NEDERLANDSE MILITAIRE STEUN AAN DE IRAK-OORLOG

Bush’ braafste bondgenoot

Een parlementair onderzoek naar de besluitvorming rond de oorlog in Irak zal ook moeten gaan over de Nederlandse militaire betrokkenheid. Geheime militaire inzet wordt door diverse bronnen binnen krijgsmacht en inlichtingendiensten bevestigd.

‘WAAROM DENKT U dat bij de eerste grote persconferentie door de hoogste Amerikaanse generaal Tommy Franks in Qatar een Nederlandse officier op het podium stond? Dat was echt niet alleen wegens de verbale steun die Nederland heeft gegeven’, aldus een anonieme inlichtingenofficier ‘uit een westers land’ in een van de uitzendingen die het radioprogramma Argos wijdde aan de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de oorlog in Irak. De Nederlandse regering zei de Amerikaanse aanval slechts politiek te steunen, maar de redactie van het gelauwerde onderzoeksprogramma heeft flink wat aanwijzingen dat er ook sprake was van militaire betrokkenheid. Eén daarvan is de aanwezigheid van luitenant-kolonel Jan Blom bij generaal Franks persconferentie van 22 maart 2003. Op het podium stonden nog drie officieren, afkomstig uit Groot-Brittannië, Australië en Denemarken. Landen die actieve militaire steun gaven aan de oorlog, openlijk en niet in het geniep, zoals Nederland.
Premier Balkenende ziet nog steeds niets in een onderzoek naar de Nederlandse besluitvorming rond de oorlog in Irak, zei hij zondag in Buitenhof. Het lijkt hem ‘niet zinnig’, omdat ‘er al zoveel informatie is gewisseld’. Hij wees erop dat de Tweede Kamer er inmiddels zestien keer over heeft gesproken en dat tien moties voor een onderzoek zijn ingediend die allemaal zijn afgewezen. De regering heeft steeds op het standpunt gestaan dat een onderzoek in Nederland niet nodig was, omdat zij haar instemming met de oorlog niet baseerde op de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, maar op de jarenlange weigering van Saddam Hoessein om uitvoering te geven aan Veiligheidsraad-resoluties.
Maar de premier heeft zijn hand overspeeld. Met de toetreding van de PVDA tot zijn regering werd meerderheidssteun voor een onderzoek in de Tweede Kamer weliswaar onmogelijk, de PVDA-fractie in de Eerste Kamer negeert de afspraak dat niet voor een onderzoek gepleit zou worden. PVDA-senator Klaas de Vries diende 63 vragen in bij de regering. De Eerste-Kamerfracties van SP, GroenLinks, D66 en Partij voor de Dieren stelden hun eigen lijst op, met 39 vragen. De beantwoording liet ruim een half jaar op zich wachten, maar voegde niets toe aan de mantra die de regering al jaren afdraait.
Wellicht hoopte Balkenende de parlementariërs moedeloos te maken met steeds weer hetzelfde riedeltje. Maar juist het eindeloos aanvoeren van dezelfde argumenten en het vasthouden aan dezelfde categorische ontkenningen trok de VVD-Eerste-Kamerfractie in het kamp van de partijen die een onderzoek eisen. Die hebben nu een meerderheid. ‘Het kabinet heeft ruim zeven maanden de tijd genomen om de vragen te beantwoorden. Wat nu op tafel ligt, levert niets nieuws op. De beantwoording draait in een kring rond’, zei VVD-fractievoorzitter Uri Rosenthal. Hij wil af van ‘de politieke mist’ die het kabinet al vijf jaar verspreidt. Nog één keer dienen de fracties nieuwe vragen in. Als die niet behoorlijk beantwoord worden, steunt de VVD een parlementair onderzoek. Naar verwachting is dit proces niet eerder dan in juni afgerond.
Maar zal het onderzoek wel gaan over de juiste vragen? De vragen die de Senaat tot nog toe stelde, gaan voornamelijk over de volkenrechtelijke aspecten van de aanval en de rol die de leugens over niet-bestaande massavernietigingswapens bij het Nederlandse besluit speelden. Opmerkelijk is dat de vraag naar militaire betrokkenheid ontbreekt. Juist die vraag zou het stelselmatig foutief informeren van het parlement – een politieke doodzonde – kunnen blootleggen. Dat zou wel eens kunnen zijn wat de premier al die jaren heeft willen verbergen.
Jan Blom was een verbindingsofficier die in Qatar was gestationeerd in verband met de Nederlandse Patriot-luchtafweerraketten aan de Iraaks-Turkse grens. Dat hij op het podium van de Amerikaanse bevelhebber stond, was volgens toenmalig minister van Defensie Henk Kamp een inschattingsfout: ‘We hebben niet geweten dat het een persconferentie zou zijn.’ Een povere verklaring. Meer dan dertig landen gaven openlijke militaire steun aan de aanval en wilden waarschijnlijk graag een officier leveren voor de belangrijke persconferentie. Het is moeilijk te geloven dat in die omstandigheden zo’n gewilde plek wordt ingenomen door een land dat niet meevecht.

Sinds november 2002 wijdde Argos minstens zes uitzendingen aan de geheime Nederlandse militaire bijdragen aan de oorlog. De onderzoekers ontdekten dat in de aanloop naar de oorlog zowel de landmacht als de luchtmacht als de marine de Amerikanen hielp bij het vergaren van inlichtingen die de aanval mogelijk moesten maken. In oktober en november 2002 voerden Nederlandse F16’s fotoverkenningen uit boven Irak. Argos werd daarover getipt door ‘een bron met contacten in kringen van de Nederlandse luchtmacht’. Het verhaal wordt door andere bronnen bevestigd. Details die de tipgever vertelde over een noodlanding van twee Nederlandse F16-piloten die aan de geheime missie deelnamen, kwamen overeen met de gegevens die Argos vond op een website van een luchtmachtmilitair. De naam Irak kwam op de site niet voor. De militair vertelde dat hij de pagina had moeten aanpassen op last van Defensie, maar wilde over Irak niets zeggen.
Ook Nederlandse commando’s werden ingezet. Dat bleek uit informatie van ‘een inlichtingenofficier van een West-Europees Navo-land’. Hij vertelde dat begin maart 2003 een Deens rapport uitlekte naar inlichtingendiensten van Navo-partners en naar het Navo-hoofdkwartier. Het gaat om een verslag, gedateerd 4 maart 2003, van een geheime operatie van Deense special forces in Irak die gericht was op het vergaren van inlichtingen. Het betreft een interne evaluatie van de Deense commando’s aan hun superieuren. In het rapport wordt melding gemaakt van Nederlandse commando’s die op dat moment samen met de Denen bezig zijn met een geheime missie in Irak. Letterlijk wordt gesproken over ‘attached parts NL-forces’. De Argos-redactie krijgt geen kopie van het rapport maar de bron leest er wel passages uit voor.
Na het begin van de oorlog op 20 maart 2003 zijn eveneens Nederlandse commando’s ingezet. In Noord-Irak hebben ze de Amerikanen geholpen bij het openen van een tweede front. ‘Daartoe moest bij Harir, in Koerdisch gebied, een landingsbaan op een vervallen vliegveld worden klaargemaakt. Voor deze operatie waren veel special forces nodig en daarbij kregen de Amerikanen hulp van special forces van verschillende bondgenoten, waaronder de Britten, maar ook de Nederlanders’, aldus een bron bij de Britse special forces tegenover Argos. Het verhaal werd bevestigd door een inlichtingenofficier uit ‘een ander westers land’, door ‘een officier uit de Nederlandse krijgsmacht’ en door de Britse jounalist John Simpson, die de oorlog voor de BBC versloeg.
En dan is er nog het verhaal van Hare Majesteits De Walrus, een onderzeeër die zeer geschikt is voor het afluisteren van allerlei radio- en telefoonverkeer. Eind 2002 bericht RTL4 vanuit Dubai over de boot, die net terug is van een geheime missie in de Golfregio. De verslaggever interviewt staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap op het dek van De Walrus. Die zegt: ‘De Amerikanen zijn heel druk bezig om te kijken van: hoe is dit gebied. Het ligt vlak bij Irak. Het is de toegangsweg tot Irak, dus het is heel duidelijk dat ze zo goed mogelijk kennis willen nemen van alle activiteiten in dit gebied, dat ze daar een scenario over willen maken, en in dit kader moet u ook deze activiteiten van deze onderzeeboot zien.’ Pikant detail: aan boord zijn vier Amerikaanse ‘afluisteraars’ die volgens de verslaggever ‘zowat elk Arabisch dialect kunnen verstaan’. Een heterdaadje dus: Nederland helpt met zijn geavanceerde spionageduikboot, een type waarover de Amerikanen niet beschikken, de oorlogsvoorbereidingen van Bush.
Maar Defensie ontkent alles. Niet alleen in de beantwoording van Kamervragen, ook in het debat van 4 april 2007. Acht uur lang wordt minister van Defensie Van Middelkoop onder vuur genomen door Alexander Pechtold (D66), Femke Halsema (GroenLinks) en Harry van Bommel (SP). Maar hij geeft geen krimp: ‘We hebben geen bijdrage in welke vorm dan ook geleverd aan de Amerikaanse inval in Irak.’
Huub Jaspers, onderzoeker en Argos-redacteur, is er ‘echt van overtuigd’ dat alledrie de krijgsmachtonderdelen rond het begin van de oorlog in Irak actief zijn geweest. ‘Na de uitzendingen is dat nog eens door verschillende bronnen bevestigd’, zegt hij. ‘De regering heeft duidelijk een probleem met al die geheime militaire inzet ten behoeve van een oorlog die we alleen politiek zeiden te ondersteunen.’
Tot nog toe had het parlement geen wapen tegen de ontkenningen van de regering. Dat zal veranderen met een parlementair onderzoek. Tenminste, als de bestraffing voor het lekken van staatsgeheimen wordt opgeschort. Eind 2005 kreeg een AIVD’er vierenhalf jaar cel voor het prijsgeven van geheime informatie. Wie door de onderzoekscommissie onder ede wordt gehoord, dient ongestraft de waarheid te kunnen vertellen. Maar aangezien het staatsgeheimen betreft, is de kans aanwezig dat de verhoren grotendeels achter gesloten deuren zullen plaatsvinden. Jaspers is er niet gerust op dat de parlementariërs daar voldoende hun tanden zullen laten zien: ‘Tijdens het Srebrenica-onderzoek werd niet scherp genoeg ondervraagd. Ik vrees dat ons parlement niet zo grondig te werk gaat als bijvoorbeeld in Duitsland.’
Daar wordt een secuur parlementair onderzoek gehouden. Met name de rol van de Bundesnachrichtendienst (de nationale inlichtingendienst) wordt stapje voor stapje uitgeplozen. Dat levert schokkende resultaten op. Officieel was de Duitse regering fel gekant tegen de oorlog en verleende ze geen enkele steun aan de Amerikanen. Achter de schermen werd echter wel degelijk samengewerkt. Zo leidde informatie van Duitse geheim agenten over Iraakse plannen om oliebronnen in brand te steken tot een vervroeging van de invasie.
Als het Nederlandse onderzoek er komt, heeft het zin om zo diep en secuur mogelijk te spitten. Als het ‘anti-Amerikaanse’ Duitsland al bij de oorlog betrokken was, maakt dat de parlementaire zoektocht naar bewijzen voor geheime militaire steun van Bush’ braafste bondgenoot des te prangender.