Burgemeesters willen een humaan vluchtelingenbeleid

Toen ik in het najaar na de tumultueuze avond over de mogelijke komst van vluchtelingen in Purmerend vvd-burgemeester Bijl sprak, verweet hij het kabinet zijn halfslachtige houding. De regering roept: ‘We willen geen vluchtelingen’, ondertussen moeten de gemeentes ze opvangen en dat uitleggen aan hun inwoners. ‘Wij zitten met de gebakken peren.’ Sindsdien spreek ik meer burgemeesters en ze mopperen steeds harder op het regeringsbeleid.

Medium commentaar 2010 2016 humaan 20copy

Gemeentes door het hele land pleiten voor betere opvang, betere integratie en beter beleid. Ze hebben niets aan de holle woorden van landelijke politici die zeggen dat het aantal vluchtelingen terug zal gaan naar nul. Zij hebben te maken met de dagelijkse praktijk.

Afgelopen week reed ik met zwiepende ruitenwissers naar Zaanstad, geen lichtpuntje aan de donkergrijze hemel. Meer dan vijftienhonderd vluchtelingen vangen ze daar op, waarvan 550 in witte party-tenten in het Burgemeester In ’t Veldpark. Het gras was zompig, overal lagen plassen water. Geen prettige omstandigheden, vindt ook burgemeester Geke Faber (PvdA). ‘Ze zitten boven op elkaar, krijgen elke dag magnetroneten en ze blijven er veel langer dan was bedoeld’, zei ze onlangs op BNR Radio. Faber wil dat de landelijke overheid mogelijkheden creëert om mensen een opleiding te laten volgen, de taal te leren, stage te lopen. ‘Mensen geen perspectief bieden is het meest traumatische wat je kunt doen.’

Zaanstad staat niet alleen. De vernieuwing komt van het lokaal bestuur. Amsterdam is al een samenwerkingsproject gestart met uitzendbureaus, universiteiten en ondernemers om vluchtelingen zonder verblijfsvergunning kansen te bieden. De burgemeesters van Boxtel (VVD) en Heusden (PvdA) riepen onlangs het kabinet op te mogen experimenteren met de opvang van vluchtelingen. Ze willen kleine locaties en ook veel eerder met scholing en werk beginnen. Amstelveen weigert nog het sobere bed, bad en brood van de regering als uitgangspunt te nemen. ‘Wij gaan ze opvangen alsof ze nooit meer weggaan’, zei burgemeester Mirjam van ’t Veld (PvdA) in NRC Handelsblad afgelopen week. Het gaat haar ook om het gemeentebelang. Want als de wachttijd, zoals staatssecretaris Dijkhoff zegt, inderdaad oploopt tot anderhalf jaar en als mensen daarna nog jaren moeten wachten op hun gezin: ‘Hoe zal het daarna met ze gaan? En hoe zullen ze zich gedragen in de buurt?’

De regering mag nu in haar nopjes zijn met de voorlopige deal die deze week is gesloten met Turkije, veel burgemeesters zien dat anders. ‘Het Haagse beleid gaat over hoe je de grenzen beheerst, maar wat doe je met de mensen die hier zijn?’ zei burgemeester Bruls van Nijmegen (CDA) afgelopen zondag in Buitenhof. ‘In Den Haag zou wel eens wat meer mogen worden uitgedragen dat we in Nederland een verantwoordelijkheid hebben om mensen op te vangen’, zei de burgemeester van Amstelveen. ‘Wat ik lastig vind’, zei de burgemeester van Zaanstad, ‘is dat er door bewindslieden wel erg snel wordt gezegd: “We lossen het op bij de grens met Turkije.” Ik vind dat je een tegengeluid moet laten horen. We hebben het maar over een half procent van onze bevolking. We moeten ons best doen vluchtelingen iets te laten maken van hun leven.’

De burgemeesters komen op dit moment als enige bestuurders op voor een humaan en rationeel vluchtelingenbeleid. Zij laten nog zien dat het over mensen gaat. Een sprankje hoop in deze donkere dagen.