Feuilleton 22

Café Klok

Korte inhoud van het voorafgaande:

Het plan van Lina is gelukt: Bumper&Bumper namen de benen. Waltje gooit het donorschap van Grietjes kind in de groep.

‘Ik vind het geen onderwerp van gesprek’, zei Mart. ‘Zeg alsjeblieft, laten we het hier een beetje fatsoenlijk houden.’


‘Waarom niet?’ vroeg Waltje onnozel.


‘Andrea, leg jij het even aan hem uit’, zei Mart. Maar van achter het verre hoekje van de bar had de geweldige gestalte van Bas zich al opgericht. ‘Er wordt hier niet over mijn toekomstige kinderen gesproken. Ik heb Grietje al huisarrest gegeven, omdat ik wist dat jullie elk moment gretig op het onderwerp zouden duiken. Het arme kind weet niet wat ze heeft aangericht. Houden jullie er dus onmiddellijk over op.’


‘Het is jouw kind helemaal niet’, zei Lina. ‘Jij wilde toch helemaal niet?’


‘Het wordt een donorwees’, verklaarde Simon plechtig. ‘Daar zullen we in de toekomst nog heel wat mee te stellen krijgen, met al die donorweeskinderen.’


‘Het is in ieder geval mijn relatie’, gromde Bas. Hij leek verlegen met de situatie, alsof hij overwoog gelijk met het ongeboren kind ook Grietje weg te spoelen. Hij wilde rust aan zijn kop, geen kinderen. Gewoon Klok om wat te kletsen en wat te drinken. Er was een onuitgesproken wet dat er in Klok geen kinderen kwamen en geen hasj werd gerookt. Alleen de drank bracht al ellende genoeg. Schreeuwende kinderen die door hun jaren-zestig-ouders niet in bedwang werden gehouden, het was hem een gruwel. Zo’n kind wilde Grietje natuurlijk ook, zo’n kind dat onder de chocolademelk zat en tikkertje speelde rond de bar.


‘Hoe oud is Grietje eigenlijk?’ vroeg Wendela Peper, die in stilte begon uit te rekenen of haar eigen kansen al verkeken waren.


‘Negenendertig’, zei Bas onwillig, ‘of veertig, dat weet ik niet precies.’


‘Hoogste tijd voor de laatste ronde’, zei Lina tevreden en ze keek triomfantelijk in Wendela’s richting. ‘Dat haal je niet meer, Wendela.’


‘Ophouden!’ brulde Bas.


‘Ze luisteren toch niet’, zei Charles sloom, ‘als je in de nabijheid van vrouwen over het krijgen van kinderen praat, krijg je ze niet meer stil.’


‘Zie je nu wel?’ zei Mart tegen Waltje.


Bas dronk driftig zijn glas uit. ‘Ik ga naar huis’, kondigde hij aan. ‘Ik zal het jullie voor eens en voor altijd zeggen: ik wil geen kinderen en ik wil geen vrouw die kinderen wil. En voor de rest zoeken jullie het maar uit.’


‘Moeten we dat aan Grietje doorgeven?’ riep Andrea hem achterna. Bas antwoordde door zo hard met de deur te slaan dat de ruit ervan rinkelde.


‘Main rojt!’ gilde Marcella.


‘Hè lekker, onder ons’, zei Mart en hij schoof bij Andrea en Lina aan. ‘Zeg luister’, zei hij, ‘we moeten voor Bas een andere vrouw vinden, zo wordt die man doodongelukkig.’


‘Ik heb ook geen andere vrouw’, zei Andrea somber.


‘Had je maar aan ons moeten denken’, zei Mart. ‘Jongens, wat doen we eraan?’


Waltje had het hele gebeuren met grote blauwe poppenogen zitten aankijken. Vervolgens was hij in diep gepeins verzonken geraakt, alsof hij een te moeilijke som moest oplossen. Als Waltje nadacht nam hij de houding van De Denker van Rodin aan. Voor hem was de hele wereld toneel, waar alles moest worden uitvergroot. Toen klaarde zijn gezicht op. Hij liep op Andrea af, maar Andrea was zo verdiept in een verhaal van Mart dat ze hem afwimpelde. Hij bleef geduldig wachten, met een verzaligde blik in zijn ogen. Wat er voor hem open lag, was toekomst, een stralende toekomst in een heel andere richting dan hij voor zichzelf had uitgedacht, maar een toekomst. Zo liepen immers de duistere wegen van de Voorzienigheid. Hij legde zich vol overgave neer bij een besluit dat hijzelf zojuist had genomen. Toen Andrea een rondje bestelde nam hij haar even apart.


‘Nee’, riep Andrea, zo hard dat iedereen in het café ervan opkeek. ‘Nee Waltje, dat kun je niet menen.’


‘Ik meen het’, zei Waltje, stralend vanwege de aandacht die op hem viel.