Butler Blair

Het toneelstuk ‹Stuff Happens› van David Hare handelt om de Amerikaans-Britse oorlog tegen Irak. Tegen zijn gewoonte in heeft Tony Blair Hares nieuwste politieke werk nog niet bezocht.

LONDEN – Een van de grappigste momenten tijdens David Hares toneelstuk Stuff Happens speelt zich af op de prairie Chapel Ranch van George Bush jr. in Crawford, Texas. De in vrijetijdskleding gestoken gastheer probeert de Britse premier Tony Blair, keurig in pak, over te halen om Irak aan te vallen en Afghanistan te laten voor wat het na de inval is geworden. Blair aarzelt en wijst Bush op enkele binnenlandse oneffenheden die ervoor zorgen dat een omstreden buitenlands avontuur nu even slecht uitkomt. Geef eens een voorbeeld, dringt de president aan. «Well, for example, I know it sounds silly. But foxhunting. Also, there’s something called Railtrack…» Bush, meewarig: «Is that a railroad company?» Een speciale band in perspectief.

Er is geen politiek onderwerp of instituut of de nu 57-jarige David Hare heeft er een naturalistisch toneelstuk aan gewijd: een hypocriet parlementslid voor Hampstead (The Great Exhibition), de Labour-regering van Harald Wilson (Knuckle), de burgeroorlog in Noord-Ierland (England’s Ireland), de wereld der professoren op Jesus College in Cambridge waar hijzelf had gestudeerd (Teeth ‘n’ Smiles), de pers (Pravda: A Fleet Street Comedy), de Anglicaanse kerk (Racing Demon), de rechtspraak (Murmering Judges), de Labour-partij onder Kinnock (The Absence of War, met in de hoofdrol John Thaw, alom bekend als Inspector Morse) en de geprivatiseerde spoorwegen (The Permanent Way). Zijn kritische houding jegens haar koninkrijk heeft koningin Elizabeth er niet van weerhouden Hare in 1998 tot de ridderstand te verheffen. Dat was op voordracht van Blair, een van zijn bewonderaars. Twee jaar geleden nog bezocht hij met Cherie en vrienden Hares The Breath of Life, een melancholisch stuk over het verval van de moraliteit.

Van de uitnodiging om Stuff Happens in het Royal National Theatre, het moderne vlaggenschip van het Londense toneel, bij te wonen heeft Blair echter (nog) geen gebruik gemaakt. Tijd noch zin waarschijnlijk om met de chattering classes van Hampstead en omgeving te kijken naar de manier waarop Irak zijn hoofdpijndossier is geworden. Met uiteenlopende bekendheden als Julian Barnes, Esther Freud, Terry Gilliam, Annie Lennox, Mike Leigh, Will Self en de onvermijdelijke Harold Pinter maakte Hare niet voor niets deel uit van het aanbevelingscomité The No War on Iraq Liaison, dat begin 2003 publiekelijk de aanval had geopend op de regering-Blair. In The Guardian schreef Hare onder de kop Verraden dat de instinctieve sympathie die hij voor politici, met name die van Labour, koesterde dankzij «Irak» voorbij is. Toch is Stuff Happens geen antioorlogspamflet geworden, zoals de aanwezigheid van Michael Moores verzamelde werk in de boekenstalletjes van het theater doet vermoeden. Blair is niet de bad guy, maar een tragisch personage. Sterker, de vredes duiven in het theater worden terechtgewezen door een «boze Britse journalist»: «Wat is het toch obsceen en decadent om geen aandacht te schenken aan de bevrijding van Irak, aan de bevrijde Irakezen, maar aan de hopeloos archaïsche discussie over de manier waarop de bevrijding in zijn werk is gegaan. Was het rechtmatig? Of was het onrechtmatig? Welke standpunten zijn genegeerd? Vond ik de bevrijders wel aardig? Is het ons soort volk? Hé, zijn ze niet dommer dan ik? (…) Wat zijn ze toch westers, door vanuit een luxueuze positie op een stijlvolle manier neer te kijken op hen die niets hadden en nu iets hebben gekregen.» Een monoloog als deze zorgt er niet alleen voor dat de zaal doodstil is, maar ook dat de zege van, bijvoorbeeld, het conservatieve weekblad The Spectator op het stuk van Sir David rust.

Lachen doen de twaalfhonderd aanwezigen vooral om de bullebak Dick Cheney, de Pentagon-monologen van Donald «We’re-not-a- friggin’- girl-band» Rumsfeld en de stille George W. Bush, die reddeloos overkomt zodra Condoleezza Rice, «Condy», van zijn zijde wijkt. De dialogen binnen Bush’ oorlogskabinet – waarbij Hare gebruik heeft gemaakt van Bob Woodwards boek Bush at War – laten zien dat de titel Stuff Happens, Rumsfelds reactie op de plunderingen van musea na de bevrijding, staat voor de argeloze arrogantie in het Witte Huis.

Het stuk is een 160 minuten durende samenvatting van Bush’ eerste en Blairs tweede ambtstermijn, of hoe de ervarener Blair het onderspit delft bij het «groentje» Bush. De personages – opvallende afwezigen zijn George Bush sr., David Kelly en Lord Hutton – zijn zoals iedereen ze kent van de televisie. Zelfde mimiek, zelfde accent en zelfde standpunten. Een documentaire op toneel, begeleid door live muziek.

Anders ligt het met Blair, vertolkt door Nicholas Farrell, bekend van films als Beautiful People, Pearl Harbor en het theaterstuk Anyone for Denis? over de eega van Margaret Thatcher. Komedie maakt hier plaats voor tragedie. Blair worstelt, Blair wanhoopt en Blair wordt vernederd. De lijdensweg begint al in Afghanistan, waar de speciale eenheden van het Britse leger Osama bin Laden op de hielen zitten totdat het Amerikaanse opperbevel ingrijpt. Boos belt Blair Bush, een gesprek dat vooral wordt gekenmerkt door de stiltes die vallen als Blair zijn vriend het woord geeft. En dan, ergens in mei 2002 op Bush’ herenboerderij: Blair: «Any war, any conceivable war, is a long way off. It isn’t going to happen tomorrow…» Bush, zonder ironie: «Not tomorrow, no.» Een andere krenking is de opmerking van Rumsfeld dat het Amerikaanse leger de Britten helemaal niet nodig heeft, een echo van Cheneys tirade «If you want to go into a battle with a preacher sitting on a tank, that’s fine by me. But bear in mind, preacher’s one more to carry. Needs rations, needs a latrine, just like everyone else. (…) When the cat shit gets bigger than the cat, get rid of the cat.» Alsof dat niet genoeg is verklaarde havik Paul Wolfowitz dat het argument over massavernietigingswapens, Blairs enige rechtvaardiging, een bureaucratisch excuus was. De laatste vernedering is het vernietigen van de Israëlisch-Palestijnse routekaart naar de vrede door Bush. Dat was het enige stukje invloed van Blair in Washington.

Het antwoord op de vraag waarom Blair zijn politieke leven heeft geriskeerd, lokaliseert Hare in The Oval Office: daar kreeg Labour- leider Neil Kinnock in 1987 twintig minuten van Ronald Reagan om zijn wereldvisie uiteen te zetten. Dat zou de leider van New Labour niet overkomen.

Blair heeft een steun en toeverlaat: Colin Powell, die andere persoon in Stuff Happens waar regisseur Nicholas Hytner wat dramaturgische speelruimte voor had. Het ironische is dat Powell als enige ex-militair binnen de regering-Bush oorlog ziet als laatste mogelijkheid en eigenlijk niet weet wat Irak precies met 11 september te maken heeft. Hij en minister van Financiën Paul O’Neill kijken dan ook verwonderd op wanneer Rice begin 2001 komt aanzetten met Irak als megaproject van de nieuwe regering. Powell spuit voortdurend redelijke argumenten, maar vindt slechts gehoor in Europa. Uitgelachen door Condy, Rummy en Cheney heeft hij zelfs met de Fransen proberen te onderhandelen. Dat leidde natuurlijk tot niets, waarmee ze de ware bad boys van het stuk worden. Op Powell is het citaat «It is useless to attempt to reason a man out of a thing he was never reasoned into» van Jonathan Swift van toepassing, een van de twee motto’s van Stuff Happens. Moreel gezien is Powell verhevener dan zijn vriend Blair, die in de visie van Hare en een grote meerderheid van de Britten dossiers bijeen heeft geschraapt waarvan hij wist dat de inhoud ergens tussen plagiaat en onzin balanceerde. Of zoals een van de acterende buiksprekers van Hare beweert: «America provides the firepower, we provide the bullshit.» Tegen het einde overweegt Blair excuses aan te bieden, maar concludeert dat het daarvoor te laat is.

In Stuff Happens komt Bush er niet eens zo heel slecht af. Het lukt Hare de toeschouwer er bijna van te overtuigen dat Bush oprecht meent met een goddelijke opdracht in de weer te zijn, meer vertrouwend op intuïtie dan op kennis van opgesekste afstudeerscripties. In het programmaboekje bevindt zich, naast een polemisch stuk van John le Carré en een analyse van Michael Ignatieff, een kattebel van Rice aan haar baas. «Mr. President. Iraq is sovereign. Letter was passed from Bremer at 10.26 AM Iraq time – Condi.» In de kantlijn staat de reactie van Bush, met viltstift: «Let freedom reign!» Des te absurder is het dat het Conservatieve parlementslid Ann Widdecombe Stuff Happens in The Guardian, co-sponsor van de productie, karakteriseert als «the most blatant subverting of art for the purpose of crude propaganda since that of Leni Riefenstahl». Even later merkt ze op dat naast haar iemand in slaap viel en de buurman aan de andere kant om het kwartier keek wat zijn horloge ervan vond.

Mijn ervaring is anders. In de pauze tikte mijn overbuurman me licht aangeslagen aan. «Denk je dat het helpt?» vroeg hij. «Nou ja, in ieder geval heeft Blair zich inmiddels, voorzichtig, verexcuseerd», antwoordde ik. Maar ik moest toegeven dat allerminst vaststaat dat dit toneelstuk daartoe heeft bijgedragen.

Stuff Happens is tot 6 november te zien in de Royal National Theatre, South Bank, London SE1. Kaarten via www.nationaltheatre.org.uk