Café klok

Korte inhoud van het voorafgaande:
Andrea heeft haar ex met de nieuwe geliefde tot aan hun huis gevolgd. Als de deur in haar gezicht wordt dichtgeslagen, huilt ze als een hond in de nacht, zo luid dat de buren uit de ramen protesteren. Bij een laatste poging het huis binnen te komen wordt ze door de sterkste van de twee vijandige vrouwen eigenhandig op de stoep gesmeten.

Bas liep over het Rokin, toen hij plotseling een zwart-witte hond met een losse riem voorbij zag stormen. Heel even dacht hij dat het Joepie was, de hond van zijn gestorven vriend Ros, aan wie hij juist had lopen denken. Hoe ze samen lange wandelingen maakten door de stad, soms uren achtereen, lange gesprekken voerend over muziek. Hij miste Ros. Bas en Ros, dat waren de echte kerels geweest, de jongens op wie de vrouwen leunden, op wie de vrienden konden rekenen. Hoe vaak had hij niet samen met Ros in de keuken gestaan om voor de vrienden een feestmaal te koken. De laatste jaren zonder Ros stond hij er alleen voor. Het was er lange tijd niet van gekomen. Hij moest weer eens een dineetje bedenken voor de vrienden. Aan Grietje had hij in zo'n geval niets.
Dezelfde seconde dat hij zag dat het Joepie niet was, wist hij dat het de hond van Andrea was.
‘Floor!’ riep hij. De hond remde in zijn vaart en stond hem met stralende ogen en zwiepende staart op te wachten.
'Floor, waar ga je heen? Wat doe je zo ver van huis? Waar is Andrea?’
De hond vond het stuk voor stuk opwindende vragen, maar toen Bas zich bukte om de riem te pakken, zette hij er de sokken weer in.
'Floor! Hier!’ bulderde Bas en weer bleef de hond vol verwachting wachten tot Bas bijna de riem kon pakken.
Het ritueel herhaalde zich verschillende keren en net toen Bas er de brui aan wilde geven, waren ze het Centraal Station genaderd. 'Daar zal hij toch verdikkeme niet naar binnen willen’, zei Bas hardop en hij riep: 'Houd die hond!’
Een paar blowende jongeren boden de hond een boterham aan. Ze stonden sloom toe te kijken hoe Floor het gebodene snel naar binnen werkte, zo nu en dan opkijkend naar de steeds dichterbij komende Bas.
'Pak de riem!’ riep Bas, 'pak in godsnaam de riem!’ Toen een van de jongens lijzig bukte om de riem te pakken, ging Floor er weer vandoor.
'Een geeltje voor wie hem te pakken krijgt!’ riep Bas hijgend. Een paar jongens stoven achter de hond aan.
Toen Bas puffend en blazend bij de Noord-uitgang van het station aankwam, stonden de blowende jongens met glazige ogen op hem te wachten. Een hield zijn hand op: 'Vijfentwintig piek’, zei hij, 'hij zit op de pont.’
'Ho, ho’, zei Bas, 'een geeltje is bij mijn weten een tientje.’
'Kom op, schijtluis, anders schoppen we die hond van je nog van de pont af’, zei de jongen met de opgehouden hand.
Een krachtige stoot gaf het vertrek van de pont aan. Bas haalde snel een briefje van vijfentwintig uit zijn zak en haastte zich aan boord. Er was geen tijd om uit te leggen dat het zijn hond niet was.
Op het fietsendek stond Floor zeer geïnteresseerd te kijken naar het water van het IJ dat onder zijn poten voorbij stroomde. Bas wiste zich het zweet uit zijn ogen en pakte de riem.
Toen hij met Floor aan de lijn Café Klok binnenstapte zag hij Lina, Mart, Marcella en Waltje gegroepeerd rond de telefoon. Lina en Mart bladerden in het telefoonboek en Waltje sprak met zijn meest geaffecteerde stem in de hoorn: 'Floor, juffrouw, met de F van Ferdinand. Zet u er maar bij “my best mate”. Ik spel het even voor u.’
'Ben je gek?’ zei Mart en pakte Waltje de hoorn af, 'dat is veel te duur.’
'Wat doen jullie?’ vroeg Bas. Floor kwispelde.
'Hoe kom je daaraan?’ vroegen ze alledrie in koor, op Floor wijzend.
'Andrea zit in alle staten thuis’, zei Lina, 'we waren advertenties aan het opgeven in de dagbladen.’
'Dank u, mevrouw’, zei Mart, 'het is niet meer nodig. Hij is terug.’