Feuilleton 23

Café Klok

Korte inhoud van het voorafgaande:

Het hele café houdt zich nog steeds bezig met het vaderschap voor het ongeboren kind van Grietje. Waltje fluistert zijn plannetje in Andrea’s oor.


 


‘Wat zie jij eruit’, zei Lina toen Andrea die middag binnenkwam.


‘Praat me er niet van’, zei Andrea, ‘ik heb de hele nacht Waltje van het idee moeten afhelpen dat hij de engel Gabriël kon spelen.’ Lina trok haar wenkbrauwen op. Andrea wuifde het vermoeid weg.


Bas duwde juist de deur van het café open en zette zijn Albert Heijn-boodschappen voor zich op de bar. Voordat hij de kans kreeg om zijn waren uit te stallen en over zijn menu van die avond te beginnen, zei Lina gauw: ‘Wat vind je ervan Bas, van Waltje…’ Hij liet haar niet uitspreken en schudde woest met zijn hoofd.


‘Ik heb vandaag wel wat anders aan mijn hoofd dan jullie malle theorieën aan te horen’, zei hij en hij gooide de krant die boven op de boodschappen lag demonstratief op de bar. ‘Hebben jullie het al gelezen?’ vroeg hij.


‘Is het geen schande?’ klaagde Wendela meteen tegen Bas. ‘Is het geen vreselijke schande?’


‘Is er weer iets met Kok?’ vroeg Andrea, die geen ochtendkrant had ingezien na haar nacht met Waltje. Ze gebruikte opzettelijk de naam van de minister-president om de pavlovreactie van Bas af te wachten. En ja hoor:


‘Hij is om te kókhalzen, die Kok’, zei Bas. ‘Ik kókhals van Kok’, en hij maakte er braakgeluiden bij.


In het begin kreeg Andrea het met Bas wel eens aan de stok over de politiek van de minister-president, maar sinds ze eens zijn bloeddruk hadden gemeten na een Kok-aanval, zag ze ervan af. Wat was er nu weer voorgevallen in de politiek?


‘Het is de koningin’, blaatte Wendela klaaglijk, ‘het is de koningin.’


‘Kok is politiek en staatsrechtelijk de verantwoordelijke’, brulde Bas en zijn hoofd begon al aardig aan te lopen. Andrea gebruikte de binnenkomst van Mart en Aknaton om de krant uit Bas’ boodschappentas te graaien. Ze zag de foto op de voorpagina: een eindelijk blije koningin in de sneeuw van Lech. Ze las verbijsterd het onderschrift.


Achter haar zei Mart: ‘Ja, wat vinden jullie daarvan, dat kán toch niet, Bea in Oostenrijk op dit moment? Dat kán toch niet.’


‘Het is een daad…’ sprak Aknaton met plechtige toneelstem boven aller hoofden uit.


‘Nee’, zei Andrea, ‘dit is het absolute toppunt.’


‘…van absoluut lak hebben…’ declameerde Aknaton doodgemoedereerd verder.


‘De koningin’, blaatte Wendela nog luider, alsof ze een duet zong met Aknaton.


‘…aan de mening van het Nederlandse volk…’ sprak Aknaton.


‘Van heel Europa, zul je bedoelen’, zei Mart. ‘Heel Europa maakt zich zorgen over de toestand in Oostenrijk en onze koningin gaat er skiën. En dan klaagt ze ook nog dat er zo veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven.’


‘Volstrekt wereldvreemd’, krijtte Wendela, ‘volstrekt beledigend.’


‘De pers zal het wel weer gedaan hebben’, zei Lina, die over Andrea’s schouder meelas.


‘En de Tweede Kamer maar verontschuldigend zeggen dat het een privé-zaak is’, riep Mart. ‘Op dit moment is dat bezoek een politieke daad. Ze hééft geen politiek te bedrijven.’


Het was alsof er een opera werd opgevoerd. Iedereen zong nu door elkaar en de bas Bas blies zichzelf zo op dat hij nog eens in stukken uit elkaar zou spatten. De sopraanpartij van Wendela was allesoverheersend. Het was de opera van de woede. Terecht, leek het Andrea.


Waarom hebben wij een vorstin die niet van haar volk houdt? zuchtte ze voor zich heen. Wat moeten we met haar als ze ons alleen maar diep in haar hart haat? Het koningshuis werd langzamerhand een zaak om je over op te winden.


‘Jongens’, zei ze toen de gemoederen weer wat waren gekalmeerd, ‘mij lijkt dat het tijd wordt om eens tot daden over te gaan. Leve de Republiek!’


‘Leve de Republiek!’ riep iedereen en Marcella wierp een angstige blik op haar ruit.