H.J.A. Hofland

Bush grijpt de wereld

The Rise and Fall of the Great Powers heet het boek waarin de Britse historicus Paul Kennedy uitlegt wat wereldmachten uiteindelijk noodlottig wordt. Hij noemt het imperial overstretch, de onbedwingbare neiging van een imperium om zijn macht uit te breiden. Op zeker ogenblik is als gevolg daarvan het maximum aan verplichtingen bereikt. Meer kan het «moederland», de basis van het imperialisme niet dragen. Maar dat wordt door de keizer en zijn satrapen niet begrepen. Het vertillen begint, en daarmee het verval. De gewichtheffer bezwijkt onder zijn ambities. Zo is het gegaan met het Romeinse Rijk, met Spanje, Nederland, Frankrijk en de rest.

Vanuit dit historisch standpunt bezien, had presidentskandidaat Bush dus groot gelijk met zijn unilateralisme. Amerika moest niet meer de politieagent van de hele wereld willen zijn, en tegelijkertijd de economische hulpverlener. Als de Europeanen in de problemen kwamen, moesten ze die zelf oplossen. Militaire verplichtingen buiten de grenzen afkappen. Gat in de ozonlaag, broeikaseffect? Niets mee te maken. Een benign nation, zoals Madeleine Albright zei? Op wiens kosten? Grootmoedigheid begint thuis, en wat goed is voor Amerika zal tenslotte ook de wereld geen kwaad doen. Dat waren gezonde inzichten die de Amerikanen voor het imperiale vertillen zouden behoeden.

Na de elfde september is, zoals bekend, alles anders geworden, ook de president. «Bush the Internationalist» zet The Washington Post boven zijn hoofdartikel van 5 juni. Zo is het. Nog geen half jaar na het verslaan van de Taliban bereidt het Amerika van Bush zich voor op een oorlog op alle fronten. Eerst de buitenlandse. Het opruimen van Saddam is uitgesteld omdat de generale staf heeft laten weten er nu geen troepen voor te hebben. De Navo is in staat van uitbreiding en hervorming, gericht op de strijd tegen het terrorisme. In zijn rede voor de cadetten van West Point heeft de president een nieuwe strategie ontwikkeld, die van de mogelijke preventieve oorlog tegen landen waar terreur wordt voorbereid. Dat zijn er nu twintig maal zoveel als een half jaar geleden. In het wereldbeeld van deze regering is een permanente revolutie gaande.

Hoe is intussen de feitelijke toestand aan het front van de internationale oorlog? Niet goed. De FBI en de CIA blijken er voor de elfde met de pet naar te hebben gegooid. Ze worden gereorganiseerd. En er komt een departement van Binnenlandse Verdediging, waarin 22 veiligheidsdiensten, nu nog zelfstandig, worden gecoördineerd. Om een en ander tot stand te brengen, moeten bergen worden verzet, daarover is men het in Washington eens. Het kan dus wel even duren.

Intussen is premier Sharon gewikkeld in zijn eigen kleine imperial overstretch en laat zich door geen macht ter wereld van de wijs brengen. De Europese bondgenoten zijn bezig met hun eigen conservatieve revolutie, en niet van plan hun defensiebudget te verhogen. De nieuwe leden van de Navo zullen daarvoor niet eens het geld hebben. Voor zover Europa tijd over heeft, kijkt het met wantrouwen naar Washington. Wat in Afghanistan gebeurt, blijft onduidelijk. Het is een relatieve kleinigheid, maar over de krijgsgevangenen in Guantanamo horen we niets meer.

Amerika heeft ook nog een thuisfront: dat van de schandalen, Enron, Merril Lynch, zeden en gewoonten van corporate America. Zijn er leden van de regering bij betrokken? Zal het worden uitgezocht? Zal dat effect hebben op de oorlog tegen het terrorisme?

In de oorlogsstrategie van Bush, voor zover de ontwikkeling daarvan uit de toespraken valt te volgen, zijn de fronten steeds langer en ingewikkelder geworden. Uit het dagelijks nieuws over de feiten van de oorlog, de toestand van de strijdkrachten, de krijgslust van de bondgenoten, kunnen we opmaken dat de groei van de slagvaardigheid bij de groei van de ambities achterblijft. Het is nog geen overstretch, maar wel het voorspel.

Er is één groot geluk, voor Amerika, het Westen, de hele wereld. Een aanval van het formaat 11 september is tot nu toe uitgebleven. Imperial overstretch is pas gevaarlijk als het feitelijk bewijs geleverd wordt.