Bulgaren vergeten de communistische misdaden

Sofia – 25 jaar heeft het geduurd, maar vorige maand besloot het Bulgaarse parlement dat ‘politieke misdrijven begaan door personen gelieerd aan het communistische regime’ niet meer aan verjaring onderhevig zijn.

Tussen september 1944, toen de communisten door een staatsgreep aan de macht kwamen, en oktober 1989 zijn meer dan tienduizend mensen in opdracht van de communistische partij vermoord. Exacte cijfers zijn er niet. Nog eens tienduizenden, volgens sommige onderzoekers bijna tweehonderdduizend, belandden in een van de honderd strafkampen die de Bulgaarse goelag telde en waarvan het beruchtste het predicaat ‘dodenkamp’ kreeg. Het laatste politieke strafkamp sloot zijn deuren pas in de winter van 1989. In de zomer van dat jaar werden nog meer dan driehonderdduizend Turkse Bulgaren het land uit gejaagd, in wat de regering eufemistisch ‘de Grote Vakantie’ noemde.

Er is dus meer dan genoeg om te bestraffen en de hoofdaanklager kaartte het probleem van de verjaringstermijn al in 1990 bij het parlement aan. Maar zelfs nadat in 2000 officieel was vastgesteld dat het communistische regime ‘misdadig’ was geweest, bleef de verjaringstermijn gehandhaafd. Elke poging hem te schrappen strandde. Zoals ook elke poging om iemand veroordeeld te krijgen vastliep. De communistische partij had de machtsoverdracht in 1989 zo goed geregisseerd dat politiek en samenleving tot op de dag van vandaag gedomineerd worden door de oude garde, hun kinderen en kleinkinderen.

Dat de verjaringstermijn nu komt te vervallen lijkt daarmee een grote overwinning. Eindelijk krijgen de slachtoffers en hun nabestaanden gerechtigheid, zeiden parlementariërs van de regerende conservatieve partij, die het voorstel indiende. Ware het niet dat diezelfde parlementariërs een week later het voorstel blokkeerden om de misdaden van de communisten voortaan ook op te nemen in de schoolboeken. Nu behandelen die boeken 45 jaar communisme in welgeteld 35 pagina’s uitsluitend gewijd aan de ideologie en de biografieën van politici. Volgens het Hannah Arendt Centrum kent nu al tachtig procent van de Bulgaren jonger dan 35 jaar het woord ‘goelag’ niet, terwijl 87 procent niet weet dat er mensen waren die zich verzetten tegen de communisten.

Met dank aan het parlement zullen deze percentages de komende jaren ongetwijfeld verder oplopen. De misdrijven van de communisten verjaren dan misschien niet meer, ze worden wel vergeten. Daarmee is gerechtigheid voor de slachtoffers en hun nabestaanden geen stap dichterbij gekomen.