Menno Hurenkamp

Bulderlachende Georgiërs

Vijf minuten gedacht dat Ed van Thijn Annemarie Grewel was. Met een schuin oog kijkend naar Nova en ondertussen luisterend naar iemand anders zag ik alleen grijs haar en bebrilde pretogen – het pootje haken van De Graaf of een vervelende inspreker op een PvdA-congres is hetzelfde spel – en wachtte onbewust op Grewels hondje. Zo was ik helemaal bereid het verleden door het heden te laten lopen. Dat maakte het licht verteerbaar dat het D66 van Boris Dittrich het oude gebruik dat een kabinetscrisis niet tot verkiezingen leidt weer in ere herstelde. De boosheid over het gedrag van Cals, Marijnen en Zijlstra – die op basis van één verkiezing drie kabinetten stichtten – was precies wat Hans van Mierlo ooit tot het oprichten van D66 bracht.

Precies die regentenmentaliteit moest verdwijnen, vonden de democratische vernieuwers toen, en ze kregen even hun zin. Tot ze zelf deel werden van de regentenklasse. Wim Kok liet Paars II doorstarten nadat Wiegel het kabinet even ontwrichtte. Daar was D66 al nauw bij betrokken. En Dittrich maakt er nu weer traditie van: schade aan de regering wordt in principe hersteld zonder het volk te raadplegen. Macht is in de politiek belangrijker dan resultaat, dat hebben de laatste paar Democraten wel geleerd. Al is het niet veel meer dan de macht voor Dittrich en de zijnen om af en toe met een nieuwe stropdas op televisie te komen, want de oogst van de doorstart in politieke termen is karig.

Neem de democratische vernieuwing. Onlangs is de club van vrienden van de jaren zeventig opgericht (www.jarenzeventig.nl). Het zijn mensen die zich suf ergeren aan modieuze pleidooien voor orde, gezag en een goed pak slaag voor negers en andere Damslapers. Dat soort oproepen is veelal afkomstig van nieuwe conservatieven die denken dat het kwaad niet kwam met Eva en de slang maar met Den Uyl en de democratisering. Boosheid over de jaren zeventig is de bron van hun politieke bestaan. De vrienden van de jaren zeventig roemen het decennium echter als het enige tijdperk waarin individuele vrijheid en burgerzin daadwerkelijk hand in hand gingen. Nu kijken de vrienden van de jaren zeventig nogal sociologisch. Ze zijn vooral geïnteresseerd in organisaties en wat mensen daarin deden. Zo zien ze bijvoorbeeld over het hoofd dat ook het kapitalisme enorm geprofiteerd heeft van de jaren zeventig. Waar zouden Philips, Nike en Gucci zijn zonder het idee dat iedereen uniek is en dus ook een eigen kleding- en apparatenstijl nodig heeft?

Maar als je weer op een rij ziet wat voor sociale en politieke experimenten de jaren zeventig kenden, en vervolgens hoort hoe trots Boris Dittrich meldt dat D66 het nu voor elkaar gekregen heeft dat een minister van Bestuurlijke Vernieuwing gaat «onderzoeken wat voor mogelijkheden er zijn om de vertegenwoordigende democratie te vernieuwen», dan hoor je de Georgiërs al bulderlachen. D66 houdt ons al veertig jaar graag het kozakkenstaatje Georgië voor als afschrikwekkend voorbeeld van een land zonder gekozen burgemeesters. Maar daar zijn ze nu toch al toe aan hun derde revolutie in honderd jaar. Hier laat Dittrich de zaak maar weer eens onderzoeken. Het vereist de onverstoorbaarheid van een zeventigjarige leider van de communistische jeugdbeweging om dat resultaat als een overwinning te presenteren.