H.J.A. Hofland

Bush als logo van de duivel

De ouverture tot de Amerikaanse verkiezingsstrijd is begonnen. Met het besluit van Hillary Rodham Clinton om de strijd aan te gaan om de Democratische kandidatuur voor het presidentschap? Of met de beslissing van George W. Bush om, tegen de wil van de meerderheid van de kiezers en tegen het advies van de commissie-Baker in, nog eens 21.000 soldaten extra naar Irak te sturen? Is de strijd nu begonnen in de straten van Bagdad of in de hoofdkwartieren van de Democraten en de Republikeinen? Of is het zo te simplistisch voorgesteld?

Als deze regering er niet in slaagt binnen laten we zeggen een jaar het probleem Irak tot het overtuigende begin van een oplossing te brengen, kunnen de Republikeinen het presidentschap vergeten. Al veel langer denkt een groeiende meerderheid dat Bush en zijn gezelschap daar op de verkeerde weg zijn. Eén mislukking kan een leider van de natie zich veroorloven, zelfs al is het een catastrofe, mits er veel positiefs tegenover staat. Bij Bush is het langzamerhand allemaal negatief.

Laten we Irak even terzijde. Is er enig uitzicht dat de situatie in Afghanistan voor het begin van de verkiezingscampagne, verbetert? Nee. Ook hier heeft die speciale vorm van optimisme, het we will prevail van de president, dat zo lang aanstekelijk heeft gewerkt, plaatsgemaakt voor een nieuwe werkelijkheidszin. Daarin liggen niet meer de gouden bergen van de democratisch geordende staat om de hoek. De deadlines zijn verdwenen. Voorlopig moet er worden doorgevochten: de wederopbouwmissie is een vechtmissie geworden.

Verder hebben we de tot voor kort wat minder opvallende sectoren uit het panorama van mislukkingen: Syrië en Iran, partijen in het Iraakse probleem waarmee Bush niet wil praten omdat het schurkenstaten zijn. Verder het eindeloze Israëlisch-Palestijnse conflict. En dan is er nog de ultrageheime kernindustrie van Iran, waarvan Bush zeker weet dat die het maken van atoomwapens tot doel heeft. Niet in de Amerikaanse media van het midden maar steeds vaker in progressieve media wordt al langer het vermoeden uitgesproken dat het Pentagon een preventieve militaire actie tegen Teheran in voorbereiding heeft. Begin deze maand maakte de president zelf een toespeling op die mogelijkheid, wat eindelijk een felle reactie in de Senaat veroorzaakte. Amerika’s bondgenoten, in de eerste plaats de Europese Unie, zou er alles aan gelegen moeten zijn dat te voorkomen. Zo’n preventieve aanval zou de omvang van de problemen in het Midden-Oosten op z’n minst verdubbelen. Dat kan Amerika niet aan, ten minste de helft van de Amerikanen wil het niet en Europa evenmin.

Natuurlijk zou een Iraanse kernbom een ernstige verstoring betekenen van wat er nog aan evenwicht in het Midden-Oosten over is. Maar een preventieve oorlog zou ernstiger zijn, want daarmee wordt alle invloed van het Westen en het beetje goodwill dat nog over is, vernietigd. En zou Iran als eerste de bom gebruiken, dan zou het daarmee zijn tegenstanders de rechtvaardiging geven de aanval op dezelfde manier te beantwoorden. Alleen al dit vooruitzicht zou Teheran op kalmere gedachten kunnen brengen. De meest wenselijke situatie zou het niet zijn. De verhoudingen naderen dan de wederzijdse afschrikking van de grote partijen in de Koude Oorlog.

Ten slotte de reputatie van de president op het gebied van zijn binnenlandse politiek: zijn onderschatting van de gevolgen van de orkaan Katrina, de verwaarlozing van de wederopbouw, zijn verzet tegen het stamcelonderzoek, waardoor de wetenschappelijke wereld zich tegen hem heeft gekeerd, het taboe op abortus, het gigantische begrotingstekort ten gevolge van de oorlogen. Het nadelig saldo overziend, zou je denken dat de Republikeinen strijden voor een verloren zaak.

Maar laten we ons niet vergissen in de aantrekkingskracht van Hillary. Ze mag dan een ervaren politicus zijn, als senator heeft ze voor de oorlog gestemd en bovendien wordt ze gehaat door conservatief Amerika. Barack Obama, die waarschijnlijk ook zijn best zal doen om de Democratische kandidaat voor het presidentschap te worden, heeft zijn eigen nadelen. Hij is jong (45), onervaren op het gebied van de buitenlandse politiek en, wat in de verkiezingsstrijd misschien meer zal tellen, hij heeft in zijn jeugd wel eens marihuana gerookt, hij rookt nog steeds sigaretten en een van zijn voorouders is zwart. Dat heeft weliswaar niets met Irak, Iran of Israël te maken, maar het telt zwaar in de verkiezingen.

Niets is in dit Amerika nog zeker, behalve dat de kiezers zich moeten voorbereiden op een helse campagne. Over twee jaar houdt de nieuwe president zijn eerste State of the Union. Dan heeft Bush niets meer te vertellen. Dat zal in ieder geval een opluchting voor de wereld zijn. Hij is geen president; hij is een logo van mondiale mislukkingen. Nu is het afwachten of hij dat binnen anderhalf jaar met 21.000 soldaten extra nog zal kunnen veranderen. Hij zal zijn best doen. Ik voorspel: op de verkeerde manier.