ABN investeert in clusterbommen

Burgerbommen

ABN Amro heeft geïnvesteerd in de Insys Group, een producent van onder meer clusterbommen en ander wapentuig. Steeds vaker bedreigen die de levens van veel onschuldige burgers, vooral kinderen. De bank lijkt daar niet om te malen, ook al ziet zij zichzelf graag als een goede ‘corporate citizen’.

Het was slechts een klein berichtje, vorig jaar, in Jane’s Defense Weekly. Maar het bleek een omvangrijke transactie te betreffen. Jane’s meldde de overname van het Britse defensie bedrijf Hunting Engineering Ltd. door ABN Amro. Aan Nederland ging het bericht bijna onopgemerkt voorbij.

Ook Frank Slijper, onderzoeker van Campagne tegen Wapenhandel, was niet meteen gealarmeerd. Totdat hij zich verdiepte in de achtergrond van de koop.

Slijper: «In eerste instantie dacht ik dat Hunting Engineering een onopvallend bedrijf was dat iets te maken had met het ontwikkelen van militaire communicatiesystemen.» Maar Hunting Engineering, zo ontdekte hij al snel, deed méér. Het bedrijf was een grote Britse leverancier van clusterbommen. Sinds 1972 verkocht het meer dan 52.500 exemplaren van de bl/rbl755-clusterbom aan strijdkrachten in zeventien naties. Hunting Engineering werd opgekocht door ABN Amro Capital (een investeringsfonds van ABN Amro) en drie directeuren van het bedrijf voor 42,3 miljoen pond. Na deze management buy-out werd het bedrijf omgedoopt in Insys Group Ltd.

De BL755 en zijn gemoderniseerde, met radar uitgeruste broertje RBL755 zijn gevuld met 147 kleine bommetjes, «submunities» in militair jargon, die vlak boven de grond loskomen. De bommen schakelen in een gebied ter grootte van twee tot drie voetbalvelden alles wat leeft uit. Een groot deel van de submunities, die elk weer tweeduizend granaatsplinters bevatten, ontploft in de praktijk echter niet. Dit gebeurt alsnog als ze nadien worden aangeraakt door spelende kinderen of ploegende boeren. Zo blijven clusterbommen nog jaren na een conflict mensen doden en verminken.

De clusterwapens van Insys Group zijn onder meer ingezet tijdens de Navo-bombardementen op Joegoslavië en Kosovo. In 1999 heeft de Britse luchtmacht daar 531 clusterbommen afgeworpen, ruim de helft van de in totaal door hen gebruikte bommen. Volgens schattingen van de Navo is acht tot twaalf procent van de submunities van de Britse clusterbommen niet ontploft.

Clusterbommen zijn volgens internationale conventies niet verboden. Het gebruik ervan is echter veel bediscussieerd. Toen Nederlandse vliegtuigen boven Kosovo en Servië clusterbommen bleken te hebben afgeworpen, leidde dat tot parlementair protest. En de inzet van clusterbommen tijdens de Amerikaanse bombardementen op Afghanistan zorgde voor een crisis binnen GroenLinks, dat de steun aan de militaire acties introk.

Vanaf augustus 2000 dringen humanitaire organisaties als Human Rights Watch, Amnesty International en het Internationale Rode Kruis vergeefs aan op een moratorium op het gebruik van clusterwapens wegens het grote risico voor de bevolking. Al tijdens de oorlog in Vietnam, en nog lang daarna, eisten clusterbommen een hoge tol. Met de regelmaat van de klok stuitten rijstboertjes in Laos, aan de grens met Vietnam, op onontplofte projectielen. Nog altijd is het gebied niet bomvrij.

Boven Joegoslavië werden in 1999 naast de BL755 ook Amerikaanse clusterbommen afgeworpen, met name de CBU 87, die 202 cilindervormige submunities bevat. Nederlandse F16’s voerden 166 aanvallen uit met de CBU 87, volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken boven «oppervlaktedoelen zoals vliegvelden, elektronische installaties, verzamelgebieden van militair materieel en militaire eenheden, gepantserde eenheden en brandstofopslagplaatsen». Dit ondanks het feit dat Kosovo en delen van Servië dichtbevolkt zijn. Volgens Human Rights Watch werd onder meer in de stad Nis een vliegveld dat dicht tegen de stad aan lag met clustermunitie bestookt. Volgens de organisatie vielen bij aanvallen met clusterwapens in Joegoslavië tussen de 90 en 150 doden onder de burgerbevolking. Met name in Kosovo eisten clusterbommen tot lang na de bombardementen onschuldige slachtoffers. Tussen juni 1999 en mei 2000 telde het Rode Kruis 50 doden en 101 gewonden. Plus 108 gevallen waarin niet meer kon worden vastgesteld wat de dood of verwonding veroorzaakte.

De eerste meldingen van vaak zeer jonge clusterbomslachtoffers in Afghanistan sijpelen inmiddels binnen. Het Pentagon moest toegeven dat onontplofte submunitie op 22 oktober jongstleden, in het bij Herat gelegen Afghaanse dorp Shaker Qala, 9 doden en 14 gewonden tot gevolg had. Inmiddels zouden er meer dan 70.000 onontplofte bommetjes in het reeds met mijnen bezaaide land zijn terechtgekomen. Tot overmaat van ramp zijn de onontplofte, op een blikje frisdrank lijkende CBU 87-bommetjes geelgekleurd, net als de door de Amerikanen afgeworpen voedselpakketten. Tenminste één kind werd gedood en een ander gewond toen ze de bommetjes aanzagen voor «a gift from the United States of America», zoals op de voedselpakketten staat vermeld.

Tijdens de Golfoorlog is de BL755 op grote schaal ingezet. Tezamen met de Amerikaanse clusterbommen resulteerde dat in meer dan 1600 Iraakse en Koeweitse burgerdoden, en meer dan 2500 gewonden. Naar schatting 1,2 miljoen bommetjes bleken blindgangers. Nooit eerder in de geschiedenis werd in korte tijd zo’n enorme hoeveelheid mijnen gelegd.

Want zó moet onontplofte clustermunitie worden beschouwd, meent onder anderen Human Rights Watch-onderzoeker Joost Hilterman: «Als ze niet ontploffen bij het neerkomen, kunnen ze het leven kosten aan burgers die het gebied betreden. Daarmee hebben ze hetzelfde effect als verboden antipersoneels mijnen. Het probleem is dat met name de BL755 tamelijk oud is, en slecht materiaal bevat. De redenering is puur gebaseerd op effectiviteit: het maakt niet uit dat er een paar bommetjes niet ontploffen, want er zitten er zo véél in een clusterbom. Een ander punt is dat het wapen een groot gebied bestrijkt, waardoor je makkelijk een fout maakt en woongebieden bestrooit.» Volgens Hilterman kan alleen worden voorkomen dat clusterbommen burgerbommen worden door ze uit te rusten met een zelfvernietigingsmechanisme. Maar dat is een zeer kostbare operatie, meldt zijn collega Mark Hiznay: «De kans is minimaal dat regeringen zich daaraan zullen zetten. In elk geval heeft de BL755 noch de RBL755 zo’n mechanisme.»

Volgens ABN Amro valt Insys Group noch de bank zelf iets aan te rekenen. «Wij houden ons aan alle regels. Er zijn geen internationale verdragen die clusterbommen verbieden. Sterker nog, Nederland gebruikt ze zélf», zegt een woordvoerder. Bovendien produceert Insys Group volgens hem de clusterbom niet meer, maar houdt het bedrijf zich slechts bezig met het «servicen van het product». Dat houdt onder meer het testen in van de verspreiding en het ontploffingspercentage. «Insys ziet dat als een humanitaire daad.»

Volgens de Britse Campaign Against Arms Trade ligt de productie van de bl/rbl755 in derdaad al ongeveer tien jaar stil. Maar dat zegt niets, volgens dit onderzoekscollectief. «Dergelijke wapens hebben een enorm lang leven. Het enige wat je hoeft te doen nadat je ze van de band hebt laten rollen, is ze onderhouden en controleren.» Dat is precies wat In sys Group doet. Onlangs kreeg het bedrijf een grote order van het Britse ministerie van Defensie om de voorraad bl/rbl755’s te onderhouden tot tenminste 2006. Volgens Joost Hilterman staat dat gelijk aan het produceren van de wapens «omdat Insys ze operationeel houdt».

Ook haar eigen business principles weerhouden ABN Amro niet van het investeren in Insys Group. Daarin meldt de bank onder meer mensenrechten te respecteren en een goede corporate citizen te willen zijn. «We zijn ons bewust van en handelen in overeenkomst met onze brede verantwoordelijkheid jegens de maatschappij en de gemeenschappen waarin we opereren» valt op de website te lezen. Investeren in dubieuze producten van de defensie-industrie is daarmee niet strijdig, meent de woordvoerder: «Wij richten ons op bonafide bedrijven. Als we de hele defensie-industrie links zouden laten liggen, zouden we geen zaken meer kunnen doen met een groot aantal bedrijven in binnen- en buitenland.» En dat zou natuurlijk in strijd zijn met een ander busi ness principle van de bank: het «maximaliseren» van «het langetermijnbelang van de aandeelhouder». De bank zegt «nooit meer dan vijftig procent» van de Insys-aandelen in handen te hebben gehad en, zoals gebruikelijk bij een management buy-out, haar aandeel te willen afbouwen naar twintig procent. Het volledig afstoten van Insys Group «is niet aan de orde».

Toch ziet het er niet rooskleurig uit voor ABN’s investering in Insys Group. Uit naspeuringen van deze krant blijkt dat Insys ook betrokken is bij de vervaardiging van twee types antitankmijnen die zo mogelijk nóg meer omstreden zijn dan de clusterbom.

Insys Group produceert in samenwerking met een consortium van Europese bedrijven een multiple rocket launcher system (MRLS) waarmee raketten kunnen worden afgevuurd die verschillende ladingen bevatten. Dat kan clustermunitie zijn, maar ook een serie van 28 AT2-antitankmijnen. De AT2 is een Duits fabrikaat. Hunting Engineering, het huidige Insys Group, is verantwoordelijk voor de «warhead assembly» van de raketten die de MRLS afvuurt, inclusief de raket die AT2’s bevat. Over de AT2 zijn herhaaldelijk vragen gesteld in het Britse parlement. Het wapen is zeer omstreden omdat het een antihanteringsmechanisme bevat dat ervoor zorgt dat de mijn ontploft wanneer hij in «scherpe» toestand wordt gedraaid of verschoven. Het mechanisme is bedoeld om te voorkomen dat hij onschadelijk wordt gemaakt. Maar in de termen van het Verdrag van Ottawa, ondertekend door 122 landen waaronder Nederland en Groot-Brittannië, is het daarmee óók een verboden antipersoneels mijn geworden. De druk op de Britse regering om haar voorraad van honderdduizend AT2’s te vernietigen, neemt hand over hand toe.

Daarnaast produceert Insys Group de «Adder». Ook dit antitanksysteem is omstreden wegens zijn bijkomende antipersoneels effect (in dit geval een struikeldraadmechanisme) dat burgers fataal kan worden. Volgens de wereldwijd opererende organisatie Land mine Action, de drijvende kracht achter het verbod op landmijnen en voorheen bivakkerend onder de vleugels van Lady Di, zijn dit «alternatieve antipersoneelsmijnen» die individuele burgers of burgervoertuigen net zo makkelijk opblazen als een tank. Volgens Landmine Action zijn dergelijke wapens in strijd met het Verdrag van Ottawa, en met andere internationale humanitaire en mensenrechtenconventies.

Inmiddels zijn door Bert Koenders (PvdA) kamervragen gesteld aan staatssecretaris Gerrit Ybema van Economische Zaken (Buitenlandse Handel). Volgens Koenders strookt de investering van ABN Amro in Insys Group niet met het door de overheid beoogde beginsel van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ook kamerlid Harry van Bommel (SP) wil het fijne weten van de investering. Hij overweegt een breed opgezette publieksactie tegen ABN Amro met de beoogde deelname van organisaties als Unicef en Defense for Children. «Op die manier is het ook gelukt antipersoneelsmijnen te verbieden. Ik zal een brief opstellen aan ABN Amro waarin ik ze tot Dodenherdenking op 4 mei de tijd geef zich uit Insys Group terug te trekken. Dat lijkt me een passende datum, want clusterbommen en landmijnen hebben te veel onschuldige slachtoffers geëist.»