De Duitse Groenen kijken naar Jesse Klaver

Buurmans gras

Bündnis 90/Die Grünen gelden als de invloedrijkste groenen van Europa en hebben de koers van hun land mede bepaald. Nu zijn ze in crisis, en zoeken hulp in Nederland.

Medium dpaphotostwo948672
Cem Özdemir, Jesse Klaver en Katrin Göring-Eckhardt arriveren op het partijcongres van de Groenen in Berlijn, 16 juni © Rainer Jensen / dpa Photo via Newscom / HH

Zijn entree is als van een popster. Luid knallen de Black Eyed Peas uit de boxen, en dan komt-ie, Jesse Klaver, fractievoorzitter van GroenLinks, de Nederlander die vandaag de Duitse Groenen het geloof in henzelf moet teruggegeven op het partijcongres in Berlijn.

De zaal veert op, minstens duizend aanwezigen, waarvan achthonderd afgevaardigden die vanuit gemeentes uit het hele land hierheen zijn gereisd. Zijn Duitse collega’s, Cem Özdemir en Katrin Göring-Eckhardt, tronen Klaver als een trofee mee door de massa, als een redder in nood, als een bokser voor de wedstrijd die alles moet veranderen.

Helden zoeken ze, dringend, zelfs als ze die eerst uit het uit rechts bekend staande Nederland moeten halen. I’ve got a feeling/ tonight is gonna be a good night, schalt het door de hal. En daar staat hij dan, de ‘Nederlandse Justin Trudeau’, ‘ook wel de anti-Wilders’, zoals hij hier prijzend wordt aangekondigd.

Volleerd begint Klaver zijn toespraak, in het Engels. Het was bedoeld als verhaal over zijn succesvolle campagne in Nederland, maar het komt hier over als een programmatische peptalk. En een beetje verwonderlijk is het wel, dat dit uitgerekend uit Nederland moet komen, waar GroenLinks internationaal gezien lang niet ter zake deed.

Bündnis 90/Die Grünen ziet zich daarentegen als de meest invloedrijke groene partij van Europa. Zoals een partijlid het op het podium omschrijft: ‘We hebben veel doorgezet, iedereen scheidt nu zijn vuilnis en Duitsland stapt uit de kernenergie.’

Kort geleden is het nog maar dat de peilingen in 2011 een enorme 24 procent voor de Groenen aangaven. Het leek het logische hoogtepunt van de triomftocht die in 1985 begon. Joschka Fischer werd toen, staand op gymschoenen, tot minister van de deelstaat Hessen benoemd, en hij wist in 1998 de partij als eerste groene beweging in een nationale regering te loodsen.

De Groenen noemden zich al een nieuwe ‘volkspartij’, die de sociaal-democraten konden aflossen als tweede partij van Duitsland. Voorbij leek de tijd van de links-pacifistische rebellen die verfbommen op Fischer wierpen toen hij als minister van Buitenlandse Zaken besloot dat het Duitse leger met de Navo-acties in Kosovo zou meedoen. De Groenen bleken de Zeitgeist aangevoeld te hebben en wisten zelfs de traditioneel-conservatieve cdu meer naar links te trekken.

In de Duitse media werd de partij gezien als de uitdrukking van een nieuwe stedelijke middenklasse – in de woorden van Die Zeit: ‘als de vereniging van de klassieke kleinstedelijke burgerij uit het Rijnland met de urbane nieuwburgerlijkheid uit Berlijn Prenzlauer Berg’. ‘Zwart-groen’ wordt het ook wel politiek omschreven, door de hang naar een christelijke moraal (het ‘zwart’ van de cdu) en het milieubewustzijn van de groenen.

Maar ineens liep alles anders. De eerste schok kwam in 2013, toen de partij niet de verwachte vijftien procent maar slechts 8,4 procent haalde. Dit jaar, bij de verkiezingen in Noordrijn-Westfalen, de grootste deelstaat, werden de regionale Groenen gehalveerd. En in de peilingen voor de landelijke verkiezingen in september schommelt de partij rond de zeven procent, net iets boven de onverbiddelijke kiesdrempel van vijf procent.

Dit partijcongres in de Berlijnse Velodrome moet het begin van de omslag worden. Met opzwepende soundtracks, live protest-tweets aan Donald Trump en de vormgeving van een nieuw partijprogramma ensceneren de Groenen zich als een energieke partij met ambities: ze willen weer meeregeren, na twaalf jaar oppositie, liefst als derde partij van het land. Maar hoe?

Klaver heeft een boodschap voor hen meegenomen. ‘Follow your heart’, roept hij door de zaal. Want als de partij opnieuw het vuur van het linkse idealisme uitstraalt, dan komen de kiezers volgens hem vanzelf, precies zoals bij GroenLinks in Nederland is gebeurd. Opnieuw krijgt hij ovaties, en een omarming op het podium van Özdemir, die op zijn beurt door Klaver wordt geroemd als de ‘nieuwe generatie groene politici’.

‘Ik wil dat het enthousiasme van de Nederlandse Groenen ook bij ons te voelen is’, zegt een Berlijns partijlid later op het podium. Dat GroenLinks in dezelfde week géén compromis wilde aangaan om in Nederland te kunnen regeren, wordt in de toespraken verder niet vermeld. Klavers optreden roept daarom ook de vraag op: hoe zinvol is zijn boodschap voor zijn Duitse collega’s?

In de eerste rijen van het Velodrome zit de lange gestalte van Winfried Kretschmann. Hij is degene met de grootste feitelijke macht in de zaal, de enige groene minister-president van een Duitse deelstaat, ook nog eens in het langdurig door de cdu geregeerde Baden-Württemberg.

Follow your heart? Voor de 69-jarige Kretschmann betekent de boodschap van de 31-jarige Klaver toch wat anders. Kretschmann is de vleesgeworden Realpolitiker. Hij krijgt er groene idealen doorheen, maar in aangepaste vorm, dankzij deals met de grootste werkgevers van zijn deelstaat, zoals Mercedes, Porsche, Bosch en vele andere industriële bedrijven met een wereldmarkt.

‘Nu de samenleving opener, groener, is geworden, zien de Groenen en ook wij, Groenen-kiezers, er ineens oud uit’

Kretschmanns historische winst in 2011 was mede een gevolg van de ramp met de kernreactor in het Japanse Fukushima. Het was het finest hour voor de Duitse Groenen. Decennialang hadden ze gewaarschuwd voor kerncentrales, overal kleefden hun stickers ‘Atomkraft, nein danke’ en partijprominenten als Claudia Roth hadden zich met gebalde vuist en kleurige wapperende gewaden bij demonstraties opgesteld.

In Baden-Württemberg kon Kretschmann de ramp in de deelstaatverkiezingen een maand later verzilveren, maar landelijk kon de partij dat twee jaar later niet. Daar was het de cdu van Angela Merkel die het meest van de ramp profiteerde. Merkel zag de Groenen stijgen, begreep de invloed van de nieuwe ‘zwart-groene burgerij’ en besloot demonstratief tot sluiting van de Duitse kerncentrales en riep de Energiewende uit, de omschakeling op duurzame energie.

Korte tijd later was het opnieuw een ramp die beslissend werd voor de Duitse Groenen: de oorlog in Syrië en de daarop volgende vluchtelingenstroom naar Europa. Opnieuw was het Angela Merkel die met een ‘groen’ ideaal de harten veroverde toen ze de ‘Willkommenskultur’ tot beleid verhief. Maar na ‘Keulen’ sloeg de stemming in 2016 bij de kiezers om, en Merkel koos snel weer een pragmatische toon – en ook dat bleek succes te hebben.

En de Groenen? Zonder kernenergie en met de vluchtelingencrisis kon de partij haar rol niet vinden. Volgens de Duitse politicoloog Karl-Rudolf Korte hebben ze de ‘actuele stemming waarin het gaat om veiligheid en identiteit niet begrepen’. ‘Burgers willen op innerlijke, uiterlijke, culturele en sociale zekerheden antwoord hebben’, zegt hij in een radio-interview, en de Groenen hinken hierbij ‘achteraan’.

‘De Groenen zijn inmiddels volledig overbodig’, klinkt het daarom spottend uit de rechtervleugel van de cdu. ‘Het succes van de Groenen is tegelijk ook hun drama’, in de woorden van schrijver Moritz Rinke in Der Tagesspiegel: ‘Nu de samenleving opener, groener, ja, mooier is geworden dan ze eerst was, zien de Groenen en ook wij, Groenen-kiezers, er ineens oud uit’.

Sterker: rond de partij is in de media een sfeer van lacherigheid ontstaan. In het nieuws kwam een voormalige partijleider die een landelijk verplichte ‘Veggie-Day’ eiste waarop in Duitse kantines alleen maar vegetarisch gegeten mocht worden. In Berlijn lijken de Groenen vooral nog over ‘unisex-wc’s’ voor transgenders en over een tempolimiet van dertig kilometer per uur in de stad te debatteren. En toen de Keulse politie preventief Noord-Afrikaanse mannen controleerde, een jaar na de oudejaarsnacht met de vele aanrandingen, beschuldigde een prominente Groene hen van racisme – het tegendeel van wat veel zwart-groene burgers vonden.

De Duitse Groenen hebben er hun oude reputatie van onbuigzame moralisten door terug. Ver weg lijkt bij veel groene parlementariërs de opvatting van de Nederlandse Jesse Klaver, die op het partijcongres in Berlijn zegt dat hij ook de aanhangers van rechts-populistische partijen probeert te ‘begrijpen’.

Kretschmann, het kopstuk der groene Realo’s, ziet in de morele onbuigzaamheid de oorzaak van het grote stemmenverlies bij onder andere de Groenen in Noordrijn-Westfalen. De ‘idealistische overmatigheid’ van de linkervleugel van de partij kan volgens hem ‘makkelijk de verkeerde kant opschieten’. Daarentegen wist hij zelf in 2016 – midden in de vluchtelingencrisis – wél opnieuw gekozen te worden. Zijn leus voor zijn vluchtelingenbeleid: ‘pragmatisch humanisme’.

Het laat zien dat het oude conflict van de partij, de Realo’s versus de Fundi’s, de pragmatische Fischers tegenover de verfbommengooiers, in deze crisistijd weer is opgespeeld, zij het op een rustiger niveau.

In de landelijke media wordt de Kretschmann-lijn als de beste mogelijkheid voor de partij gezien om de ‘zwart-groene burgerij’ naar zich toe te kunnen trekken. Het zou de Groenen meer tot een soort links-liberaal alternatief maken, met behalve milieuthema’s ook een nadruk op thema’s als ‘burgerrechten’, een d66-achtige middenpartij, iets wat het Duitse politieke landschap nog niet kent.

Het duo Özdemir en Göring-Eckhardt neigt ook naar deze richting. Ze staan open voor de veelbesproken ‘zwart-groene’ variant met de cdu, en in hun verlangen te regeren sluiten ze alleen de nieuw-rechtse AfD uit. Mochten ze klein blijven, dan is zelfs een zogeheten Jamaica-coalitie een optie, met behalve de cdu nog de liberale fdp, iets wat tot voor kort ondenkbaar was in Duitsland, en precies dat wat GroenLinks in Nederland besluit niet te doen.

hoog in het noorden van Duitsland wordt op dit moment inderdaad onderhandeld voor de eerste Jamaica-coalitie van Duitsland, in de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Daar zit die andere Realo met echte macht, de 47-jarige Robert Habeck. Hij is romanschrijver, bekend om zijn vlotte verschijning, en op dit moment deelstaatminister voor Milieuzaken. Zijn partij wist dit jaar in de deelstaatverkiezingen twaalf procent van de kiezers te behouden. Maar Habeck, de daadwerkelijke ‘nieuwe generatie’ van de Groenen, verloor uiteindelijk wel de machtsstrijd om de landelijke top van de oude rot Özdemir.

Het is tekenend: de Realo’s die in de deelstaten succes boeken, hebben het op landelijk niveau moeilijk. Echt populair is de 51-jarige partijleider Özdemir niet, hij geldt als ‘saai’, te weinig charismatisch, maar aan hem kleeft tenminste nog wel een beetje het succes van vroeger. Veel partijleden verlangen naar het legendarische rood-groen van Joschka Fischer en de sociaal-democraat Gerhard Schröder (spd) uit 1998, of anders de beruchte rood-rood-groene variant, samen met Die Linke.

De roep om een scherper, linkser profiel is vandaag vaak te horen, in navolging van Klavers ‘follow your heart’ en als tegendeel van de Kretschmann-lijn. ‘We moeten radicaler worden’, zegt Renate Künast, voormalig fractievoorzitter. Want een keurige zwart-groene burgerpartij, een soort d66, een cdu-light? Volgens de linkervleugel van de partij is juist díe reputatie de oorzaak van de crisis.

Merkel is geen Rutte om zich tegen af te zetten. Zij is van de Energiewende en de Willkommenskultur

Op vrijdagmiddag betreedt Canan Bayram het podium. Bayram is de kandidaat voor de Bondsdag uit de Berlijnse wijk Friedrichshain-Kreuzberg. Net als in Baden-Württemberg zijn de Groenen in deze alternatieve wijk al jaren aan de macht, maar vormen het absoluut tegengestelde van Kretschmann, die slechts een paar rijen verderop zit. Van compromissen moet men hier niets hebben, het gaat hun om de idealen, de linkse aspecten ervan.

Bayram roept de aanwezigen op om meer ‘Haltung’ te laten zien. Ze vraagt hun in het partijprogramma te stemmen tegen uitzettingen van asielzoekers naar Afghanistan, tegen de gentrificering van de steden. ‘Men moet weer bang voor ons worden’, roept Bayram de zaal in. Openlijk geeft ze een sneer richting haar partijleiding, die te inwisselbaar met de cdu zou zijn geworden.

En ze valt Boris Palmer aan, de burgemeester van Tübingen, in de landelijke media het meest besproken groene partijlid van het jaar. Palmer pleit voor een pragmatischer aanpak van de vluchtelingencrisis. Hij komt in augustus zelfs met een boek onder de titel Wir können nicht allen aufnehmen: wil Duitsland blijven helpen, dan kan niet iedereen geholpen worden.

Bayram, fel: ‘Dan zeg ik: geht’s noch?’

Het duo Özdemir en Göring-Eckhardt kent dus de opgave vandaag: ze moeten de rechter- en linkervleugel verenigen, het ‘hart’ van de linkse groenen met het ‘hoofd’ van de Realpolitici.

Özdemir zweept zijn publiek in een toespraak van een uur op, tot hij zwetend zijn vrouw in de armen valt. Hij speelt vakkundig met zijn dubbele achtergrond, aan de ene kant de ‘realistische Baden-Württemberger’, maar met een Turkse gastarbeider als vader ook een geloofwaardig voorvechter van een ‘veelkleurige samenleving’. Göring-Eckhardt, geboren in de ddr, bekend om haar evangelische inslag, kiest voor de milieuthematiek, de bijensterfte, de relatie tussen klimaatverandering en vluchtelingenstroom.

De zaal juicht. Het zijn slechts de kleine momentjes, variaties in woordkeus waarin te merken is dat het borrelt onder de oppervlakte. De afgevaardigden mogen op het congres over het tienpuntenplan van de leiding stemmen, én aanpassingen aandragen.

De pragmatische aanpak ‘wint’ de ene keer, zoals bij de discussie over één zin in de passage over het vluchtelingenbeleid: ‘Niet iedereen die bij ons komt, kan ook blijven.’ De jonge parlementariër Luise Amtsberg vraagt de zaal met nadruk deze zin erin te laten: ‘Want willen we ons humanitaire vluchtelingenbeleid kunnen doorzetten’, zegt ze, ‘dan hebben we de steun van de bevolking nodig’ – en daarvoor is die ene zin bedoeld.

Op andere momenten ‘wint’ de linkervleugel, onder andere met de zin: ‘Het homohuwelijk is voorwaarde voor regeringsdeelname.’ Volker Beck, prominent doch omstreden partijlid, drukt deze eis erdoorheen. Duitsland heeft weliswaar een formele partnerregeling voor gelijke geslachten, maar de machtige christen-democraten hebben het feitelijke huwelijk steeds tegengehouden.

De zin haalt diezelfde dag nog alle Duitse nieuwssites. Dit is de uiting van een ‘groen doodsverlangen’, meent Die Zeit, omdat de partij volgens het weekblad hiermee haar regeringsopties met de cdu overboord gooit. De Berlijnse Tagesspiegel denkt juist dat de Groenen nu bewijzen dat ze ‘toch niet overbodig zijn’.

Aan het eind van het weekend is het dilemma van de partij letterlijk in het nieuw besloten partijprogramma terug te zien: men wil op aanraden van links géén bovengrenzen voor vluchtelingen, maar men stemt wel voor meer videobewaking ‘op gevaarlijke publieke plekken’. In 2030 mogen er van de Groenen geen auto’s met verbrandingsmotoren meer rondrijden, een duidelijke nederlaag voor het Kretschmann-kamp, maar de vervuilende kolencentrales mogen vijf jaar later sluiten dan eerst was gepland, in 2030.

Eén ding is zeker: de linkervleugel is in het programma prominenter geworden dan diverse Realo’s hoopten. Of het helpt? Een links imago heeft Jesse Klaver in Nederland winst gebracht – ‘we won big time’. Maar juist in deze opstelling als ‘rebel’ toont zich het grootste verschil tussen de Nederlandse en Duitse Groenen, belangrijker nog dan programmapunten of lijsttrekkers.

Klaver had de vvd’er Mark Rutte als ‘gevestigde macht’ om tegenaan te vechten, hij had het rechtse Nederlandse debat, waarbinnen hij een duidelijke tegenstem kon bieden, hij was de ‘anti-Wilders’. De AfD in Duitsland, een soort pvv, is daarentegen in de peilingen weggezakt, onder andere door onderlinge twisten. De enige om zich echt tegen af te kunnen zetten is bondskanselier Angela Merkel.

Özdemir probeert het inderdaad, met pakkende oneliners over Merkels traagheid in de aanpak van de klimaatverandering: ‘Wie zijn hoop alleen op Angela Merkel zet, kan nu wel een zwemvest gaan kopen.’ Maar Merkel is geen Mark Rutte. Ze is degene die tot de Energiewende heeft besloten, ze is internationaal geroemd om haar Willkommenskultur in 2015. Ze is voor veel ‘zwart-groen’-denkende stedelingen de Winfried Kretschmann op landelijk niveau geworden, de meest Realo-groene.

Op het podium in Berlijn roept Jesse Klaver de Duitse Groenen toe dat de ‘tijd van de gevestigde partijen voorbij is’. Maar in Merkel-Duitsland kunnen de Groenen niet meer rebels zijn en daar óók nog groot mee worden. Merkel heeft het groene denken deel gemaakt van het establishment. Zij is de komende maanden het grootste probleem voor de Duitse Groenen.