Buyich en vol wolcken

Het enige echte drama in een Hollands landschap zijn de wolken en de grillige bomen. Dus wat kon Jacob van Ruisdael anders dan deze schilderen?

Medium 1742 20 ok  20

Kleuren zijn een doolhof van verleidingen. Lang geleden heb ik me eens een tijdje beziggehouden met het neo-impressionisme van schilders als Georges Seurat en Paul Signac – vanwege de manier van schilderen ook wel pointillisme genoemd. Die schilderkunst interesseerde mij toen (medio jaren zestig) vanwege de systematisering van de kleur die erin beproefd werd. Seurat groeide op, en wilde kunstenaar worden, precies in de jaren dat de impressionistische vaders (Monet, Renoir) tot volle bloei geraakten. Wat zij wilden was zo kleurrijk en natuurgetrouw mogelijk schilderen wat hun ogen zagen. Ik bedenk maar een tafereel van kleuren: je zag op kabbelend water het licht van de zon schitteren. Maar dat vlekkerige licht had geen precieze vorm. Omdat het water, als de wind erover streek, ging golven en waggelen kwamen de vlekken licht nooit tot stilstand. Ze kwamen niet tot een vaste contour die je kon tekenen. De brutale stap van de impressionisten was geweest zulke beweeglijkheden van licht met losse toetsen kleur te gaan schilderen – korte, heldere toetsen verf los over elkaar, suggestieve aanduidingen van kabbelend licht door kort bewegende toetsen kleur. Zoiets, zo levendig als ze het zagen. Om dat te kunnen, moesten ze zich losmaken van klassieke manieren van vormgeving.

Medium dibbets 20duo 201 small
Aan het doffe geel te zien is het koren rijp om gemaaid te worden

Maar jonge kunstenaars willen het altijd anders doen. Zo vond Seurat dat Monet geleidelijk wel erg impulsief en los te werk ging en slordig kleuren door elkaar smeerde. Je kon de toetsen ook systematiseren, bedachten Seurat en Signac, tot een soort punten van steeds één kleur. Die punten kleur kon je groeperen en mengen. Zo’n web van verschillende punten kleur naast elkaar had optisch grotendeels hetzelfde effect als een klassiek impressionistisch schilderij, maar het was beheerster in zijn methodiek – niet zo slordig en intuïtief vooral. Dat vond ik fascinerend omdat medio jaren zestig in mijn omgeving verschillende jonge kunstenaars (Peter Struycken, Ad Dekkers, Jan Dibbets, Bob Bonies), in de slipstream van Zero, ook met zulke systematiseringen bezig waren. De bedoeling was de dingen overzichtelijk te krijgen, dat wilde toen zeggen voorbij de kleurrijke energie van CoBrA.

Dat gedoe, tussen slordig en beheerst, ontstond toen de kunst ophield imitatief realistisch te zijn. Maar is een meesterlijk schilderij als Het korenveld van Jacob van Ruisdael nu minder rijk in kleur dan een werk van Monet? Het is gedempt. Het lijkt erop dat de kleuren langzaam oplichten uit het grijs van het weer. Buitenlanders, schreef Carel van Mander in zijn Schilder-boeck, vinden in onze landschappen de locht altijt buyich en vol wolcken. Dat hadden ze goed gezien. Maar wat moest je in Holland als schilder? Het enige echte drama in een landschap bij ons zijn de wolken en de bomen die als grillige gestalten tot boven de horizon reiken – ja, richting bewolkte hemel. Precies dat is het schema dat we hier in Ruisdaels schilderij zien. Binnen dat grote schouwtoneel van Gods natuur heeft de schilder nog een ander motief gelokaliseerd: een mooie plooi in het land die hij gezien heeft, wordt gesuggereerd, in de buurt van Naarden bij de Zuiderzee. In de verte zien we de lijn van de horizon oplichten, of boven de grijze zee het begin van de zwaar opdoemende wolken. Op de glooiing in het land ligt een geelgrijs korenveld. Rechts daarvoor twee bomen aan de rand van een zanderig stuk grond met knoestig struikgewas. Op het korenveld valt van links zonlicht dat ook nog bovenin de wolken raakt. Wolken wit en grijs – alsof een onweer opkomt zoals dat in de zomer gebeurt. Aan het doffe geel te zien is het koren rijp om gemaaid te worden. Het lijkt er trouwens op dat een deel al gemaaid is. Het is dus eind augustus. Alle kleuren zijn loom van warmte. Aan het geboomte is te zien dat het begint te waaien. Maar misschien word ik meegesleept door een fantasie die ik wil zien. Een landschap als dit nodigt daartoe uit – het land, de geweldige wolkenlucht, maar vooral de onnavolgbare verleidingen van die atmosferische kleuren waarin dit tafereel gevlijd ligt. In de natuur zijn kleuren onuitputtelijk om te zien. Het scala digitale kleur in Dibbets’ nieuwe werk is nog veel onuitputtelijker. Omdat die kleuren ook zonder stevigheid zijn van handschrift en verf zijn ze buitengewoon ijl en daarom dromerig.


Beeld: (1) Jacob van Ruisdael, Het korenveld (Zuiderzee op de achtergrond), circa 1660. olieverf opdoek,61x71cm (Boymans van Beuningen); (2) Jan Dibbets, Duo, 2015. F_otopapier op paneel, twee panelen, grootte per paneel 125 x 250 cm (atelier kunstenaar)._