Hongarije - Hoe premier Orbán de democratie verkwanselt

Buslijn Verlangen

2 april - Volgens de Hongaarse schrijver András Bruck zijn de parlementsverkiezingen in zijn land, op zondag 6 april, een schijnvertoning. Premier Viktor Orbán heeft van de voormalige sovjetstaat opnieuw een dictatuur gemaakt. En het volk laat het zich welgevallen.

Medium hh 21531429

Zij is weer terug, mijn gelukkige kindertijd! Na de grammofoonplaten, die waren overgebleven en nog maar zelden worden gedraaid, de haperende audiocassettes en de oude foto’s van figuren met belachelijke kleren en kapsels, zijn nu ook de jaren zeventig en tachtig zelf weer helemaal terug. De voorwerpen die bewaard zijn gebleven zijn oud en versleten, maar de geest die in ons leeft, is nog fris: de geest van de dictatuur. Als oude vrienden, die twintig jaar uit beeld waren verdwenen, bereiken mij steeds vaker de bekende nieuwsberichten: de ene keer over het verbod van een tentoonstelling, de andere keer over de sluiting van een jongerencentrum of een cultuurcentrum; betogende studenten worden in elkaar geslagen, de filosofe Ágnes Heller wordt door antisemieten lastiggevallen; gemanipuleerde, gecensureerde publieke media, arglistig en zonder openbare aanzegging aangenomen wetten, overijverige burgemeesters, eigenmachtig optredende directeuren, afpersing met geld van de staat, bedreigingen van het naakte bestaan, uitgeleverd zijn aan je arbeidsplaats – zo ziet het dagelijks leven eruit in Hongarije.

Mij schoot een zeer oude herinnering te binnen. Destijds fluisterde mijn partner tijdens het dansen: wees voorzichtig, hier hebben zelfs de luidsprekers oren! Dat was niet de echte stem van dat meisje, maar een reflex van behoedzaamheid en angst. Vandaag de dag functioneren deze reflexen opnieuw – ondanks hun afschuwelijke apathie en onverschilligheid weten de mensen precies waarin zij nu weer leven: wat je wel en wat je niet kunt zeggen. Ze zijn niet blind, ze hebben alleen de hoop verloren. Ze weten heel goed dat ze na de duizenderlei rechtsverkrachtingen ten behoeve van de ideologische en praktische fundering van de dictatuur de smerige stroom direct onder de voeten hebben.

Een dictatuur is nooit mooi, maar deze huidige Hongaarse versie is bijzonder weerzinwekkend. Het is niet haar meedogenloosheid die werkelijk schokkend is, maar haar oneerlijkheid. Want zonder erecode kunnen er geen politiek en geen politici zijn, en al helemaal geen democratie. In tegenstelling tot het systeem van János Kádár (ruim dertig jaar de communistische partijchef van Hongarije), waarvan de basis de pure macht was, en het geweld, dat onder dwang vreemde belangen (lees: de Russische) moest dienen, bestaat de basis ditmaal uit manipulatie, leugens en bedrog. Je hebt het ene verdraaide cijfer, gegeven of argument nog niet begrepen en verwerkt, of het volgende dient zich al weer aan. Als redenaars vermomde, jonge verspreiders van desinformatie liegen met onbewogen gezicht in de radio- en televisiestudio’s voor de microfoon. Zij hebben blijkbaar geen gevoel voor het gevaar, zij weten niet dat niets eeuwig duurt, ook de macht van hun opdrachtgevers niet. Ze zouden erop moeten worden gewezen dat het een zonde is als iemand die voor de regering werkt liegt, en niet slechts een overtreding van de regels van het fatsoen.

De dictatuur van Kádár heeft méér verboden en op grovere wijze in ons leven ingegrepen, maar toch was zij correcter dan die van Viktor Orbán (de huidige regeringsleider in Hongarije). Het toenmalige systeem was identiek aan zichzelf, het tegenwoordige is dat niet. Destijds werd mijn paspoort ingenomen, aan de grens werd ik gefouilleerd, de partijsecretaris wees mij schriftelijk op mijn ‘nonchalante lichaamshouding’ op de productievergadering, wat ik tegelijkertijd belachelijk en huiveringwekkend vond – en toch had je destijds in tegenstelling tot nu te maken met mannen van eer. Bovendien hadden ze een excuus: het systeem was ook zonder Kádár een dictatuur gebleven. Maar tegenwoordig zijn dergelijke verontschuldigingen er niet: het huidige Hongarije zou zonder Orbán een democratie zijn. De huidige dictatuur is van eigen makelij, samengesteld en aan ons voorgeschoteld door Orbán persoonlijk. Men zegt dat je niet tweemaal in dezelfde rivier kunt springen, maar natuurlijk kun je dat wel: in rivieren, moerassen, dictaturen en wat niet al.

Net als bij een aanvankelijk mooie, maar snel ouder wordende vrouw waren de afgelopen drie jaar de stadia van het verval heel precies te volgen. Het is niet zo dat we een rode lijn zijn overgestoken en ons nu op het kale grondgebied van de dictatuur bevinden. Zonder dat er een schot is gevallen en zonder dat Big Brother of een bezettingsleger eraan te pas is gekomen, hebben we gecapituleerd, en daarom is dit alles ook zo enorm vernederend. Dit is iets heel anders dan het in het bliksemsnel stalinistisch gemaakte Oost-Europa ’s nachts terugschrikken voor de ávh (de Hongaarse staatsveiligheidsdienst tijdens het communisme) in hun zwarte limousines. Het brandt sterker in de ziel, en knaagt heftiger aan het zelfbewustzijn.

De ene kleine lafhartigheid – Wat gaat mij dat aan? – is op de volgende gevolgd. Laten we als voorbeeld eens de reacties nemen op het tentoonstellingsverbod voor de schilder Márton Dés in een galerie in het Boedapestse stadsdeel Ferencváros. Afgezien van de docent van de jonge kunstenaar heeft geen enkele andere docent aan de kunstacademie deelgenomen aan het protest hiertegen, evenmin als zijn medestudenten. Alle docenten hadden er juist bij moeten zijn: uit solidariteit – en natuurlijk ook ter zelfbescherming. Maar zij zijn niet gegaan, zij hebben de censuur tegen een student van hun academie niet beschouwd als iets wat hun persoonlijk aangaat.

Hoewel de dictatuur in het systeem van Orbán uit alle poriën komt, heeft links ook verder noch de woorden noch de durf weten te vinden om de zaken bij de naam te noemen. Voortdurend wordt er naar excuses gezocht en klampt men zich vast aan ieder ‘bemoedigend signaal’: kijk maar, de soep wordt niet zo heet gegeten als zij is opgediend! Volgens mij wil men onvoorwaardelijk vasthouden aan het geloof nog steeds in een vrij land te wonen; wellicht ontbreekt daarom de innerlijke overtuiging die aanzet tot strijd. Om die reden kon ook Klubradió (een commercieel radiostation in Boedapest) zich niet ontwikkelen tot radiozender van het verzet, hoeveel waardevolle woorden en gedachten zij ook heeft uitgezonden. En Boedapest is daarom niet het centrum geworden van waaruit de strijd tegen het kwaad ook zonder wapens kan worden gevoerd.

Als ik de bekende linkse deskundigen hoor, begin ik in het Stockholmsyndroom te geloven. Hebben zij met Orbán en zijn systeem geen andere problemen dan de problemen die zij ons in de studio’s aan de neus hangen? Ze zeggen dan dat een bepaald besluit intellectueel problematisch is; of dat iets ook eleganter opgelost had kunnen worden; dat zij menen te weten wat er gebeurt en waarom. Maar waar zij met deze orakelteksten naar verwijzen zijn steeds weer nieuwe brutale maatregelen en steeds drastischer rechtsverkrachtingen van een steeds duidelijker dictatoriaal systeem. Ondertussen zitten zij gezellig in een kringetje en doen net alsof het niet om de roof van een land gaat, maar om de agenda van een Zwitsers kanton. Alsof niet ieder van hen ook zelf niet minstens een half dozijn mensen kent die op enigerlei wijze het slachtoffer zijn geworden van deze wurgende drie jaren: die zijn ontslagen… die iets is ontnomen… die niet meer kunnen betalen… die zich al in het buitenland bevinden… wier salaris tot de helft is teruggebracht… wier arbeidscontracten niet zijn verlengd… op wier plek nu anderen zitten…

Waar komt deze grote zorgeloosheid in de mediasalons van links dan vandaan? Er worden typisch pseudo-naïeve problemen besproken: Ik begrijp niet waarom Fidesz (de partij van Orbán) geen gebaar maakt… Omdat ze een dictatuur opbouwen, daarom natuurlijk! En omdat de route naar die dictatuur nu eenmaal niet gepaard gaat met gebaren, maar met beperkingen. Of zou degene die deze vraag heeft gesteld misschien ook willen zeggen dat hij niet begrijpt waarom de wolf het lam opeet? Het is echt iets Hongaars om in tijden dat de geloofwaardigheid op het spel staat om de hete brij heen te praten.

In werkelijkheid valt er aan de besluiten van de minister-president niet zo veel te analyseren; elk van zijn stappen is zonneklaar. Bij zijn beroemd geworden en op video vastgelegde busrit door de Andrássy-straat heeft hij niet eens meer geprobeerd het te verbergen: alleen hij bepaalt wat in Hongarije wet is. Toen de bus voorbij het Anker-paleis kwam, toonde zijn uitspraak ‘Beveel het, dan is het in orde!’ de meerijdende burgemeester István Tarlós heel duidelijk waarom de minister-president de dictatuur als de effectiefste regeringsvorm beschouwt. ‘Beveel het, dan is het in orde!’ – een prachtige zin, je begrijpt überhaupt niet waarom het leven in een dictatuur niet het beste is, als het zo makkelijk is. Vertel me, István, welk gebouw je wilt hebben, en ik maak er een wet voor – zo ging het langs de mooiste uitvalsroute van Boedapest. Het doet er niet toe van wie dat huis is, een Oekraïner of een Portugees, we nemen het van hem af. Het is jammer dat deze ‘Buslijn Verlangen’ niet vaker rijdt – wat voor leven zouden we dan kunnen hebben!

De huidige dictatuur is van eigen makelij, samengesteld en aan ons voorgeschoteld door Orbán persoonlijk

Wie er nog altijd aan twijfelt of in Hongarije nu al een dictatuur heerst – en dat is nog steeds de meerderheid – kan zich op veel dingen beroepen, bijvoorbeeld op het feit dat dit artikel mocht verschijnen. Volgens een vriendelijk argumenterende auteur zijn de leiders van Fidesz niet in broedplaatsen voor de vorming van dictators en niet tussen revolutionaire bewegingen en schadelijke vredesdictaten opgegroeid, maar in Audi’s en op werklunches. Daarom zouden ze helemaal niet van plan zijn een dictatuur te stichten. Maar dat is veel te logisch om zonder meer vanuit te kunnen gaan.

Onze jongeren kunnen bij gebrek aan relevante ervaringen geloven dat de dictatuur een tot op de bodem bevroren rivier is, waarin al het leven tot stilstand is gekomen. Maar zij zijn nu toch vrij om te gaan en te staan waar ze willen, om te leven en plezier te maken, dus wat is nou het probleem? En het hoofdargument is natuurlijk dat er verkiezingen zullen komen. Ja, maar ook in Iran zijn er verkiezingen, en toch heerst daar een meedogenloze dictatuur: daar betaal je voor verzet en voor een afwijkende mening niet met je baan en met beledigingen op Facebook, maar net zo makkelijk met de dood. Toch vinden zelfs de ayatollahs het belangrijk om net te doen alsof Iran een democratie is.

Precies daarom is het de hoogste tijd het uit de voormalige socialistische landen afkomstige axioma naar de prullenbak te verwijzen dat er in een dictatuur geen verkiezingen plaatsvinden. We kunnen rustig stellen dat een dictatuur ook mogelijk is waar wél verkiezingen zijn, als de wil van één man tussen die verkiezingen door maar onbeperkt wet is.

Door het ontbinden of het omzeilen van democratische instellingen is in Hongarije het ‘monopolie van de dwang’ in het bezit gekomen van Viktor Orbán. Dat hij op dit moment niet alle inzetbare instrumenten van de dictatuur gebruikt, is voor hem niets anders dan ‘het risico van de toegevendheid’. Hij kan dat veranderen wanneer hij maar wil. En als hij aan de macht blijft, zal hij dat ook doen, en zullen we niets meer te lachen hebben. Zoals blijkt uit de zorgvuldig beargumenteerde analyses van talrijke grondwetsdeskundigen heeft Hongarije eigenlijk geen grondwet meer, en is er de facto een einde gekomen aan de rechtsstaat, en daarmee ook aan iedere rechtszekerheid. In plaats daarvan is de éénmansheerschappij van de minister-president gekomen.

Of is dit alles overdreven? Ik geloof van niet. Het is onze dagelijkse ervaring dat Orbán dat wat hij belangrijk vindt zonder problemen kan doorzetten. Dankzij zijn gekochte, geïntimideerde afgevaardigden kan hij in het parlement laten besluiten wat hij wil, in de grondwet laten schrijven wat hij wil, sluiten – onderzoeksinstituten, verenigingen, openbare instellingen – wat hij wil, benoemen of ontslaan wie hij wil, geld – miljoenen of miljarden – laten toekomen aan wie hij wil (ondernemingen of privé-personen), verheffen of vernietigen wie hij wil, net zo veel onwaarheden verkondigen als hij wil, stadions laten bouwen en spoorwegen laten aanleggen waar hij wil, grond laten onteigenen waar hij wil, het grondwettelijk gerechtshof laten zeggen wat hij wil, een omroepfrequentie geven aan wie hij wil, de gemeentebesturen ontnemen wat hij wil – de minister-president is meester over leven en dood, het enige wat hem nog ontbreekt is een sleutel tot iedere woning in Hongarije.

En dat zou geen dictatuur zijn!

Wat voor een systeem is het dan, waarin alle instellingen worden vernietigd die de alleenheerschappij in de weg staan? Waarin de minister-president wetten, die de ene dag in strijd met de grondwet worden verklaard, de volgende dag in de grondwet kan laten schrijven? Waarin gemeentelijke overheden, scholen en zelfs universiteiten de zelfstandigheid wordt ontnomen? Waarin de kieswetten dagelijks worden veranderd en de eeuwenoude wet over de onafzetbaarheid van rechters overboord kan worden gegooid? Waarin de grondwet zonder inspraak van het volk, zonder stemming in het parlement, zonder discussies, in het geheim en zelfs onder verzwijging van de auteursnamen is ontstaan? Waarin honderden miljarden forint aan publiek geld via oncontroleerbare kanalen naar vertrouwenspersonen vloeien, die het deel daarvan dat zij toereikend achten, verborgen voor de maatschappij, toevoegen aan hun privé-vermogen? Waarin het de arbeiders onmogelijk wordt gemaakt via stakingen uiting te geven aan hun ontevredenheid?

Met meer burgermoed, eerlijke politieke analyses, en nieuwe, inspirerende gezichten in de oppositie zou de macht wellicht niet als een stoomwals over ons heen gereden kunnen zijn. En dat had zij zeker niet gekund als de publieke en de rechtse media de samenleving niet aan haar lot hadden overgelaten. Zonder leugenachtige media is er geen dictatuur, en zonder hun verraad zou er in Hongarije geen alleenheerschappij zijn. Er bestaat voorlopig nog wel een van de regering onafhankelijke pers, maar die is niet in staat de overweldigende overmacht van de andere kant te compenseren. En net zoals de eerlijkheid machteloos staat tegenover de leugen, kan ook een hele samenleving machteloos zijn. Bovendien moeten dictaturen wel liegen, omdat zij toch niet kunnen zeggen waarom zij het leven van de mensen verwoesten.

En u gaat morgen gewoon weer aan uw bureau zitten om op uw machines kond te doen van de roem van Orbán en zijn systeem?

Vandaag de dag kan ieder in dit land zijn geld, zijn vermogen en zijn arbeidsplaats worden afgenomen, mogen geldige contracten worden opgezegd, mag de uitvoering van gerechtelijke vonnissen worden geweigerd, en mogen oeroude Boedapestse bomen in een oogwenk van de aardbodem worden weggerukt. Hebben zij dat dan helemaal niet in de gaten? Milan Kundera maakt in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan gewag van een officier van justitie die zich afvraagt of zijn nooit meer goed te maken schuld er niet juist in bestaat dat hij zich er niet van bewust was dat hij geloofde.

En u gaat morgen gewoon weer aan uw bureau zitten om op uw machines kond te doen van de roem van Orbán en zijn systeem? En u scheurt vrijwillig een ieder aan stukken naar wie van bovenaf met de vinger wordt gewezen? Ja, dat zult u doen; niets zal u aan het weifelen brengen, u loopt uw geld en de u toegeworpen positie achterna. U bent – om met Hannah Arendt te spreken – moreel gedeactiveerde ambtenaren geworden. Nee, deze mensen zijn geen haar beter dan de officier van justitie uit de roman van Kundera, die zich met zijn onwetendheid verontschuldigt. In dat geval was dat misschien ook nog de waarheid ook, maar deze mensen hier weten van de hoed en de rand. Alles speelt zich voor hun ogen en onder hun medewerking af – bij de dicht bij de regeringspartij staande media, die in de loop der jaren heel hard zijn gegroeid, en bij de volledig vernederde publieke media, die de macht niet meer controleren maar er zelf deel van zijn geworden. Daarom geloven zij inderdaad – en liegen zij, zonder een spier te vertrekken. Wat zij niet in het tegendeel kunnen veranderen, daarover spreken zij niet, dat verzwijgen ze liever. Zo gaat dat nu eenmaal. Een onwaardig systeem vindt altijd ook de onwaardige mensen waarmee het hand in hand – elkaar helpend en elkaar chanterend – kan voortstrompelen.

Medium rtr3in89

Het kan niet worden ontkend dat de situatie – althans economisch – moeilijk was toen Orbán in 2010 aan het bewind kwam, maar hopeloos was zij niet. Psychisch bevond het land zich echter in een verschrikkelijke toestand. Het slechte beleid van links, tezamen met de oppositiemethode van Orbán van de verschroeide aarde, had de acht jaar daarvóór alles kapotgemaakt en uitgeput. Er dreigde echter geen ineenstorting of economisch bankroet, en daarom was er ook geen behoefte aan buitengewone maatregelen. Hongarije was toen al zwak en fantasieloos, onenig en richtingloos, maar de vrije markt en de rechtsstaat functioneerden nog gewoon.

Op dat fundament had Orbán kunnen en moeten gaan regeren. Zich bewust van de successen en nederlagen van de afgelopen twee decennia, en van zijn eigen fouten en die van zijn voorganger als minister-president, had hij tegen zijn volk kunnen zeggen dat hij wist wat ervoor nodig is om een volk succesvol en gelukkig te laten zijn. Hij had kunnen zeggen dat hij de ontwikkeling van andere landen, die een lange weg waren gegaan en ver gekomen waren – zoals Finland, Zuid-Korea, Israël en Ierland – had bestudeerd en ons iets soortgelijks aanraadde. Hij had eerlijk kunnen zeggen dat ook voor Hongarije geldt dat voor een leven van planbare groei in de eerste plaats een gezondere, beter opgeleide, modernere en zelfstandiger maatschappij nodig is. En dat dat niet onmogelijk is, maar dat zoiets tijd vergt, minstens twintig jaar.

Het zegt alles over een leidende politicus hoe hij reageert als zijn geboorteland zich in een lastig parket bevindt. Ook Viktor Orbán had allerlei dingen kunnen doen, maar één ding beslist niet. Een eerlijke politicus zou uit een verkiezingsnederlaag nooit de conclusie hebben getrokken die hij trok: dat hij niet hard genoeg was geweest. Alsof hem de leiding van een strafkamp en niet van zijn vaderland was toevertrouwd. Al na een paar maanden was duidelijk dat hij zeker niet de landen had bestudeerd die zonder olie- en gasreserves ver waren gekomen, maar Azerbeidzjan en Wit-Rusland. Niet de politieke cultuur en arbeidsethiek van de succesvolle landen imponeerden hem, maar de achterbakse manier van denken, het nepotisme, de ellende van de afhankelijkheid en de autoriteit van de angst – de onwaardige rekwisieten van de onderdrukking.

In zijn idiote wetgevingsijver beriep Orbán zich erop dat hij de weg wilde bekorten, maar in werkelijkheid wilde hij alleen maar zijn macht verlengen. Vandaag de dag liggen de economische situatie en het leven van miljoenen mensen in duigen, en de Hongaarse samenleving is in al haar voegen kreupel en verlamd. Hij houdt natuurlijk vol met de halsstarrigheid van een man zonder scrupules, hoewel hij onder de loden last van de waarheid is gedwongen steeds groteskere beweringen te doen. Hij neemt nu het standpunt in dat de Hongaarse economie vandaag de dag de meest veelbelovende van Europa is; onlangs beweerde hij in een toespraak vol zelfverheerlijking zelfs: ‘Wij hebben het land uit de sloot gehaald en in het zonlicht gebracht.’ Zonlicht?! De investeringen in Hongarije zijn met nog eens 8,5 procent geslonken. De bouwsector en de farmaceutische industrie, de autoproductie, de energie- en transportsector, de verwerkende industrie – bijna alles gaat verder bergafwaarts, en bij gebrek aan orders worden in Hongarije steeds minder computers en elektronische en optische producten vervaardigd.

Het was Orbán die Hongarije de doodlopende steeg in heeft geleid, en dat heeft niets met anderen of met de wereld te maken. Zonder concurrentie en winsten zouden we nog steeds met ossen ploegen, maar desondanks stelt hij zich in zijn redevoeringen vijandig op tegenover de markteconomie en de concurrentie.

Het afgelopen jaar stonden vijf kleine landen boven aan de ranglijst van de internationale concurrentiekracht; een zesde land – het onze – duikelt daarentegen steeds verder naar beneden; op de zestigste plaats is het nu al een van de laagst geplaatste Europese landen. Onze instellingen zijn ten prooi gevallen aan verval: de ziekenhuizen, gemeentebesturen, universiteiten, gerechtshoven; na een tijdje zullen ook de betere ondernemingen vertrekken. Je hoeft maar een wandeling door Boedapest te maken om te zien hoe het met ons uit de sloot gehaalde en in het zonlicht gebrachte land staat: elektronicamarkten, antiquariaten en boekwinkels, meubelzaken en makelaars sluiten, en in hun plaats verschijnen er aan de lopende band zaken die op armoede wijzen: pandhuizen, winkels voor tweedehands kleding en handelaren in oud goud. Ook op het platteland hebben veel kleine winkeltjes en kroegen al de rolluiken neer moeten laten.

Bij zijn terugkeer aan de macht wist Viktor Orbán heel precies waarmee hij de Hongaren, die niet wisten hoe ze met de opgaven van de moderne tijd moesten omgaan, bang waren voor veranderingen, onzeker waren en daar last van hadden, het best kon dienen. Hij had ervoor moeten zorgen dat ook zij eindelijk in een maatschappij zouden kunnen leven die voor veel invloeden openstaat, en hun vooruitgang en rechten garandeert. Maar in plaats van zijn best te doen hen te bevrijden uit hun eeuwenoude culturele ketenen heeft hij hen aan nieuwe banden vastgelegd. Als jullie echte Hongaren, echte patriotten zijn, spiegelt hij zijn landgenoten steeds nadrukkelijker voor, dan volgen jullie mij, en niet jullie kinderen, die ons verlaten om in een zelfzuchtig, ten onder gaand Europa hun geluk te zoeken. Luister naar mij: die daar buiten graven niet alleen hun eigen graf, maar ook dat van het christendom. De systeemwisseling was een vergissing, zo suggereert hij, en hij beveelt voetbal, bezigheden rond het eigen huis en bekwame vakmensen aan als remedie tegen de zorgen van Hongarije. Hij wakkert bewust de onzekerheid aan, want alleen op die manier kan hij de angsten van zijn mensen omzetten in de dweperij die hem aan de macht houdt.

Bovendien is er niets wat erop wijst dat hem ook dingen bezighouden die echt belangrijk zijn als een volk vooruit wil komen. Ik ben bang dat hij geen idee heeft wat er in de wereld omgaat. Of zou hij daadwerkelijk geloven dat een land in de 21ste eeuw met het vullen van worsten, het stoken van jenever en het slaken van heel veel hete zuchten gelukkig kan worden? Dit soort politici was al bij Aristoteles bekend, toen hij schreef: ‘Een tiran moet bij zijn optreden steeds een ongebruikelijke toewijding aan de religie tentoonspreiden.’

Maar Orbán bungelt zelfs op de ranglijst der tirannen ergens onderaan. De Turkse minister-president, tegen wie de oppositie in opstand is gekomen en die zij als een nieuwe sultan bespot, heeft tenminste nog de economie van zijn land niet verwoest. Bij ons is juist de minister-president de grootste verspreider van alle ellende, de grimmige vijand van de uitgeslotenen en weerlozen.

Figuren op strategische posities in de cultuur spotten met joden en homoseksuelen en hoeven toch niet af te treden

Als je naar de interessesfeer van onze minister-president kijkt, en naar zijn alleenheerschappij over het lot en de toekomst van ons land, dan verrast het geenszins dat het goede op alle fronten nederlagen heeft moeten slikken: de ideeën van de democratie en de vrijheid, de geboden van de menselijkheid en – niet minder tragisch – de voor het land enig bereikbare potentiële economische waarde, de met kennis toegeruste mens, zijn weggevlucht. Niet alleen de jongeren, maar ook de vakmensen die hij juist als de pijlers van het toekomstige Hongarije ziet.

De Hongaarse samenleving verkeert vandaag de dag emotioneel en mentaal in een veel slechtere toestand dan in ieder decennium onder Kádár. Als je met iemand van rechts praat, in het bijzonder met een echte Orbán-fan, heb je het idee dat je in een psychiatrische kliniek bent beland. Maar ook links is volledig in de war: over zeer belangrijke Hongaarse aangelegenheden hoor je van tien mensen tien verschillende meningen, maar ze zijn niet bereid desnoods te voet naar Brussel te gaan om voor onze vrijheid te strijden. Ze lijken op hun rechtse tegenhangers omdat ook zij de miljoenen aarzelende, wachtende mensen geen geloofwaardig beeld van een beter Hongarije kunnen voorspiegelen.

Is dat er dan wel? Dat een democratisch land in vredestijd, geïntegreerd in een netwerk van welwillende naties, en gesteund met grote hoeveelheden geld, midden in de radicale, wereldomspannende veranderingen en de bliksemsnelle technologische revolutie, plotseling alles de rug toekeert, en dat het overgrote deel van de samenleving daar niets tegenin brengt, is eenvoudigweg onbegrijpelijk. Maar wellicht helpt deze observatie van de in nazi-Duitsland opgegroeide Sebastian Haffner dit te verklaren: ‘De massaziel en de kinderziel lijken in hun reacties sterk op elkaar. Je kunt je de concepten waarmee de massa’s gevoed en in beweging gebracht worden niet kinderlijk genoeg voorstellen.’ Van de Amerikaanse filosoof Eric Hoffer, die zijn leven onder havenarbeiders heeft doorgebracht, kun je horen waarom er in Hongarije geen ontevreden massa’s zijn. Als de mensen namelijk, aldus Hoffer, van vroeg tot laat moeten werken om te kunnen overleven, hebben ze geen kracht meer over – noch voor het ervaren van onrecht, noch voor hun dromen.

Er schuilt enige troost in het feit dat deze constatering van de ruim honderd jaar geleden geboren Amerikaan ook op ons en onze huidige verhoudingen slaat. En toch heb je het gevoel dat een dergelijk grote hulpeloosheid tegenover het kwaad louter slecht kan aflopen, ook al staan de zaken er ook nu al heel slecht voor. Figuren op strategische posities in de cultuur spotten met joden en homoseksuelen en hoeven toch niet af te treden; een man die wegens openbare geweldpleging tegen oude mensen tot gevangenisstraf is veroordeeld, mag een toonaangevende adviseur van de minister-president blijven; en iemand die tien jaar heeft vastgezeten wegens moord is als advocaat van het Fidesz-partijbureau aangesteld… Dat is vreselijk! En als het aan de oppervlakte al zo bedorven is, hoe ziet het er daaronder dan uit? Wat is er toch met Hongarije aan de hand? Wat voor land is het, waarin de mensen iets dergelijks accepteren? Hoe kunnen we elkaar überhaupt nog in de ogen kijken?


_ Het Hongarije van Orbán _

Viktor Orbán (1963) was in 1988 medeoprichter van Fidesz, een verbond van jonge intellectuele democraten dat een tegenkracht vormde tegen het communistische regime-Kádár. In 1989 riep hij bij de herbegrafenis van Imre Nagy (premier ten tijde van de Hongaarse opstand van 1956) op tot vrije verkiezingen en de terugtrekking van de sovjettroepen. Een jaar daarop kreeg hij namens Fidesz een zetel in het parlement. Hij bouwde de losse activistische beweging om tot een autoritair geleide politieke partij voor alle conservatief-christelijke en nationalistische Hongaren. In zijn retoriek toont Orbán zich vanaf het begin fel antisocialistisch. Het aloude antisemitisme wordt van overheidswege aangewakkerd en Orbán bespeelt de sentimenten van de Hongaarse minderheden in de buurlanden. Zo stelde hij een wet voor die de drie miljoen etnische Hongaren over de grens toegang moet geven tot het onderwijs, de gezondheidszorg en de arbeidsmarkt in Hongarije.

Tussen 1998 en 2002 was hij premier en na een aantal jaren oppositie kwam hij in 2010 opnieuw aan de macht. Hij voerde staatsrechtelijke hervormingen door (de rol van het parlement werd onder meer beperkt) en zette de bijl in de rechterlijke macht, die volgens hem gedomineerd werd door figuren uit de communistische periode. Begin maart is zijn omstreden grondwetswijziging aangenomen door het parlement; de bevoegdheden van het grondwettelijke hof zijn drastisch ingeperkt en de onafhankelijke positie van de rechterlijke macht staat verder onder druk.

Brussel heeft een aantal keren geprobeerd hem ter verantwoording te roepen om zich te houden aan de Europese wetten en aan de rechten van de mens. Op 14 maart zei Orbán tijdens een persconferentie in Brussel over de grondwetswijziging woedend dat hij ‘niet begreep waarom de Raad van Europa, het Europees Parlement, de Commissie en Washington kritiek op zijn beleid hebben’. Fidesz sloot zich in 2000 op Europees niveau aan bij de Europese Volkspartij (EVP), waar ook het CDA deel van uitmaakt.

Economisch gaat het slecht met Hongarije, en in overleg met het Internationaal Monetair Fonds wordt er een straf bezuinigingspakket doorgevoerd. Orbán zoekt politiek afleiding door alle etnische Hongaren over de grens op een Hongaars paspoort te trakteren.


András Bruck (1950) is een Hongaarse schrijver-journalist met een links-liberale signatuur. Hij schrijft vooral over binnenlandse politieke en culturele onderwerpen in onder andere het weekblad Elet Irodalom en 168 óra. Hij is regelmatig te horen op Klub Radió en te zien op ATV-televisie. Hij woonde enige jaren in de Verenigde Staten en woont nu in Boedapest.


Vertaling: Menno Grootveld

Beeld: (1) Boedapest, februari. Een pro-regerinsadvertentie laat oppositieleden zien met een clown en de tekst ‘ze verdienen geen nieuwe kans’ (Akos Stiller/The New York Times/HH). (2) In Hongarije is het 'monopolie van de dwang’ in het bezit gekomen van Viktor Orbán (Laszlo Balogh/Reuters).