Feuilleton 21

Café Klok

Korte inhoud van het voorafgaande:

Bumper&Bumper hadden demonstratief in een Volvo 740 Grand Luxe vóór de caféruit zitten telefoneren. Lina had een plannetje om de bedroefde Andrea wat op te vrolijken.

Het duurde even voordat het plan van Lina kon worden uitgevoerd, maar op een koude dag in januari was het zo ver. Bumper&Bumper betraden op een namiddag pontificaal het café. Buiten scheen een koude winterzon laag door de Vijzelstraat en de mensen hadden warme mutsen op. Het kon toch nog wat worden met de winter.


‘Kom op’, zei Lina tegen de opnieuw van wanhoop verstijvende Andrea. ‘Heb je je autosleuteltjes bij je? Waar staat-ie?’


Andrea had in de tijd dat ze nog met Myra was in een opwelling het kleinste Fiatje gekocht, een snoepje van een auto, niet groter dan je eigen schoen. In de heerlijke tijd met Myra was alles in een opwelling gebeurd. Nu was alles traag als stroop waar je je doorheen moest eten.


‘Wat gaan we doen?’ vroeg Andrea, maar Lina wilde niets zeggen voordat ze in het kleine wagentje zaten.


‘Als hij nu maar wil starten’, zei ze.


‘Deze auto start altijd’, zei Andrea en liet het autootje als een koffiemolen snorren.


‘Kijk eens wat ik hier heb’, zei Lina en haalde het V&D-papier van een doos. Uit de doos kwam een speelgoedtelefoontoestel, in de vorm van Mickey Mouse. ‘We gaan opbellen’, zei Lina, ‘we zijn drukke vrouwen, directrices van een weeshuis voor ontaarde kinderen.’


Lina dirigeerde Andrea van de Prinsengracht de hoek om, de Vijzelstraat op. Voor de grote ruit van Café Klok moest Andrea parkeren. ‘Niet naar binnen kijken’, beval ze Andrea. ‘Ik moet nodig bellen.’


Terwijl Andrea strak voor zich uit keek en alle ogen uit het café op zich gericht wist, plaatste Lina de Mickey Mouse-telefoon duidelijk zichtbaar voor de voorruit en begon ze een gefingeerd gesprek, gepaard gaande met veel ongeduldig hoofdschudden en nadrukkelijk knikken. Na verloop van een minuut of twee legde ze de hoorn op het toestelletje en zei: ‘Niet kijken. Gewoon wegrijden.’


Toen Lina en Andrea tien minuten later Café Klok binnenkwamen, werden ze met een luid applaus verwelkomd. Van Bumper&Bumper geen spoor.


‘Met de staart tussen de benen’, bulderde Bas. ‘Ze wisten niet hoe gauw ze weg moesten komen.’


‘Nee echt, het was fantastisch’, zei Mart. ‘Simon zei: “Moet je Karate zien”, en toen pas hadden we het in de gaten. We hádden het niet meer. Ze wisten onmiddellijk wie er hier belachelijk werden gemaakt. Binnen een seconde waren ze verdwenen.’


‘Zonder af te rekenen’, zei Marcella, ‘en iek ep jullie allemaal verboden te poffen. Die krappen altaid, iek word sjtraatarm.’


Nu pas, nu pas achteraf moest Andrea zo vreselijk lachen dat ze er tranen van in haar ogen kreeg. Ze gaf Lina een dikke zoen.


‘Zo’, zei die, ‘nu weten zij hoe wij hier tegen patsers aankijken. Wil je die telefoon als aandenken?’


Ach, dacht Andrea terwijl ze haar ogen droogde, als ik Klok en mijn vrienden niet had… Dan zou je je beter op je werk concentreren en minder drinken, sprak een stemmetje in haar. Maar ik wíl drinken, sputterde ze tegen, ik vind het heus niet zo lekker, maar het brengt me in de juiste stemming om vooraan in de linies te liggen, zoals Lina het altijd noemt. Vooraan in de linies als soldaat eerste klas. Zoals Napoleon, toen hij nog korporaal was en sidderend van angst in de loopgraven te horen kreeg: ‘U bent bang, korporaal’, antwoordde: ‘Als u zo bang was als ik, mon General, dan lág u hier niet.’


Ze bestelde een rondje, maar Marcella stond met haar rug naar haar toe en riep dat ze eerst de bon voor Bumper&Bumper moest schrijven, ‘iek kan niet heksen’.


‘Drie vijfentwintig plus drie vijfentwintig is zes vijftig in Nederland’, zei Andrea. Voordat Marcella haar de volle laag kon geven, vroeg Waltje: ‘Heeft Grietje nu al een donor voor haar kind gevonden?’


De lont lag weer in het kruitvat.