Media

Burgerschap

Vanmorgen vertelde de vrouw van de kiosk in ons Spaanse dorp me dat ze tegenwoordig nog niet de helft van het aantal kranten verkoopt dat ze enkele jaren geleden verkocht. En is dat altijd zo, vroeg ik, zijn er geen momenten dat het beter gaat? ‘Die zijn er’, zei de vrouw, ‘zo’n kroning als in Nederland bijvoorbeeld. Dan verkoop ik meer, veel meer, vooral bladen. Van (roddelbladen) Hola en Semana waren de nummers niet aan te slepen. Ik was binnen een uur uitverkocht en de nieuwe lading ook. Dit vind ik fascinerend. Je kunt je deze gretigheid eenvoudig voorstellen als het Nederland betreft.

Medium defb18c55b089fbfa0d0382ca32bb047

Maar waarom zoveel belangstelling op een afstand van tweeduizend kilometer en in een land waarmee wij nauwelijks betrekkingen onderhouden? Wat heeft de gemiddelde Spanjaard nu met de Nederlandse monarchie?

Het is waar, koninklijke huwelijken, kroningen, geboortes en sterfgevallen hebben sinds mensenheugenis veel aandacht getrokken. Gewoon omdat ze koninklijk zijn, vanwege de jetset, het vertoon, de mogelijkheid van het vergapen. Dat is weinig nieuws. Nieuw zijn hoogstens de geavanceerde middelen – goede fotografie, fraaie druk, prachtige beelden. Maar dat is niet waar het me hier om gaat. Dat is iets anders: modern burgerschap.

In ‘onze kringen’ wordt stevig gemopperd over zachte journalistiek. Dat gebeurt al jaren en het gemopper wordt sterker omdat ook die populaire journalistiek sterker wordt. Zie de recente debatten over NRC Handelsblad en het NOS Journaal. Vaak lijkt De Groene Amsterdammer een almaar kleiner eiland in een uitdijende oceaan. Je kunt vinden dat zo’n eiland koste wat het kost moet blijven bestaan, maar dat betekent nog niet dat je je daarop mopperend moet terugtrekken. Laat ik het simpeler zeggen: hoe meer ik erover nadenk, hoe meer sympathie ik krijg voor zachte journalistiek.

Het klassieke beeld van kwaliteitsjournalistiek is ontleend aan een tijdperk waarin burgers eerst en vooral als politieke dieren werden beschouwd. Zo’n gezichtspunt was noodzakelijk in een periode van democratisering en emancipatie. Hoewel die periode voor sommige groepen onder de westerse bevolking verre van voltooid is (of met de crisis terugkeert), is dat voor een meerderheid wel het geval. Die meerderheid heeft daarom de mogelijkheid zich volledig aan andere zaken dan politiek in de enge betekenis te wijden. Dat doet zij ook, zoals zij dat, behalve in perioden van stress, eigenlijk altijd gedaan heeft. Wat verandert, of eigenlijk zou moeten veranderen, is de reactie hierop van degenen die met dedain op dergelijk gedrag neerkijken. Want waarom zou alleen iemand die goed geïnformeerd is over staatszaken, sociale zaken, economie en buitenlandse politiek een goede burger kunnen zijn? Wie zegt dat eigenlijk? En met welk recht? Is dat niet precies wat in de Verenigde Staten de ‘progressivist fallacy’ wordt genoemd, een eenzijdig mens- en wereldbeeld uit een tijdperk van emancipatie, burgerstrijd, democratisering en politieke strijd? Maar is dat tijdperk niet al lang voorbij en zijn goede burgers niet ook mensen die een behoorlijk zelfbeeld hebben en in staat zijn die eigen persoonlijkheid in verhouding tot anderen te bezien?

Zo geformuleerd zullen vermoedelijk weinigen er bezwaar tegen hebben. Maar wat nu als ik hieraan toevoeg dat dit precies is waaraan de zachte journalistiek bijdraagt? Natuurlijk, er is veel rommel onder, maar geldt dat niet ook voor de harde journalistiek? Er is onder die zachte journalistiek, anders gezegd, ook heel veel wat niet zo snel op de vuilnishoop gegooid mag worden. Programma’s of artikelen over familieverhoudingen, echtscheidingen, burenruzies, zelfontdekking, spiritualiteit, de bladen staan er vol mee, de televisie loopt ervan over. Maken zij direct of indirect geen goede burgers? En wat te denken van al die Discovery-achtige programma’s over werk, natuur, reizen, milieu? Leren zij niet juist hoe en wat onze wereld is – een enorme variëteit van mensen, meningen en mogelijkheden? Is de klassieke journalistiek (die de faam heeft kwaliteit te brengen) daarbij vergeleken niet vaak saaie, nietszeggende koek die zich steeds herhaalt? En dan de factor vermaak (‘leuk’) die van al die zachte artikelen en programma’s zo’n belangrijk element uitmaakt: wat is daar eigenlijk op tegen? Was niet juist het doel van al dat democratiseringsstreven dat mensen een plezierig leven konden leiden? En als ze dat dan doen, is het niet goed. Wat zijn we voor calvinisten?

Op het eerste gezicht heeft de opmerkelijke aandacht voor jetset en blauwbloed hiermee niet zoveel van doen. Maar toch, in bijna al die zachte programma’s en artikelen worden individuele personen met hun twijfels, successen, verdriet en geluk getoond. Lezers en kijkers vormen hun burgerschap door zich daaraan te spiegelen. Dit geldt in versterkte mate voor jetset en blauwbloed. We leven nu eenmaal in een beroemderikenmaatschappij en zij zijn de beroemdste ikken. Toch?