Feuilleton 27

Café Klok

Korte inhoud van het voorafgaande:
Charles denkt dat hij misschien aids heeft. Voor hem en de anderen is dat aanleiding om te mijmeren over de zin van het leven, en over de zin van Café Klok.


De volgende middag zaten Peter Hek en Lina met een verzaligde glimlach achter de bar. Het leek alsof ze allebei een panorama van Luilekkerland voor ogen hadden, waar gewone stervelingen geen weet van hebben. Zo nu en dan legde Peter Hek zijn hand op die van Lina. Lina legde de hand pas na verloop van tijd terug waar hij hoorde, zonder ongeduld of wrevel. Ze waren in harmonie, die twee.


‘Wat mankeert jullie?’ vroeg Andrea. Ze gaven geen antwoord en slechts met moeite wisten ze op Andrea te focussen, voor korte tijd, want daar dreef hun gelukzalige blik alweer naar Luilekkerland.


‘Verliefd’, bromde Bas, ‘volgens mij zijn ze verliefd.’


‘Dat kan niet’, zei Andrea beslist. Het was onmogelijk dat Lina verliefd zou worden op dat edele schaap, aan wie Lina de naam ‘Jurk’ had toebedeeld. Peter Hek mocht dan op de treurbuis alle schoonmoeders in katzwijm doen vallen, voor Lina was hij nog niet goed genoeg geweest om voor haar een reisje naar Majorca te betalen.


‘Hoe gaat het?’ vroeg ze Bas om de aandacht van het glazige stel aan de overkant van de bar af te leiden. Terwijl ze het vroeg, viel het haar op dat nooit iemand háár die vraag stelde.


‘Heel goed’, zei Bas nadrukkelijk, ‘het gaat mij heel goed zonder Grietje. En het gaat Grietje heel goed zonder mij. Ik ben tenslotte niets meer dan een zaadlozer en daarvan bestaan er velen op de wereld. Een zaadlozer zonder enige zeggenschap over het kind dat hij eventueel zou verwekken.’


‘Maar je wilde niet, je wilde geen kinderen’, zei Andrea.


‘Niet van een veertigjarige vrouw en een 56-jarige man, nee’, zei Bas. ‘Niet van een stel bejaarden dat nog met een stel punkouders in de zandbak moet zitten. Daar pas ik voor.’


‘Je hebt het weer eens niet begrepen’, mengde Mart zich in het gesprek, ‘wij zijn tegenwoordig veel jonger op onze leeftijd. Elk mensenleven is met twintig jaar verlengd. Ik voel me tenminste alsof ik nog steeds in mijn jeugd zit. Dat konden mijn ouders op mijn leeftijd niet zeggen.’


‘Jullie soort’, zei Bas, ‘jullie soort…’


‘Jullies…’ zei Mart.


‘… is zo doodsbenauwd voor verval dat jullie op je tachtigste nog met rinkels en bellen door de grachten willen varen. En wij maar doen of het gewoon is’, zei Bas. ‘Het is net zo gewoon als een bejaarde vrouw met een kind.’


‘Ik ben het gewend, hoor’, zei Mart, ‘ik ben gewend aan discriminatie.’


‘Wat mankeert Peter en Lina?’ vroeg Andrea. Mart boog zich naar haar toe. ‘Pillen’, fluisterde hij in haar oor. Andrea wapperde met haar handen naar de overkant. Ze probeerde Lina’s aandacht te trekken: ‘Hoeoi Lina, kom je mee buiten spelen? Dinky toys meenemen!’ riep ze.


Lina ontwaakte uit haar droom en ontwaarde haar vriendin. Ze lachte stralend en wenkte Andrea op de kruk naast haar te komen zitten. Peter Hek werd uit de buurt gebonjourd. Hij gehoorzaamde alsof hij geen eerbaarder bevel kon krijgen.


‘Het is zo heerlijk, heb je het al eens geprobeerd?’ zei ze. Lina had de vorige avond wat xtc-pillen van Peter Hek gekregen. Ze waren tot aan sluitingstijd in De Limiet blijven hangen en waren daarna door de stad gelopen naar het Picopleintje bij de Albert Cuyp om samen met de taxichauffeurs van de vroege ochtendshift koffie te drinken en daarna hadden ze ontbeten met roerei en champagne in het Okura-hotel en daarna… Het was hemels allemaal. De wereld was zo zacht, zo mellow, er was niets meer wat echt erg was, alles viel volmaakt op zijn plaats.


‘Heb jij het al eens geprobeerd?’ vroeg Lina aan Andrea. ‘Hoe ziet jouw drugsverleden er eigenlijk uit?’