers. En altijd weer komt het verhaal over buitenspel, waarvan aard en wezen nimmer ten diepste kan en zal worden doorgrond door het zwakkere geslacht.

Dus denken mannen wel eens dat ze bij een sportwedstrijd een soort handleiding of gebruiksaanwijzing moeten verstrekken opdat de vrouw het allemaal begrijpt – en hen niet lastigvalt met domme vragen.

Bij Hertha BSC, topclub in Duitsland, moeten ze ook zoiets hebben gedacht. Daar hebben ze, zo meldt een ochtendkrant, een website ingericht voor de vrouwen die ondanks hun geslacht en hun ongeschikte predispositie naar voetbal willen kijken.

De Hertha-vriendinnen kunnen, na het winnen van tolle Caps, het loeren naar Spieler Privat (Eure Stars hautnah!) en het stemmen op favorieten (Euer Shooting-Star der Saison) hun licht opsteken in de Regel des Monats. ‘Oftmals Auslegungssache! TV-Star Barbara Schöneberger bringt für die Herthafreundinnen Licht ins passive Abseits.’

Passief buitenspel, wat is dat eigenlijk? Vanaf nu weten ze het. Of dit echt nodig is, is nog niet zeker. Als vrouwen het edele spel geheel zouden doorgronden, ging er toch een belangrijk element van het kijkgenot verloren. Hoe ze het ook doen, ze weten wél iets toe te voegen.

De moeder van mijn jeugdvriend, bijvoorbeeld, hield niet echt van voetbal, maar keek af en toe mee. En ze begon dingen te ontdekken. Zo genoot ze elke keer als de keeper de bal ver uittrapte. In de orde van Eddy Treytel en de meeuw: nadat de bal de wreef van de doelman heeft verlaten, vliegt hij hoog en ver in de richting van de andere keeper. Dat vond ze geweldig.

Ze ging ook houden van vrije trappen, als er een muurtje moest worden gebouwd, en de spelers uiteindelijk in slagorde stonden opgesteld met hun handen beschermend voor hun familiejuwelen. Hoe groter het muurtje, hoe mooier ze het vond.

Shirtjes ruilen na de wedstrijd. Een sliding van veraf op een nat veld, zodat de verdediger meters doorgleed, waardoor zijn tenue vol modder kwam te zitten.

Extravagant juichen bracht haar in verrukking. Ze sloeg haar handen voor haar mond bij een salto of een flikflak. Mooie shirts, zag ze ook. Lelijke kousen. Een sierlijke omhaal. Twee boze mannen briesend tegenover elkaar – wat ze zag was vaak bijzonder. Vrouwen hebben dan geen verstand van voetbal, ze hebben er wel gevoel voor.

Maar buitenspel begreep ze niet, nooit. Niet zozeer wat het was, maar vooral waarom er buitenspel was.

Buitenspel, een der belangrijkste, beslissende factoren in de verhouding tussen man en vrouw door de eeuwen heen. Buitenspel, dat de vrouw niet zou begrijpen. Niet mag begrijpen. Want buitenspel is de ultieme mannelijke mythe. Die mag niet worden doorgeprikt.

Buitenspel, dat is de laatste strohalm van een bepaald soort man, de man die zich in deze geëmancipeerde tijden meer en meer bedreigd voelt. Daarom worden af en toe nieuwe spelregels aan het voetbal toegevoegd (over terugspelen of zo) of oude regels veranderd. Met het excuus van met-de-tijd-mee-gaan worden dingen stiekem complexer gemaakt dan nodig is – puur om de vrouwen te ontmoedigen.

In een recente commercial van een biermerk scheuren tientallen mannen zich los uit de verstikkende verworvenheden van het moderne bestaan, om zich en groupe en stoer door een woud te worstelen en in een robuust café juichend een echt mannenbier te gaan drinken. Het huishouden uit, de wildernis in. Transpiratie, moddervegen op het voorhoofd, oerkreten uit ongeschoren kelen. ‘Men! What’s become of us?’

De boodschap is duidelijk: mannen zijn geen mannen meer. De man is week geworden, te geëmancipeerd, een watje. Dat is niet goed voor hem. Hij wil zichzelf terug, de baas zijn en de vrouw eronder houden.

Een tijdje terug werd het idee geopperd om ook vrouwen te mogen opstellen in een mannenelftal – gemengd voetbal dus. Over mijn lijk, dacht de man. Het laatste bastion, de enige grot die hij nog heeft om een vrouw aan de haren mee naartoe te slepen: zijn elftal. Nooit! Dus kwam kort daarna het voorstel voor een nationale vrouwenvoetbalcompetitie, met deelname van de topclubs. Zodat de man kon zeggen: ziehier een eigen competitie. Is dat niet een nieuw hoogtepunt in de emancipatie der vrouw?

Om vervolgens met een zucht van verlichting zijn plaats als linksback in te nemen in zijn eigen mannenelftal, te midden van zijn broeders, zijn kameraden.

Na de wedstrijd tappen ze bier en moppen, en proberen ze ingewikkelde spelregels te bedenken, die niet te doorgronden zijn door vrouwen.