Feuilleton 24

Café Klok

Korte inhoud van het voorafgaande:

De aandacht van de aanwezigen in het café wordt afgeleid van het nieuwe kind van Grietje door het nieuws van de dag: dat de Koningin naar haar vakantieoord in Lech is vertrokken. De opwinding daarover laait even op.

‘Wat heb je met Waltje gedaan?’ vroeg Lina aan Andrea, ‘hij zit erbij of hij zijn laatste oortje heeft versnoept.’


‘Dat ligt niet aan mij’, antwoordde Andrea, ‘ik heb het hem afgeraden, maar als die iets in zijn hoofd heeft, praat je het er toch niet uit.’


‘Wát heeft hij dan in zijn hoofd?’ vroeg Lina.


Andrea vertelde van de nacht dat Waltje bij haar had aangeklopt. Het uur van sluitingstijd was al lang en breed voorbij, toen ze hem bij haar raam zachtjes haar naam hoorde roepen. Waltje was een van de weinigen die elk uur van de nacht bij haar aan mocht komen. Het ging om het kind van Grietje. Hij had gedacht dat hij zich maar eens moest aanmelden als de vader.


‘Waltje?’ vroeg Lina giechelend, ‘die is zelf nog een kind.’


‘Niet meer of minder dan Bas. Bas is een groot klein kind en Waltje een klein kind.’


‘En wij zijn de moeders’, zei Lina beslist. ‘Wat heb je gezegd?’


Ze had het hem natuurlijk uit het hoofd gepraat. Hoe moest hij alle verantwoordelijkheid dragen. En hoe wilde hij met Grietje omgaan, een vrouw met een onvoorspelbaar bonkig humeur. ‘Voor je het weet moet je knotten wol ophouden’, had ze gezegd.


Maar daar was het Waltje niet om te doen. Hij voelde zich eenzaam nu zijn vriend er met een ander vandoor was. Hij had nooit gedacht dat hij nog zo veel van die jongen hield. Hij had zijn vriend eigenlijk al die jaren met Aknaton vergeleken en hem daarmee onrecht gedaan. Tegen Aknaton kon niemand op.


‘Dat is waar’, zuchtte Lina op dat punt van het verhaal en ze droomde weg van de eerste jaren, toen ze Aknaton leerde kennen en tussen de coulissen op hem wachtte.


‘Dus hij zat vol schuldgevoelens’, vervolgde Andrea haar verhaal, ‘en daarom dacht hij zich op die manier eens nuttig te maken.’


‘En Grietje heeft hem uitgelachen’, constateerde Lina.


‘Ik denk het’, zei Andrea. Voor Grietje was Waltje nou net wat ze niet bedoelde. Een schriel ventje dat zijn leven maar niet op orde kreeg, een dromer zonder een cent te makken te hebben. Grietje had hem waarschijnlijk vierkant in zijn gezicht uitgelachen. Ze lette op Bas. Met Bas was ook iets aan de hand. Hij zat afweziger dan anders naast zijn boodschappen en leek onbenaderbaar.


‘Waltje, kom eens hier’, hoorde ze hem bevelen en ze zag hoe het grote hoofd van Bas en het tengere van Waltje zich naar elkaar toe bogen. Bas praatte nadrukkelijk maar fluisterend op hem in.


Naast haar dook Simon de Schrijver op. ‘Let op, Karate’, zei hij. ‘Daar wordt iets groots gesmeed’, zei hij, op Bas en Waltje duidend. Je kon Simon niet verdenken van enige werklust ten aanzien van zijn boek-in-wording, maar de alertheid voor zijn omgeving was goed genoeg ontwikkeld voor een schrijver. Hij schurkte zich gezellig tegen haar aan en zei: ‘Ik heb vandaag weer een halve pagina geschreven. Ik moet nu een bus in een ravijn laten donderen.’


‘Dat lijkt me een heel werk’, zei Andrea. Simon was de laatste vier jaar aan zijn nieuwe boek bezig en hij had haar bijna scène voor scène uit de doeken gedaan, zonder dat ze er enige samenhang in kon ontdekken. Ze wilde net vragen hoeveel ingezetenen de bus telde, toen Bas zei: ‘Dat jullie het allemaal van mij weten. Het is uit tussen Grietje en mij.’ Iedereen keek hem met grote ogen aan en wachtte wat er nog zou volgen. Alleen lange Lot, die op de entresol haar hoed opzette, zei lijzig: ‘Fijn voor Grietje dat wij het hier mogen vernemen.’


Wendela Peper haalde diep adem om haar te antwoorden.