BURGEMEESTERSVERKIEZINGEN IN LONDEN

Busje komt zo

De burgemeestersverkiezingen in Londen gaan tussen de blonde excentriekeling Boris Johnson en de ‘salamanderkoning’ Ken Livingstone. Belangrijkste symbool: de bus.

Ken Livingstone betuigt doorgaans geen spijt van onhandige opmerkingen, maar de Londense burgemeester zou wensen dat hij hen die de populaire Routemaster-bus uit het Londense straatbeeld willen halen, geen ‘deerniswekkende, onmenselijke randdebielen’ had genoemd. Immers, korte tijd na deze kenschets was het Livingstone zelf die dit werkpaard van de hoofdstedelijke transportvloot voorgoed naar de remise zou sturen. Officieel omdat het niet goed toegankelijk was voor gehandicapten en officieus omdat het personeelskosten scheelt, in de persoon van een kaartjesknipper, de ‘clippie’. Deze bus met het open balkon liet hij tot overmaat van ramp vervangen door de Duitse bendy bus, een harmonicabus die ongeschikt is voor de smalle straten en al menig ongeluk heeft veroorzaakt, waarbij vooral die paar moedige fietsers in Londen de dupe blijken te zijn.

De bus is het strijdsymbool geworden in de verkiezingscampagne voor het Londense burgemeesterschap, waarbij de flamboyante Conservatief Boris Johnson een lichte voorsprong heeft in de opiniepeilingen. Livingstone’s campagnebazin Tessa Jowell, de staatssecretaris voor Olympische Spelen, heeft partijgenoten die Johnson amicaal aanduiden als ‘Boris’ een boete in het vooruitzicht gesteld. Voornaamste onderwerpen van debat zijn huisvesting, criminaliteit en transport. Wat dat laatste betreft was het Johnson al snel duidelijk geworden dat het heenzenden van de Routemaster de Londenaren diep had geraakt. Het uit de jaren vijftig stammende icoon staat bekend als de bus van het volk. Niet alleen omdat het zo’n fraai voertuig is en omdat T.S. Eliot er gedichten over schreef, maar ook omdat de Routemaster passagiers de gelegenheid biedt om waar gewenst in- en uit te stappen. Het was de vrijheidsbus.

Als het aan Johnson ligt, komen er retro-Routemasters en gaan de bendy buses naar Heathrow, waar ze goed kunnen dienen als transportmiddel van pier naar vliegtuig. Johnsons afkeer van de bendy’s heeft voor woede gezorgd in de directiekamer van London Transport, die wordt bevolkt door vrienden van Livingstone. Inmiddels heeft de burgemeester toegegeven dat zijn beslissing niet juist was, wat Johnson tot de conclusie bracht dat hij, zonder reeds te zijn gekozen, nu al het beleid bepaalt.

Het bussenprobleem hangt in zijn filosofie samen met het grootste probleem van Londen: misdaad. Mede doordat de bendy buses geen conducteur hebben, zijn het rijdende boksringen geworden voor zwartrijders en zich misdragende scholieren met gratis buspasje. Volgens Johnson is de bus de stad in het klein: zoals er in de bus geen conducteurs zijn, zo lopen op straat steeds minder politieagenten rond. De autoriteiten vertrouwen steeds meer op beveiligingscamera’s, die handig kunnen zijn in de rechtbank, maar amper preventief effect hebben. Vrijwel wekelijks zijn er dodelijke schietpartijen, waarbij de slachtoffers vooral tieners zijn. De reactie van Livingstone beperkt zich voornamelijk tot het beschuldigen van Thatcher, het tranen plengen bij rouwplechtigheden en het herhalen van statistieken die aangeven dat het aantal aangiften met zes procent is gedaald.

Johnsons uitgangspunt is dat grote misdaad klein begint, een criminologische theorie die is komen overwaaien uit zijn geboortestad New York, waar in de jaren tachtig de wijsheid populair werd dat een kapot raam uiteindelijk kan leiden tot moord en doodslag. Vandaar dat hij pleit voor meer bevoegdheden van hulp- of wijkagenten en voor meer macht bij de deelgemeenten. Dat laatste hangt samen met het besef van Johnson dat Londen van oudsher geen echte stad is, maar een aaneenschakeling van dorpjes als Notting Hill, Peckham en Walthamstow, een gebied van menselijke proporties. Livingstone ziet Londen daarentegen als een echte metropool.

Dit verschil wordt duidelijk waar het gaat om de vormgeving van Londen. Als het aan Livingstone ligt, gaat Londen radicaal de hoogte in. Er liggen plannen voor een staafdiagram aan wolkenkrabbers, waaronder de Vauxhall-toren (het ‘Prescott Monster’, vernoemd naar de voormalige vice-premier die dit bouwproject net als Livingstone steunde), de Heron Tower (gefinancierd door een donateur van Livingstone) en The Shard of Glass, Renzo Piano’s 310 meter hoge piramide naast London Bridge. De tegenstanders van deze hoogbouw beseffen dat het gebod dat geen gebouw hoger is dan St. Paul’s inmiddels gedateerd is en vrezen nu dat de kathedraal – en andere iconische gebouwen, alsmede de Theems – op den duur niet meer te zien zal zijn vanaf Greenwich Park, Hampstead Heath en Richmond Hill. Tot deze tegenstanders behoren English Heritage, Unesco, Britart-kunstenaars en, belangrijk, de koninklijke familie, van wie prins Charles bezwaren van architectonisch aard heeft en zijn moeder er vooral van baalt dat de geplande Victoria Towers een schaduw gaan werpen op Buckingham Palace.

Van Johnson is bekend dat hij een zwak koestert voor de argumenten van English Heritage en Londenaren die naast bomen willen wonen en niet naast steriele wolkenkrabbers van Richard Rogers.

Behalve om inhoudelijke verschillen gaat de strijd uiteindelijk om personen; tussen een blonde excentriekeling, wiens voorbeeld de charismatische Atheense staatsman Perikles is, en een sluwe vos, die ook wel Leninstone wordt genoemd. De libertair Johnson mag uiteenlopende persoonlijkheden als Lucian Freud, Jeremy Clarkson en Vivienne Westwood onder zijn stemmers rekenen, terwijl de even tegendraadse salamanderkoning Livingstone steun krijgt van de gepolitiseerde plaatselijke ambtenarij, zelfs op financiële wijze, hoewel dat niet geheel toegestaan is. Bovendien ontvangt hij alle hulp van de Labour Partij. Premier Gordon Brown, die Livingstone in 2000, toen deze het als een don quichot opnam tegen New Labours spinmachine, nog een gevaar voor Londen noemde, steunt ‘Red Ken’ nu als de enige geloofwaardige kandidaat. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat Brown het zich niet kan veroorloven om na Edinburgh ook Londen te ‘verliezen’, maar ook met het feit dat Livingstone een typische New Labour-politicus is geworden. Zo is hij vervreemd geraakt van de kiezers (hij is de laatste jaren vaker in Cuba geweest dan in buitenwijken als Croydon en Chingford), schenkt hij miljoenen aan nutteloze adviseurs en praat hij via meer dan honderd persvoorlichters, die met succes verkondigen dat de tolheffing een succes is, terwijl die alleen de schatkist heeft geholpen.

Livingstone heeft de naam een eerlijk en rechtlijnig politicus te zijn, maar hij heeft met diverse beloften gebroken. Het gaat hierbij niet alleen om de Routemaster, maar ook om de metrotarieven (verdubbeld in plaats van met de inflatie meegegaan) en de vergeten belofte dat hij maximaal twee termijnen zou dienen. Wat dat betreft is Livingstone zo buigzaam als zijn busjes.