Café klok

Korte inhoud van het voorafgaande:
Lina heeft, na enig getreur om haar trouweloze geliefde Aknaton, een mister Henderson in het leven geroepen.

Allemachtig, dacht Andrea, je mag hopen dat het waar zal zijn. Dat er op een gegeven moment iemand voor Lina binnen kwam stappen, iemand in zeer goeden doen. Voorlopig was het voor iedereen maar behelpen.
Ze keek toe hoe Bas arriveerde met Grietje. Grietje als lange lijs boven Bas uittorenend. Niet een erg vrolijk gezicht.
‘Dan doe je het zoals je het zelf het beste vindt’, zei Bas zeer luid en nam plaats op de meest wankele barstoel die nu eenmaal Bas’ troon was. Geen mens die daarop zou durven plaatsnemen. Hij keek verstoord.
Het was nu al de derde dag dat Grietje zijn mening vroeg over de cursus Spaans die ze aan de Volksuniversiteit wilde volgen. Hij had het haar afgeraden, ze zouden toch immers weer naar dat kleine dorp in Toscane gaan, waar ze de gelukkigste zomer van haar leven met hem had gehad? Dan kon ze beter een cursus Italiaans kiezen.
Maar zij wilde nu juist haar kennis wat verbreden.
'Spreek je dan al Italiaans?’ had hij gevraagd en haar herinnerd aan het gestuntel bij de kruidenier in het Italiaanse dorp. Nee, maar ze wist nu hoe Italiaans klónk en het was nu net zo aardig om te weten hoe Spaans klonk.
'Het klinkt als olé’, zei hij kortaf, 'of als ola.’ Het hing hem de keel uit. Voor zijn part ging ze een cursus doen in het Oekmenistans.
Hij wist het niet. Als hij met Grietje alleen was, in het Toscaanse huisje of bij hem thuis, dan was er altijd een mate van gezelligheid, dan was ze zijn trouwe lange maat voor wie hij alles betekende. Maar als ze in het openbaar ging zeuren, dan kon hij zijn wrevel niet onderdrukken, dan leek ze hem zo afhankelijk, zo'n kindvrouwtje met vage ideeën dat de wereld ontstaan was uit een kruidenbrouwsel.
Daarbij kon ze op de meest onverwachte momenten eigenwijs en koppig op niets af zijn. Zoals nu, dat bespottelijke idee om Spaans te gaan leren.
'Esta cuente non es correcta’, zei Andrea, 'dat was de allereerste zin die ik in het Spaans leerde.’
'Wat betekent dat?’ vroeg Grietje gretig. Ze was altijd dankbaar een gesprek met Andrea aan te kunnen knopen.
'Deze rekening klopt niet’, zei Andrea, 'onze koopmansgeest ten top.’
Lina begon te lachen toen ze het beteuterde gezicht van Grietje zag. Die had kennelijk gehoopt op iets verfijnders in het Spaans dan olé of de Hollandse zuinigheid.
'Gaan jullie eigenlijk dit jaar nog naar Italië?’ vroeg Andrea.
'Nee’, zei Bas humeurig, 'we zijn te laat voor het huisje en Grietje wil trouwens toch Spaans leren. We gaan niet!!’
Andrea observeerde Grietje die gepikeerd in haar glas tomatensap zat te roeren. Grietje werd grijs. Grietje zag eruit alsof ze oud geboren was, ze was waarschijnlijk als stofnest in de wieg gelegd. 'Lijzebes’ was de bijnaam die zij en Lina voor Grietje hadden gereserveerd. En Bas, zag ze, Bas had zich al een paar dagen lopen opwinden. Zijn gezicht was roder en vleziger dan anders, het misprijzen erop droeg zulke geweldige proporties dat iedereen die hem niet kende liever een straatje om zou lopen als hij er aan kwam, dan slachtoffer te worden van zijn vernietiging.
Ze moest tegen hem zeggen dat hij wat minder rode wijn moest drinken. Ze zag dat Bas’ aderen in de slapen geweldig begonnen op te zwellen. Het duurde even voordat hij met bulderende stem uitbracht: 'En nu heb ik genoeg van dat gezeur aan mijn hoofd. Ik wil in rust leven. Ik moet alles voor je bedenken, ik ben je moeder niet en je onderwijzer niet. Je zoekt het zelf maar uit met je cursus Spaans.’ Hij stond op en beende woedend de deur uit. Zijn glas stond er onaangeroerd bij. Grietje barstte in snikken uit.
'Het is jullie schuld’, zei ze.