Economie

Bullshit Valley

Vrijdag 4 februari schetste de nieuwe minister van het nieuwe ministerie van Economische Zaakjes in een brief aan de Tweede Kamer zijn nieuwe industriebeleid. Naar de top gaat de nota heten die voor de zomer naar de Kamer gaat. Vorige week verschenen de eerste reacties. Die varieerden van licht geamuseerd tot ronduit vijandig.

In NRC Handelsblad mocht Arjen van Witteloostuijn uitvaren tegen de keuze van niet minder dan negen topsectoren die zo ongeveer alle Nederlandse multinationals bestrijken en ook nog eens een ‘topondernemer’ uit de sector als kwartiermaker krijgen. Dat wordt het Innovatieplatform all over again, aldus Van Witteloostuijn. Collega Bernard van Praag mocht een paar dagen later in dezelfde krant hetzelfde punt maken: innovatiebeleid in Nederland is er voor de gevestigden, niet voor de nieuwkomers, en juist daarvan moeten 'we’ het hebben.

Inderdaad heeft het nieuwe 'bedrijvenbeleid’, zoals Maxime Verhagen zijn industriebeleid nieuwe stijl heeft gedoopt, weinig met innovatie te maken en veel met bakkers-kinderen brood geven. Industriepolitiek in Nederland komt al een halve eeuw neer op omgekeerde solidariteit. Arme belastingbetalers als u en ik financieren zonder het te beseffen rijke bestuurders van grote multinationals die geen moer om Nederland geven en de douceurtjes van hun blazerdragende vrindjes bij EZ doodleuk in eigen zak steken of doorsluizen naar buitenlandse aandeelhouders; daar is overigens ook het grootste deel van onze aardgasopbrengsten gebleven.

Tenenkrommend was wederom de reactie van de PvdA - wat is er toch met die partij aan de hand? Woordvoerder Sharon Dijksma bestond het te bekreunen dat het een doodordinaire bezuiniging was, dat er veel sigaren uit eigen doos werden gegeven en dat posten uit andere dossiers een fraaie innovatiestrik hadden gekregen. Ze had natuurlijk moeten zeggen dat zelfs de 1,5 miljard euro die nu voor het 'bedrijvenbeleid’ is uitgetrokken nog te veel is en dat het maar eens afgelopen moet zijn met dit soort belangenbehartiging over de rug van de belastingbetaler. Het tekent de ideologische radeloosheid van de sociaal-democraten dat Dijksma daar niet op kwam.

Maar wat na lezing van de brief nog het meest bevreemdt, is de kloof die gaapt tussen beeld en werkelijkheid - en waar overigens ook de criticasters met open ogen intuinen. In de brief gaat het over clusters van hoog technologische bedrijven rond campussen van technische universiteiten; om natuurwetenschappen en laboratoria; om investeringen in onderzoek en ontwikkeling; om nanotechnologie en 'excellente ICT-infrastructuur’; en gaat het dus eigenlijk om witte jassen, harde wetenschap en dikke patenten. De creatieve industrie is er na intensief lobbyen door de gemeente Amsterdam met de haren bijgesleept om azijnzeikers als ondergetekende de mond te snoeren.

Want niets botst meer met de Nederlandse werkelijkheid dan de technieknijd waar de brief van getuigt. Het mbo levert per jaar rond de 320.000 leerlingen af in de afstudeerrichtingen economie en zorg & welzijn tegen een schamele 120.000 in techniek. In het hoger onderwijs is het niet anders. Talen, rechten, economie en medicijnen trekken ieder zo'n tien procent van de studenten. Bijna veertig procent kiest voor een van de sociale wetenschappen. En techniek en natuurwetenschappen trekken ieder slechts negen procent van de studenten. Bij promovendi is het beeld nog schever. Nederlandse promovendi kiezen in overwegende mate voor de sociale wetenschappen, terwijl promotieplaatsen in de natuurwetenschappen al jaren naar Oost-Europese en Aziatische nerds gaan.

Sommigen menen dat dit het probleem is en dat de oplossing dus schuilt in nuffige promotiecampagnes ('Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’), meer techniek in het basisonderwijs en strengere rekentoetsen in het vervolgonderwijs. Onzin natuurlijk. Het onderwijs volgt de arbeidsmarkt, niet omgekeerd. En de Nederlandse economie draait nu eenmaal op zakelijke en persoonlijke diensten die bijna tachtig procent van het bbp genereren en rond de tachtig procent van de werkgelegenheid. In Amsterdam is de industrie zelfs volledig verdwenen.

Wij leiden economen, bedrijfskundigen, rechters en advocaten en vooral grote cohorten sociale wetenschappers op voor de vele staf- en beleidsfuncties waar Nederland in grossiert. Want als iets de Nederlandse economie kenmerkt, dan is het wel de hoge advies- en beleidsdichtheid. Zowel in de publieke als in de private sector. Nederland krioelt van de consultants, interims en adviseurs, de spinners, framers en marketeers - de doctorandussen met designerbrilletjes die Wilders zo verfoeit. De Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt heeft hun voornaamste eindproduct doeltreffend 'bullshit’ gedoopt; uitlatingen die louter worden gedaan om de stilte te doorbreken, niet vanwege hun effectiviteit of waarheidswaarde. Dat is waar Nederland zijn brood mee verdient. Bullshit Valley dus. In meer dan één betekenis.