Feuilleton 19

Café Klok

Korte inhoud van het voorafgaande:

De eerste week van het nieuwe millennium zijn de Klokgangers nogal somber gestemd. Eigenlijk gaat het met iedereen slecht. Alleen Grietje ziet het wat zonniger in. Vol nieuwe plannen betreedt ze de eenentwintigste eeuw. Ze heeft besloten een kind te nemen. De vraag is alleen: van wie.

De eerste avond van het jaar was meteen de uitputtendste geweest, overdacht Andrea de volgende dag. Ze had de hele nacht liggen dromen van warmwaterkruiken die een file vormden waar geen doorkomen aan was en ze was gebroken opgestaan. De dag wilde verder niet vlotten.


Wat was dat ook voor een malligheid van Grietje geweest. Eerst dacht iedereen nog dat ze een grap maakte. Dit keer eens niet afvallen of stoppen met roken, of minderen met drinken, maar een kind. Maar al gauw was gebleken dat Grietje buiten Café Klok om in heel andere kringen kwam dan zij allemaal. Daar was het gewoon om te praten over het krijgen van kinderen of het om een boodschap bij Albert Heijn ging. Zou je die goedkope aanbieding nemen of niet? Daar was men ook allang tot de conclusie gekomen dat een kind van een anonieme donor minder wenselijk was. Dat zou het kind later maar in de problemen brengen. Zelfs nog niet bestaand leven had recht op een vader.


‘Zou je niet eerst eens aan het opbouwen van een stabiele relatie denken, voordat je aan een kind begint?’ had Andrea in haar naïviteit gevraagd. Daarop was Grietje in een kwaaie huilbui uitgebarsten. Dat zij, Andrea, makkelijk praten had. Zij bekommerde zich immers om niets. Maar Grietje wilde een doel in haar leven, iets om voor te bestaan, iets om zich voor op te offeren.


‘Arm kind’, had Andrea nog gemompeld. Iedereen had zich er vervolgens mee bemoeid. Een huilbui in het café ging meestal over liefdesverdriet en dan nog speelde de alcohol als goede geleider van tranen. Maar dit was iets waar iedereen verstand van had. Eerst werd er verwachtingsvol naar Bas gekeken. Die had met zijn uitval al meteen duidelijk gemaakt dat Grietje bij hem met dergelijke poespas niet moest aankomen.


‘Ik ben zelf nog een kind’, had hij met onverwachte zelfkennis gebruld, ‘er moet voor míj worden gezorgd. Ik wil zelf worden gepamperd!’


‘Zien jullie nu wel?’ snikte Grietje.


‘Maar hóe dan?’ vroeg Waltje wereldvreemd.


‘Gewoon’, zei Grietje, plotseling glashelder, ‘de vader hoeft zich helemaal niet met de opvoeding te bemoeien. Dat doe ik helemaal zelf. Als hij wil kan hij zo vrij als een vogeltje zijn. Geen enkele verantwoordelijkheid. Alleen moet het kind later, als het dat wil, kunnen weten wie de vader is.’


‘Maar hóe dan?’ vroeg Waltje, volhardend in zijn wereldvreemdheid.


‘Met een injectienaald, idioot’, snauwde Grietje hem toe.


Nu was het de beurt aan iedereen. ‘Met een injectienaald???’ riep men in koor. Sommigen riepen dat er dan tenminste toch een vriendschapsband met de vader moest bestaan, anderen vroegen of homoseksuelen ook in aanmerking kwamen of binnen hoeveel tijd het zaad per fiets van huis tot huis moest worden bezorgd, wilde het nog werkzaam zijn. Grietje had alles tot in de puntjes voorbereid. Ze wist overal een antwoord op. Of ze het ook zou doen als het haar relatie met Bas zou schaden?


‘Zeker’, zei Grietje, ‘hij is dan alleen niet de vader van mijn kind.’


‘Ammenooitniet’, brulde Bas machteloos van woede. Het leek Andrea het einde van de relatie tussen die twee. Misschien was het Grietje ook daarom te doen geweest. In haar eentje kon ze niet tegen Bas op. Op deze manier maakte ze hen allemaal getuige van de breuk: jullie zien het, hij wil niets, helemaal niets. Wat een ellendige vertoning, had Andrea gedacht.


Alleen Charles had zich niet bemoeid met de discussie. De glaasjes jenever werden in gestadig tempo voor zijn neus gezet en zijn ogen hingen even mismoedig naar beneden als zijn snor.


Tegen sluitingstijd hief hij zijn hoofd op. ‘Dit is shoppen’, zei hij, ‘baby-shoppen. Je zoekt gewoon een gen met brains en geld. De grote G’s van de nieuwe eeuw: Gen en Geld. Ik ben een man die zuinig is op de zijne, ook al valt het op de rots.’