De vijf beste volgens Nilgün Yerli

Cabaretières en cabaretiers

Cabaretière Nilgün Yerli treedt tot en met mei 2014 op met haar nieuwste show Onbeperkt genieten. Het is haar zevende soloprogramma. Ze begon in 1998 met Wat zeg ik. Yerli vertelt over cabaret en de volgens haar vijf beste cabaretiers.

Medium nilgun yerli

Onbeperkt genieten gaat over de ‘verzadigbaarheid van genot’. ‘Genot zit in de beperking ervan’, zegt Yerli. Zo ontstond ook idee voor deze show. Ze liep langs een Japans restaurant met een poster: ‘onbeperkt sushi eten’. Gratis honderden sushi’s. Ze is dol op sushi, maar dat onbeperkte maakte de sushi’s opeens heel onaantrekkelijk. Onbeperkt is geen genot. ‘Fijnzinnig, beschaafd en intelligent cabaret’, schreef de Theaterkrant over haar nieuwe show. Ze vertelt in haar show twaalf verhalen van twaalf verschillende vrouwen. ‘We nemen een kijkje in hun leven. Allemaal zijn ze op zoek, allemaal zitten ze vastgeroest. Het is geen makkelijke show. Maar de ontlading is daardoor des te groter.’

‘Ik ben heel lang aangezien voor iemand met een boodschap, dan zag ik mezelf lopen: een vrouw, slepend met zo’n plastic tas van de Dekamarkt. De onderwerpen komen uit mijn hart, ik maak wat me bezighoudt in het leven. Schrijven, cabaret. Mijn hart heeft de multiculturele snaar geraakt, maar na vier, vijf voorstellingen heb je dat wel gehad. Nu gaat het over genieten.’ Daarom heeft een Friese recensent haar zo gekwetst in zijn recensie over Onbeperkt genieten. ‘Hij schreef: “Dan ben je terug in Nederland (Yerli woonde drie jaar in Izmir, in Turkije – ivdl) en dan laat je niet je stem horen over Erdogan, Gezi, Taksim.” Juist door deze mensen mislukt de integratie’, vindt Yerli. ‘Ze blijven mij zien als de Turk. Ik moet praten over Turkije. Waarom wordt van mij verwacht dat ik een show maak over Erdogan voor een Nederlands publiek? Wil je gewoon één van het geheel zijn, word je meteen op je plek gezet.’

Haar moeder vertelde haar ooit: ‘Inspiratie is wat engelen fluisteren in je oor.’ Ze vond dat altijd mooi gezegd, maar nam het niet zo serieus. ‘Het lijkt wel of het waar is’, zegt ze nu. ‘Iets wat je van het universum binnenkrijgt. Dat voel ik tot in mijn hart, in mijn aderen, botten. Ik moet dat, ik wil dat doen. Het is mijn zijn geworden. Ik ben ik omdat ik dit mag doen.’

Wat een cabaretshow goed maakt, vindt Nilgün Yerli, is als het vanuit het hart komt, als het geen kunstje is. ‘Daarom is cabaret zo bijzonder, het publiek voelt dat precies aan.’ Haar vijf favorieten doen dat allemaal, zegt Yerli. Deze vijf raken haar.

1 Theo Maassen
‘Hij is soms hard of grof, maar dat is zijn manier om dingen te zien of te herzien. Hij zegt wat hem bezighoudt. Dat bewonder ik. Mijn show is nooit van de harde lach geweest. Ik sta zo niet in het leven, ik ga liever langzaam. Maassen laat een gebouw ontploffen om daarna een nieuw te bouwen. Ik restaureer liever. Wat hij maakt vind ik prachtig.’

2 Paul van Vliet
‘De man van de emotionele snaar en melancholie, de liefde. Dat is ook mijn lijn. Mijn oma en moeder zeiden altijd: “Heb elkaar lief en omarm de verschillen.” Ik heb veel facetten in mij. Ik heb nooit een voorbeeld gehad van iemand die ik wilde zijn, maar ik ben wel geïnspireerd door vakgenoten, ze prikkelen me, ik bewonder ze. Mijn show is meer cabaroneel; een mix tussen cabaret en toneel. In cabaret neem je de samenleving op de korrel, met een lach. Dat doe ik ook wel, maar ik gebruik ook veel poëzie en filosofie, persoonlijke verhalen. Dat komt meer in toneel voor.’

3 Paulien Cornelisse
‘Ik dans met taal, zoiets wonderbaarlijk moois. Taal fascineert me. Alle talen zijn prachtig. Ik spreek Nederlands, Turks, Duits, Engels, beetje Spaans. Het is mooi als je daarin woordspelingen en grapjes kunt maken. Toen ik Nederlands ging leren (Yerli kwam op haar tiende naar Nederland – ivdl) dacht ik dat een boterham bestond uit boter en ham. Ik leerde via het leesplankje aap, noot, mies en dacht dat het woord voor hond “Kees” was. Cornelissen laat zien hoe je taal kunt gebruiken, ze speelt ermee, dat is mooi.’

4 en 5 Toon Hermans en Wim Kan
‘Wim Kan en Toon Hermans zijn mijn oude meesters. Ik bewonderde hen al voordat ik wist dat ik iets met cabaret of theater ging doen. Ik zag Wim Kan op de televisie, toen ik net in Nederland was. Ik begreep hem niet, maar zag al die energie op het podium. Wow, dacht ik. Wat een kracht en zelfverzekerdheid. Zo ben ik fan geworden, toen ik later wel verstond wat hij zei, hoe hij Den Haag neerzette. Zo politiek en maatschappelijk geëngageerd en zo grappig. “Je trekt een blik politici open en er zit niet één verrotte tussen…” Prachtige teksten. Freek de Jonge kan dat ook, maar die heeft niet de uitstraling van Kan. Ik word nerveus van Freek. Die onrust gaat in mijn hoofd zitten.’

‘Toon Hermans, dat was fabelachtig mooi. Hij had ook die sympathie en dat zelfvertrouwen, en die glimlach, die was groots. En dan kon dat gezicht weer een keiharde muur zijn. Zo echt. Je bent gezegend als je die mimiek hebt. We hebben nu meer gogogo. Maar dat is ook het mooie, cabaretiers moeten met de veranderingen van de tijd meegaan.’


Beeld: Nilgün Yerli (Nicole Segers)