Café klok

Korte inhoud van het voorafgaande: De gezworen vriendinnen Andrea en Lina overdenken de wederwaardigheden van de liefde. Andrea maakt zich zorgen dat Bas niet gelukkig is in de liefde. Hij kan beter een voorbeeld nemen aan de joyeuze levensstijl van Lina, de vrouw van de wereld. Simon de Schrijver komt binnen om te klagen over een nooit voltooid rakende roman.

Over de drempel van het café stapte iets wat op het eerste gezicht een kermisattractie uit het gruwelkabinet leek, maar bij nader inzien twee vrouwen bleken te zijn.
Ze waren beiden gekleed in onbestemde donkere paarsen en groenen. Hun kapsel hing in vette pieken over hun bleke gezicht en het chagrijn dat ze uitstraalden zou olijfolie nog bevriezen. Hun loop was een eeneiig schommelen, op een andere manier was het niet te beschrijven. Bumper&Bumper was het tweetal door Andrea en Lina gedoopt.
Lina ging onmiddellijk met veel gewapper van al haar gewaden in de weer om Andrea af te leiden, maar Simon de Schrijver begroette het tweetal beminnelijk.
Slijmbal, dacht Lina. Andrea had nog niets in de gaten. Ze zat met haar rug naar de deur.
‘Wat denk je van het beroep van mislukt schrijver?’ vroeg ze aan Lina, 'dat heeft toch ook een zekere status, niet?’
'Ben je gek’, zei Lina, 'je bent hier gewoon wat ervaring op aan het doen. Ik heb nooit geloofd in die schrijvers die alleen maar op een machine zitten te rammen en hun vrouw de gebakken aardappeltjes laten opdienen.’
'Nee’, zei Andrea, 'ik meen het. Ik geloof dat ik bezig ben te mislukken.’
Lieve help, dacht Lina, dat kunnen we nu even net niet hebben. Andrea moet stralen, roepen, lachen op dit moment. Desnoods gaat ze op haar kop staan. Als Bumper&Bumper maar niet in de gaten krijgen dat ze in een depressie zit. Het woord 'depressie’ kennen we hier niet. Het leven is ervoor om joelend geleefd te worden. Dan kan ik ook wel in een depressie gaan zitten. Ik heb geen cent meer te makken, tenslotte.
De twee zwaarlijvige schommels waren het trapje naar boven op geklommen en hadden zich achter in het café genesteld, waar de bankjes waren.
Lina haalde enigszins opgelucht adem.
Het was nu twee jaar geleden dat de dikste van de twee vrouwen die boven zaten de kleinere vrouw van Andrea had afgepakt. Zomaar, pardoes. Zulke dingen gebeuren nu eenmaal in het leven, maar Andrea was er buiten proporties door geschokt geweest. Zelfs Lina had zulk liefdesverdriet in haar eigen romantische leven nog nooit meegemaakt. Het ging zelfs zo ver dat Andrea haar een keer had gevraagd waar je een pistool kon kopen.
'Wie denk je daarmee tot rede te brengen?’ had ze gevraagd, 'Marcella?’
Nee, Marcella was au fond niet de moeite waard, Marcella was peanuts, een horzel waardoor je soms werd gestoken.
'Marcella sla ik gewoon nog eens in één klap plat’, had Andrea gezegd. 'Nee, ik meen het. Ik wil een pistool. Ik wil haar doodschieten, gewoon doodschieten. Wat krijg je daarvoor? Hooguit zeven jaar. Het is tenslotte een crime passionel. Zeven jaar, wat zijn nou zeven jaar? In die tijd schrijf ik twee dikke romans, door niemand gestoord, voor m'n natje en m'n droogje wordt gezorgd. Ik wéét dat ik het ga doen. Ik kan er niet meer tegen die twee elke keer hier te zien. Ik schiet ze dood.’
'Het is in de gevangenis wel wat anders dan je denkt’, had Lina gezegd.
'Hoezo anders? Ik word hier gek van, het is erger dan de gevangenis.’
Dat wás in zekere zin ook zo. Die Dikke had Myra van Andrea afgepakt en nu woonden ze met z'n tweeën doodleuk op de Prinsengracht, bij Andrea om de hoek. En Café Klok, dat eerst het stamcafé van Andrea en Myra was geweest, was het nu ook van de Dikke. Wie moest er nu wegblijven, Andrea of Bumper&Bumper? had Lina vaak wanhopig gedacht. Voor zoiets waren gewoon geen regels.
'Ik krijg van deze kruk stijve billen’, zei ze en ze ging aan de andere kant van Andrea zitten, zodat ze, als ze zich wat breed maakte, haar het uitzicht op de twee boven benam. Voor Andrea was ze als een tijgerin.