Cabaret

De grenzen tussen cabaret, provocatie en politiek beginnen te vervagen. Maar minister Zijlstra speelt de moderne rol van cabaretier, provocateur én politicus niet goed.

Het was bij de voorstelling van Stefano Keizers in de Haagse Koninklijke Schouwburg dat de uitdrukking ‘je wordt koning gespeeld’ opdook in een andere variant. Je wordt ook cabaretier gespeeld. Niet door de andere spelers op het toneel, zoals bij een koning, maar door het publiek in de zaal. Dat denkt: wij komen voor een avondje cabaret, lachen! Dus begint het al te bulderen als Keizers alleen nog maar opkomt. Als Keizers dat de zaal inwrijft, galmt de lach weer door de zaal. Maar is de ironie begrepen?

Ik moest aan de in januari in première gegane voorstelling Erg Heel van Keizers denken, toen ik afgelopen vrijdagavond via NPO Politiek het Haags-Amsterdamse verkiezingsdebat volgde in het cultureel centrum De Balie in Amsterdam. Het publiek in de zaal was gekomen met de aanname dat het hier om een politiek debat zou gaan tussen zeven Haagse partijleiders over Amsterdamse thema’s in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart. Met dat frame in het hoofd keek het twee uur lang naar de voorstelling. Maar hoe zou er gekeken zijn als tevoren was aangekondigd dat het hier een cabaretvoorstelling betrof?

Toen de Volkskrant afgelopen maandag opende met het nieuws dat de minister van Buitenlandse Zaken, de vvd’er Halbe Zijlstra, heeft gelogen over zijn aanwezigheid in 2006 in de datsja van de Russische president Vladimir Poetin en ook loog toen hij in 2016 beweerde daar toen met eigen oren gehoord te hebben dat Poetin een Groot Rusland nastreeft, moest ik weer aan Keizers denken. Die loog ook. Hij zou zangcoach zijn geweest, bekende hij toen hij meedeed aan het tv-programma De slimste mens. Met die leugen wilde hij meer publiek trekken. Ook Zijlstra was het met zijn leugen om het publiek te doen. Hij wilde aandacht voor de boodschap dat Rusland een gevaar is.

Waarheid of leugen, serieus of grap, cabaret of politiek?

d66-leider Alexander Pechtold speelde vrijdagavond de rol van aangever voor Thierry Baudet van Forum voor Democratie. Pechtold verweet Baudet racisme en discriminatie. De hele week was het daarover gegaan. Eerst was er de lezing van d66-minister Kajsa Ollongren over de grondwet en haar zorgen over uitlatingen van leden van FvD over rassenmenging en rassenverdunning, direct daarop volgde de aanklacht van Baudet tegen haar wegens discriminatie.

Het was wachten op het moment dat dit onderwerp ook in De Balie aan de orde zou komen. Toen dat kwam, sprong Baudet dan ook direct opgewonden op en neer: ha, demoniseren, demoniseren. Moest hij ‘Ome Theo’ maar bellen, hoonde Pechtold terug, daarmee verwijzend naar Baudets collega in de Tweede Kamer, advocaat Theo Hiddema. Op de achtergrond zong het koor bestaande uit een paar van de andere politiek leiders: huilie, huilie.

Baudet sprong direct op en neer: demoniseren, demoniseren

Om het dramatisch effect te vergroten liep de nummer twee op de Amsterdamse kandidatenlijst van FvD, Yernaz Ramautarsing, wild zwaaiend het podium op. Even dacht het publiek dat er klappen zouden vallen. Maar Balie-directeur Yoeri Albrecht speelde gedecideerd de rol van suppoost, sloeg een arm om Ramautarsing heen en leidde de man terug naar zijn stoel. Kleinkunstenaar Keizers is daar ook dol op, op publiek op het toneel. Interactie is dan ook trendy. Het laat tevens de ijdelheid van de mens zien: even het podium op om gezien te worden.

Keizers speelt ook met zijn publiek als hij een oude scène van cabaretier Youp van ’t Hek naspeelt. Dat het een herhaling is, merkt de zaal pas als hij een oud tv-toestel het podium op rijdt en die scène van Van ’t Hek in zwart-wit laat zien.

Ook Baudets rol is geen originele. Hij kijkt zijn tekst en spel af van lpf-leider Pim Fortuyn en Geert Wilders van de pvv. Eerst discrimineren, en dat dan vervolgens ontkennen, verdraaien en afzwakken; wel voor zichzelf de vrijheid van het woord opeisen, maar dat een ander niet gunnen en direct en met veel misbaar een aanklacht indienen als andermans woorden niet zinnen. Telkens weer is daar nieuw publiek voor, ook al speelt Baudet – net als Keizers – zijn rol slechter dan zijn voorgangers. Het cabaretpubliek wil lachen en bedrogen worden, dus zal lachen en bedrogen worden. Het publiek van de politiek ook?

Toen journalist-provocateur Jan Roos van Powned zich bij de laatste verkiezingen kandidaat stelde voor het parlement namen zijn voormalige collega-journalisten de man die zelf politici nooit serieus had genomen ineens serieus. Ze speelden hem politicus. Cabaret, provocatie, politiek, de disciplines begonnen door elkaar te lopen. Roos haalde in maart 2017 met zijn partij Voor Nederland (vnl) geen Kamerzetel, maar zijn voormalige compagnon bij het Oekraïne-referendum, Baudet, met Forum voor Democratie wel. Een klein jaar na de verkiezingen lijken de grenzen tussen de verschillende disciplines helemaal geslecht. Kijk naar het debat in De Balie van afgelopen vrijdag. Multidisciplinair werken is dan ook een trend.

Dat Baudet zijn werk als parlementariër niet doet, een slecht debater is, in de praktijk niet waar maakt wat hij predikt en zijn politieke partij inmiddels rollebollend over straat gaat, een deel van de kiezers maalt er niet om. Lachen!

Als minister Zijlstra liegt, dan is het: zie je wel, politici zijn zakkenvullers en leugenaars. Niks lachen! Maar Zijlstra speelt de moderne, gecombineerde rol van cabaretier, provocateur én politicus dan ook niet goed. Zijlstra is onvoldoende met zijn tijd meegegaan. Daardoor beoordeelt het publiek hem met de regels van de ‘oude’ politiek. Eigen schuld.