Bureau voor arbeid en cijfers

Het kabinet wil de arbeidsbureaus opheffen. Of liever gezegd, splitsen. Het ene stuk heet in de toekomst Centrum voor Werk en Inkomen. Daar kun je je alleen nog inschrijven. Het andere stuk wordt een commercieel bemiddelingsbureau. Dat is marktwerking. De gedachte is dat concurrentie tussen verschillende bemiddelaars uiteindelijk meer mensen aan het werk zal helpen.

Is dat zo? In ieder geval hebben de arbeidsbureaus het niet best gedaan. Dat komt omdat ze publiek belang en eigen belang door elkaar hebben gehaald. Wat ze moesten doen, was een beter werkende arbeidsmarkt bewerkstelligen. Wat ze gingen doen, was tellen hoeveel mensen ze aan het werk hadden geholpen. Dat is niet helemaal hetzelfde. Als je het eerste doet, probeer je vooral mensen aan het werk te helpen die daar wat meer moeite mee hebben dan anderen. Als je het tweede doet, wil je zo veel mogelijk mensen aan werk helpen. In het eerste geval tellen honderd Marokkaanse jongeren meer dan tweehonderd Nederlandse jongeren. In het tweede geval het omgekeerde.
De arbeidsbureaus kozen voor het laatste en daarmee voor het eigen belang boven het publieke belang. Toen de evaluatie van drie jaar geleden dat aantoonde, probeerden ze zich nog te redden met een smoes: als je een werkgever twee Nederlandse jongeren hebt geleverd, kun je daarna makkelijker met een Marokkaanse aankomen. Maar helaas, dat bleek niet uit de cijfers. En dus mag de markt het nu proberen. Blijft de vraag of dat beter zal gaan. Of nee, de vraag blijft of de markt voldoende brood ziet in het bemiddelen van Marokkaanse jongeren.