H.J.A. Hofland

Bush naar Mars

Wat moet de mens in deze tijd op Mars? Heeft hij op zijn eigen planeet niet genoeg te doen? Dat zullen we zien. President Bush wil de eerste mens op Mars laten landen. Volgende week dinsdag gaat hij dit gedurfde plan lanceren, niet toevallig in de laatste State of the Union van zijn eerste ambtstermijn. Hij rekent erop dat het tijdens zijn tweede termijn in vervulling zal gaan. Is het een gigantische verkiezingsstunt op kosten van de natie? Die verklaring lijkt me te eenvoudig.

Om de diepere betekenis van zo’n landing op Mars te kunnen begrijpen, moeten we even terug naar de geschiedenis van de Koude Oorlog, rond het midden van de jaren vijftig, toen er nog geen kunstmatige satellieten bestonden en de twee supermachten hun «wedren naar de ruimte» hielden. Op 4 oktober 1957 lanceerde de Sovjet-Unie de eerste Spoetnik, waarmee de Amerikanen verslagen waren. De over levering zegt dat het ding het formaat van een voetbal had, en als signaal alleen een piep uitzond. Nu, met satellieten als gewoon gereedschap van communicatie, kunnen we ons niet meer voorstellen wat voor verpletterende indruk deze Spoetnik op de Amerikanen maakte. Ze reageerden met een nationale mobilisatie van onderwijs en wetenschap. Het resultaat was, twaalf jaar later, de eerste mens op de maan, een Amerikaan.

Heeft een Amerikaan op Mars een vergelijkbare betekenis? Zal Osama bin Laden ervan onder de indruk raken? Kan vanaf Mars het terrorisme beter worden bestreden? Nee. Zo’n expeditie heeft een ander doel, dat in Europa nog niet in zicht is gekomen. Op 10 oktober van het vorig jaar heeft China zijn eerste mens in de ruimte gebracht. In het land zelf een reden tot enorme vreugde; daarbuiten als normaal dagelijks nieuws beschouwd, hoewel niet in Washington. Wie goed oplet, ziet dat het «China-besef» op het ogenblik snel tot de Amerikaanse publieke opinie doordringt. Dat komt nu vooral door de stortvloed van Chinese producten waarmee de Amerikaanse markt wordt overstroomd, van speelgoed en kookwekkers tot computers. Exporting American Jobs, is de titel van een serie die door CNN is uitgezonden. De strategische denker Robert Kagan houdt er in de herziene herdruk van zijn fameuze Of Power and Paradise rekening mee dat de volgende grote crisis over Taiwan zal gaan. Een Amerikaan op Mars past in de aanstaande internationale crisis als een eerste Spoetnik in de maagdelijke ruimte.

Te ver gezocht? Lees er de geschiedenis van de Koude Oorlog op na. En dan gaat het nu niet alleen om een Amerikaan op Mars. Er is ook sprake van «een basis op de maan». Waartoe moet die dienen? Als lezer van zowel Jules Verne als Karl May ben ik dan geneigd te denken: om de wereld onder schot te houden.

Natuurlijk past de expeditie naar Mars ook in de aanstaande moordende verkiezingscampagne. Daar wordt in het kamp van Bush hard gewerkt aan drie trofeeën. De eerste, Saddam Hoessein, is binnen. Het komt er nu op aan zijn proces zo te regelen dat het ongeveer in september met maximale spin-off kan worden gehouden. En dan, als ik Fidel Castro was, zou ik al van gisteren tot november de grootste staat van paraatheid hebben verordonneerd. Cuba mag weer niet meedoen aan de inter-Amerikaanse conferentie die op dit moment in Mexico wordt gehouden. Bush heeft Castro opnieuw als een gevaarlijke dictator neergezet. Is het een obligaat stukje retoriek, of de inleiding tot een serieuze campagne? Na Saddam en in het verkiezingsjaar is het voor Fidel zeer gevaarlijk geworden.

Zo beginnen de grote lijnen van de campagne zich af te tekenen. Met Saddam en Castro achter de tralies en een Amerikaan op weg naar Mars zou God zelf moeten ingrijpen om iemand anders dan George W. tot president voor de volgende vier jaar te bevorderen.

Nog één aspect, het univer sele. Ruimtereizen hebben in wezen een metafysisch doel. Uiteindelijk worden ze geïnspireerd door de hoop op het bewijs dat de mens niet alleen is in de onmetelijkheid van het heelal, voor het zwarte gat dat misschien daarna komt. We moeten genezen worden van onze collectief-existen tiële eenzaamheid. Zo krijgt de uitspraak van Neil Armstrong — «een grote stap voor de mensheid» — zijn betekenis. Dat er metafysisch gezien op de maan niets te beleven valt, was geen verrassing.

Maar er was mee bewezen dat de mens in staat is aan zijn eigen planeet te ontsnappen. Daarmee ligt in principe het heelal open. Het spreekt vanzelf dat «we» — alle mensen — nu eerst naar Mars willen. Met de eerste Europese Marsverkenner is het treurig afgelopen, maar de Amerikaanse is na een reis van zeven maanden veilig geland en doet het goed. Dat geeft hoop. Ter wille van de mensheid ben ik bereid op de grote dag van de landing al mijn weerstand tegen de president op te schorten, terwijl ik naar de beelden kijk van mijn medemens in ruimtepak. En hoe mooi zou het zijn als dan, van achter een rotsblok, een groen vrouwtje tevoorschijn kwam, dat zei: «Take me to your leader.»