Café klok

Korte inhoud van het voorafgaande:
In het café zijn twee vrouwen binnengekomen, van wie de een de vroegere geliefde van Andrea is. Lina probeert haar vriendin af te leiden van het nog steeds opspelende hevige liefdesverdriet. Ze herinnert zich nog de concrete moordplannen die Andrea had, hoe ze haar ex werkelijk wilde doodschieten.

Op het eind van de avond ging het toch nog mis. Lina had alle mogelijke moeite gedaan om de aandacht van Andrea niet naar boven te laten afglijden, waar Bumper & Bumper in een van hun onvermijdelijke ruzies verzeild waren. Het was druk en warm in Café Klok en de ruzie verdronk in het geroep en het gedruis van andere stemmen. Lina barstte uit haar voegen van de hitte.
Zeker volle maan vanavond, dacht ze terwijl ze voelde hoe het zweet in straaltjes van onder haar oksels op haar heupen stroomde. Er was geen houden aan. Bij iemand slapen kon ze die avond wel vergeten. Je kon haar ondergoed uitwringen.
Andrea was in discussie geraakt met Simon de Schrijver over de uitdrukking: ‘Je kunt me de bout hachelen’ en lette niet op wat er boven achter haar rug gebeurde. Lina kon even een rust inlassen.
Ze keek om zich heen en ontmoette de ogen van Peter Hek, die haar smachtend van verliefdheid zat op te nemen. Tussen hem en haar deinden de hoofden van de andere gasten. Ze wuifde even koket naar hem. Wat moet ik in godsnaam met die jurk op Majorca? vroeg ze zich af en was tevreden over de bijnaam die ze ter plekke voor Peter Hek had bedacht. Jurk. Benieuwd wat Andrea er van zou vinden.
Voordat ze wist wat er gebeurde lag Waltje languit op haar schoot. Het bier uit zijn glas vloog over de bar.
Verdomme, dacht ze terwijl ze nijdig haar lappen depte, die jongen komt hier al honderd jaar en precies als ik hier zit vergeet hij dat daar een trapje is. Waltje was iemand die veel vergat, heel veel, maar met een blijmoedigheid die iedereen toch ook weer vertederde.
'Lieve schat’, riep hij, 'ik zag het trapje niet. Het was een ongeluk. Hier heb je een nieuw glas wijn.’ Hij pakte over haar hoofd heen de twee glazen van Marcella aan.
Op hetzelfde moment lag hij weer languit over haar knieën en het bier en de wijn spatten haar om de oren. Dit keer bleef hij liggen en keek haar met zijn grote blauwe kinderogen verschrikt aan.
'Een bulldozer, ik zweer het’, zei hij.
Misschien kon je inderdaad van een bulldozer spreken. Kennelijk was er boven bij Bumper & Bumper iets misgegaan, want De Dikke was het trapje af gedenderd op weg naar de uitgang en had iedereen om haar heen bot opzijgeduwd. In haar kielzog volgde de kleine Myra, onverstaanbare verontschuldigingen mompelend.
Lina was nu van boven en van onderen kletsnat, maar Andrea had geen oog voor haar problemen.
'Bumper & Bumper’, schreeuwde ze, 'waar komen die opeens vandaan? Wie heeft ze binnengelaten?’
'Jij zek niets!’ beval Marcella haar, 'het is hier openbare kelekenheid.’
Maar Andrea was al overeind gesprongen en had zich een weg naar de deur gebaand.
Buiten op straat liep ze het schommelende tweetal achterop. De Dikke had Myra bij de hand genomen en sleurde haar als een boze stiefmoeder naar huis.
'Wacht even’, zei Andrea, 'laat haar los! Laat los, zeg ik.’ Ze probeerde de hand om Myra’s arm los te maken, maar voelde dat De Dikke een ijzeren houdgreep had.
'Laat maar’, zei Myra zachtjes. Andrea’s hart smolt.
'Bemoei je met je eigen zaken, kleine’, zei De Dikke dreigend.
'Ik moet Myra iets vragen’, zei Andrea, 'laat haar nou los, ik wil haar iets vragen.’
'Maar zij wil je geen antwoord geven’, zei De Dikke.
'Hoe weet jij dat nou?’ vroeg Andrea, 'wat weet jij nou wat ik wil vragen. Myra, luister, ik wil je iets vragen, Myra?’
Maar Myra keek glazig voor zich uit en liet zich gewillig door de stalen houdgreep naar huis brengen.
Andrea zette vastberaden de achtervolging in.