Café klok

Korte inhoud van het voorafgaande:
Lina heeft een moeilijke avond. Terwijl ze haar vriendin Andrea probeert af te leiden van haar liefdesverdriet wordt ze zelf belaagd door Peter Hek, die met haar naar Mallorca wil. In alle verwarring valt Waltje tot twee keer toe met bier en al over Lina’s knieën. Voor ze het weet is Andrea haar ontglipt, achter haar ex-geliefde aan naar buiten.

Bij haar huis aangekomen gooide de Dikke de grote voordeur plompverloren in Andrea’s gezicht dicht. Andrea zag nog net hoe Myra hardhandig de brede, marmeren gang in werd getrokken. Zonder een ogenblik te aarzelen drukte ze op de bel.
‘Wat is er?’ vroeg de stem van de Dikke door de intercom. Andrea hóórde hoe ze haar best deed zakelijk te klinken. Zij kon ook zakelijk zijn.
'Ik wilde Myra even spreken’, zei ze.
'Myra wil jóu echter niet spreken’, zei de stem van de Dikke en de verbinding werd verbroken.
Andrea voelde een koppige woede in zichzelf opkomen. Ze drukte nu aanhoudend op de bel. Het geluid snerpte door het gesloten huis.
Abrupt werd van binnenuit de bel uitgezet. Andrea wist dat ze nu niet meer zou ophouden. Ik wil alleen maar even met Myra praten, zei ze tegen zichzelf. Is dat nou zo vreselijk? Moet ik daarom zo worden behandeld?
Wat doe je bij gebrek aan bel?
Andrea riep Myra’s naam, eerst nog kort en voorzichtig, maar toen er uit het huis geen antwoord kwam, steeds luider en luider totdat Myra’s naam als hondengejank over de nachtelijke gracht klonk: 'Myieieie… raaa! Myieie… ieie… raaa!’
Bij de buren ging hoog boven een raam open en een vrouw hing naar buiten om te zien wie daar zo stond te roepen.
'Moet u in het holst van de nacht zo roepen?’ vroeg ze van boven.
'Ja, dat moet’, zei Andrea met haar hoofd in haar nek en ze riep weer als een hond in de nacht de naam van degene die ze het meest liefhad op de hele wereld. Het werd een maangezang, een liefdesroep, een…
Toch nog onverwacht ging de brede deur voor haar open en kwam de Dikke naar buiten. Ze had haar sleutelbos in de hand. Ze posteerde zich breed voor de deur die ze achter haar rug had dichtgetrokken en vroeg: 'Wat moet je?’
'Ik wil Myra even spreken’, zei Andrea zo hoffelijk mogelijk. De Dikke zuchtte en kruiste haar armen over haar borst. Ze was de cipier bij nacht, het was griezelig.
'Dat kan lang duren’, zei Andrea, meer tot zichzelf dan tegen de Dikke en ze nam plaats op het bankje naast de voordeur.
Daar stonden ze, in een oplosbare situatie, en de nacht bekommerde zich om geen van de twee.
'Dat was het dan, zeker’, zei de Dikke en stak haar sleutel in het sleutelgat om weer naar binnen te gaan. Nauwelijks was de brede deur op een kier of Andrea nam een duik onder de armen van de Dikke door en belandde op haar buik op het marmer van de gang. Ze schoof nog even door voordat ze tegen een volgende deur tot stilstand kwam. Nog vóór de Dikke bij haar was, stond ze al op haar voeten, maar meteen lag ze weer onderuit. Ze voelde even een scherpe pijn in haar enkel. De Dikke had haar pootje gehaakt. Deze keer had ze minder geluk.
Voordat Andrea wist wat er gebeurde, vloog ze, vastgehouden aan de riem van haar spijkerbroek en aan de kraag van haar hemd, door de lucht, door de open deur heen en belandde ze met een smak op de hoge stoep van het huis. De deur ging nu definitief voor haar neus dicht.
Andrea bleef verbluft even liggen waar ze lag. Haar blik ging langs de hoge bomen aan de gracht, die zacht ritselden in een onverwacht zacht najaarsbriesje. Door de laatste bladeren heen zag ze, stralend en bleek, de volle maan.
Ze lachte plotseling. Ze voelde zich vrij. De harde stoep onder haar rug voelde vertrouwd aan. Wat haar betrof kon ze daar een eeuwigheid blijven liggen. Eindpunt stoep.