Schaduwzijden van de participatiesamenleving

Burgermoed of eigenrichting

Een burgerarrest met fatale afloop, vorige week in Assen, is het meest recente voorbeeld van een ontwikkeling waarbij burgers steeds vaker het heft in eigen handen nemen.

Buurtpreventieteam op pad © Rutting

Nationale beroering wegens een triest voorval in Assen, vorige week zaterdag. Plaats van handeling is Peelo, een nieuwbouwwijk uit de jaren tachtig, met rijtjeshuizen geordend in woonerven. Aan een daarvan grenst een speelveldje. Daar valt een man een meisje van vier lastig. Hij zou haar gevraagd hebben zich uit te kleden, zo hoorde de Volkskrant van ooggetuigen. Haar vader ziet het van een afstand en grijpt in. Vier buurtgenoten schieten te hulp, werken de man tegen de grond en houden hem in bedwang.

Als de politie arriveert blijkt de man overleden. De buurtgenoten worden aangehouden, maar zondagavond weer vrijgelaten. Uit politieonderzoek is niet gebleken dat ze de overledene – een 32-jarige hovenier uit Assen met een auditieve beperking – hebben mishandeld. Twee dagen later, op dinsdag, brengt het Openbaar Ministerie naar buiten dat er ‘voldoende feiten’ zijn ‘die wijzen op een zedenmisdrijf waarbij de overledene betrokken was’.

Dat de zaak veel aandacht krijgt is logisch. Het gaat om een beschuldiging van pedofilie, en dat raakt diep. ‘Verzet tegen kindermisbruik is een verankering van een moraal die op drift is’, zegt Hans Boutellier, hoogleraar veiligheid en veerkracht aan de Vrije Universiteit. In zijn boek Het seculiere experiment beschrijft hij hoe we leven in een ‘pragmacratie zonder bezielende moraal’.

De gebeurtenissen in Assen passen in een ontwikkeling. Burgers zijn zelfstandiger gaan optreden tegen wat ze als bedreigend ervaren, of het nu gaat om hun tradities, have en goed of om wat ze voelen als veiligheid. Burgerwachten, buurtapps, blokkeerfriezen en felle protesten tegen asielzoekerscentra maken deel uit van die ontwikkeling.

Het is vooral de aanhouding door de vijf mannen die de gemoederen beroert. De buurt is een tamelijk hechte gemeenschap. De mensen kennen elkaar, er zijn buurtbarbecues en er wordt vriendelijk en respectvol met elkaar omgegaan. Dus schoten buurtgenoten de vader te hulp toen ze hem hoorden roepen. Dat is de gemeenschapszin die politici, van progressief tot conservatief, al jarenlang propageren: je om elkaar bekommeren, ‘burgermoed’ betonen. De mannen deden echter meer dan het meisje beschermen en het opnemen van een dadersignalement: ze gebruikten geweld.

Dat mag, zegt Boutellier, als het volgens de regels gebeurt. Dan betreft het een klassiek ‘burgerarrest’. ‘De politie kan nu eenmaal niet overal tegelijk zijn. Dat moet een overheid ook niet willen, dat lukt tegenwoordig alleen nog in Noord-Korea.’ Hij benadrukt dat hij ‘niet sceptisch’ is over de rol die burgers spelen bij het waarborgen van hun veiligheid. ‘Dat wordt nu eenmaal van ze gevraagd en de grenzen die aan hun optreden worden gesteld zijn goed geregeld.’

De regels waaraan een burgerarrest moet voldoen zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering van 1921. Als iemand op heterdaad wordt betrapt bij het plegen van een strafbaar feit, mag die persoon door burgers worden aangehouden om hem aan de politie over te dragen (artikel 53). Bij het inzetten van geweld bij een burgerarrest gelden de principes van subsidiariteit en proportionaliteit: er mag meer en harder fysiek geweld worden ingezet naarmate het misdrijf ernstiger is en het verzet van de verdachte heviger. Hoogleraar strafrechtswetenschappen Jan Naeyé noemde dit in 2009 ‘een robuust persoonlijk aanvalsrecht’.

Als bij zo’n aanhouding geweld wordt gebruikt, komt de zaak vaak voor de rechter. De overheid is beducht voor ‘eigenrichting’. Het geweldsmonopolie ligt bij de staat, en men wil de burgers geen verkeerd signaal geven. De vijf mannen uit de wijk Peelo zijn volgens het OM dan ook nog steeds ‘verdachten’, in afwachting van nader onderzoek.

Is het aantal burgerarresten de laatste jaren toegenomen? We weten het niet. De politieacademie onderzocht heterdaadaanhoudingen uit 2004 in een beperkt gebied rond Amsterdam en Arnhem. In totaal werden daar 104 burgeraanhoudingen verricht, waarvan 98 door ‘burgers in beroepsuitoefening’, zoals winkeliers en portiers. Buurtbewoners of toevallige passanten gaan blijkbaar zelden over tot een burgeraanhouding.

Toch zijn er enkele beruchte zaken. In 2002 gingen medewerkers van een Amsterdamse Albert Heijn een man achterna die een greep in de kas had gedaan. Bij hun burgerarrest gebruikten ze veel geweld. Een van de mannen werd veroordeeld tot een boete, die werd betaald door een verontwaardigde prins Bernhard. Een jaar later hielden AH-medewerkers elders in Amsterdam Anja Joos aan, op verdenking van diefstal. Ze werd in elkaar getrapt, waarna ze overleed. Acht ‘burgerdaders’ werden veroordeeld. En dan is er de zaak uit 2012, toen in Diessen een dief stierf tijdens de vechtpartij die ontstond toen hij op heterdaad werd betrapt door de bewoners. ‘Inbrekersrisico’, meende staatssecretaris van Justitie Fred Teeven in een veel geciteerde uitspraak. Er werd niemand vervolgd.

‘Verbazingwekkend: je ziet de buurtapps vooral in veilige wijken, niet in achterstandswijken’

Wat we wel weten is dat er al sinds de jaren tachtig steeds meer wordt verwacht dat burgers voor elkaar zorgen, zonder tussenkomst van de overheid, ook op veiligheidsgebied. Het beroep op de burger begon halverwege de jaren tachtig. Een Tweede Kamer-commissie geleid door PvdA’er Hein Roethof concludeerde dat (kleine) criminaliteit niet alleen door de politie moest worden bestreden, maar ook door de burgers zelf. Die waren toen nog gewend flink op de verzorgingsstaat te leunen, dus klonk er luid protest.

‘In de jaren tachtig, negentig groeide de criminaliteit hard’, zegt Boutellier. ‘Er kwam almaar meer politie. Politiepsycholoog Frans Denkers deed een beroep op de zelfredzaamheid en het corrigerende vermogen van burgers om te voorkomen dat het repressieve staatsapparaat – om maar eens een oude linkse term te gebruiken – te hard zou groeien. De samenleving moest zelf zijn veiligheid op orde houden. Hij vond dat de verzorgingsstaat gemeenschapszin wegnam.’ In de jaren vlak na de millenniumwisseling zette het beroep op de burgers door, maar nu ook vanuit rechtse hoek. ‘Niet om te voorkomen dat de repressie te groot werd, maar juist vanuit de constatering dat politie en justitie het niet meer aan konden. Niet de burger als substituut, maar als surplus van politie en justitie.’

Sindsdien zagen we een lange reeks van politiek gemotiveerde pogingen om burgers verantwoordelijk te maken voor wat vroeger overheidstaken waren. Op veiligheidsgebied ontstonden initiatieven als Burgernet (sinds 1993), waarbij burgers worden ingeschakeld om uit te kijken naar personen of voertuigen. Er kwamen kliklijnen zoals Meld Misdaad Anoniem, en de afgelopen jaren schoten de borden met ‘Attentie WhatsApp Buurtpreventie’ als paddenstoelen uit de grond. Buurtpreventieteams begonnen in wijken te patrouilleren, met goedkeuring van de politie. Vaak aangestuurd via een buurtapp. Ook Peelo had er een, waarin op de fatale dag melding werd gemaakt van ‘een potloodventer’ die actief zou zijn in de wijk. Allemaal onderdeel van ‘het participatiedenken’, zoals Boutellier het noemt.

De term ‘participatiesamenleving’ werd in 1991 al gebezigd door premier Wim Kok (PvdA) en in 2005 opnieuw door cda-premier Jan-Peter Balkenende, maar raakte pas in 2013 in zwang toen het kabinet Rutte II hem de koning in de mond legde, nu vooral in het kader van forse bezuinigingen wegens de economische crisis. ‘Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving’, sprak Willem-Alexander in zijn Troonrede-debuut. Twee maanden later werd de term door het Genootschap Onze Taal tot hét woord van 2013 uitgeroepen. Ook nu, in de discussie over de dood van de Assense hovenier, wordt gewezen op participatie. Volgens bewoners deden de buurtgenoten hun plicht en verdienden de vijf aanhouders ‘een lintje’. Hun buurtapp is er niet voor onderling geteut. ‘De Peelo WhatsApp-groepen zijn bedoeld als buurtwacht, niet als buurthuis. Geen overbodige berichten!!’ zo wordt gewaarschuwd op de site van Peelo Alert.

‘Als ergens de participatiesamenleving blijkt, is het wel op het gebied van de veiligheid, met al die buurtteams en buurtapps – allemaal initiatieven om de burger tot ogen en oren van de politie te maken’, zegt de Rotterdamse criminoloog en filosoof Marc Schuilenburg, expert op het gebied van het Nederlandse veiligheidsdenken. Hij ging het nog eens na: de laatste vier à vijf jaar explodeerde het aantal buurtapps en -preventieteams. In bijna de helft van alle Nederlandse gemeenten zijn naar schatting zevenhonderd buurtteams actief en er zijn nu al meer dan negenduizend WhatsApp-buurtgroepen.

‘Dat is echt gigantisch. Het verbazingwekkende is: je ziet het vooral in relatief veilige wijken, en niet in de achterstandswijken, waar je het eigenlijk zou verwachten.’ In zijn boek Hysterie. Een cultuurdiagnose noemt hij dat ‘de succesparadox’: hoe veiliger het wordt, hoe panischer we zijn over het laatste stukje tekort. Juist in die veilige wijken bestaat angst voor het vreemde.

‘De verzuiling is verloren’, zegt Schuilenburg, ‘de anonimiteit neemt toe, mensen voelen zich niet meer thuis. Dat gevoel krijgen ze nu terug door veiligheid tot hun gemeenschappelijke belang te maken. Ze verbinden zich weer met elkaar. Maar je hebt het dan wel over de gemiddelde blanke Nederlander. Alles wat afwijkt van de norm, van hangjongeren tot donkergekleurde jongens met een baard, loopt grote kans te worden aangesproken door buurtteams. Stigmatisering, discriminatie en etnische profilering zijn fenomenen die nauw samenhangen met burgerparticipatie.’

Dat bleek ook rond de invoering van het boerkaverbod, toen het Algemeen Dagblad op de voorpagina uitlegde dat bij een betrapping op heterdaad een burgerarrest mag worden uitgevoerd, en dat daarbij dwang mag worden gebruikt om te voorkomen dat iemand de benen neemt. ‘Dat kan bijvoorbeeld door iemand tegen de grond te houden.’

‘HAHA kom we gaan middagje burgerarrestaties plegen op de kruisstraat, dan hedde er binnenkort geen een meer lope in eindhoven’ (sic), reageerde een vrouw op de Facebookpagina Eigen Volk Eerst, met ruim 57.000 volgers.

Schuilenburg wijst bovendien op de uit Finland overgewaaide extreem-rechtse groepering Soldiers of Odin, waarvan enkele jaren geleden een afdeling in Groningen werd opgericht. In 2016 voerde de groep, die zich omschrijft als burgerwacht, iets uit wat leek op een burgerarrest: in Winschoten werd een asielzoeker die vrouwen en meisjes zou hebben lastiggevallen ‘overgedragen’ aan de politie. Volgens de politie vond ze de toegetakelde man na een melding, en waren de zelfbenoemde soldaten nergens te bekennen.

‘Participatie wordt altijd positief geframed’, aldus Schuilenburg, ‘maar de schaduwzijde komt zelden onder de aandacht. We hebben de neiging dit soort voorbeelden weg te moffelen en te doen alsof ze niet bestaan, maar de Soldiers of Odin opereren in het verlengde van de buurtpreventieteams. Dit zijn óók burgers die zelf de veiligheid ter hand nemen.’