Café klok

Korte inhoud van het voorafgaande:
Na veel wikken en wegen besluit Andrea toch weer naar Café Klok te gaan. Ze is de eerste.

Wat ik ook ben, ik ben géén groupie, dacht Lina onderweg in de taxi. Ze hield scherp de meter in de gaten. Haar tweeëntwintig gulden dertig waren nog heel. Kijken hoe ver ze ermee kwam. De rest van de weg zou ze te voet afleggen. ‘Een fooi is er vandaag niet bij, arme man’, zei ze in gedachten tegen de taxichauffeur.
In De Limiet de vorige avond was Aknaton geheel in beslag genomen door een blond ding van voor in de dertig. Wat zal ik doen, openbaar wurgen of gif in haar glas? had ze zich afgevraagd. In tegenstelling tot Andrea was Lina niet bang voor het cachot. Of het leven nu moest gebeuren in de Bijlmerbajes of in de bruidssuite van hotel De Koning, het was haar om het even. Romantiek was overal, als je het maar zocht.
Ze had zich de hele nacht tevreden moeten stellen met Peter Hek, een líeve jongen, absoluut, en minstens even beroemd als Aknaton. Maar Aknaton, ach, dacht ze, van een Aknaton werd er maar eenmaal één in de honderd jaar geboren. Wat zeg ik? Een in het millennium.
Op het ogenblik was er niet zo veel romantiek in haar leven te bespeuren. De uitkeringspot raakte op. Mijn God, wat was geld toch hinderlijk en onbelangrijk.
Bij De Munt was haar portemonnee leeg. De taxichauffeur draalde zo lang met het opbergen van het geld dat ze zich gedwongen zag het Carlton Hotel binnen te gaan. Aan de balie vroeg ze klakkeloos of Mister Henderson aanwezig was.
Mister Henderson had zojuist het hotel verlaten.
'Zegt u hem maar dat hij me ophaalt in Café Klok’, zei ze licht geïrriteerd en liep door de glazen deuren weer de straat op. De taxi was intussen verdwenen. Wat wonderlijk was het dat er inderdaad een Mister Henderson in het hotel te gast was. Ze begon zich een voorstelling van hem te maken: hij was groot, hij was rijk, hij kwam uit Minnesota en was hier om de Deltawerken te bekijken. Ongetwijfeld was zijn vrouw meegekomen.
Toen ze over de drempel van Café Klok stapte liep ze rechtstreeks op Andrea af. Die zat met ronde rug te mokken aan de bar. Niemand kon zo zwart kijken als Andrea. Herinnerde ze zich de twee tientjes?
De deur van het café stond wagenwijd open en overal lag het zand van de opgravingen buiten. Er zaten enkele verloren toeristen met wie Marcella een gesprek voerde over het prachtige nazomerweer. Zodra de vrienden allemaal binnenstroomden, zouden die wel ophoepelen. Dit was geen oord voor vreemden.
'Nog steeds ruzie met Marcella?’ informeerde ze voorzichtig.
'Welnee’, zei Andrea boos, 'dat is het ’m nou juist. Zit ik me de hele dag op te fokken dat ik dat wijf nooit meer wil zien, dat ik hier nooit meer kom en dan ben ik nota bene de eerste en Marcella doet poeslief tegen me. Dat is gewoon niet te harden.’
'Je krijgt je kans vanavond nog wel’, zei Lina, 'ik heb een nieuwe vlam.’
'Wat?’ zei Andrea, 'ben je verliefd? Is het voorbij met Aknaton?’
'Aknaton kan het rimram krijgen’, zei Lina, 'hij moet gewoon leren al die groupie-grietjes van zich af te schudden. Hij is veel te aardig.’
'Maar je hebt een nieuwe vlam’, constateerde Andrea.
'Ja, ik niet, maar vanaf vanmiddag bestaat er een zekere Mister Henderson die naar mij op zoek is’, zei Lina.
'Rijk?’ vroeg Andrea.
'Stinkrijk’, zei Lina, 'een bedrijf in zonnebanken en sauna’s in Minnesota.’ Ze vertelde het verhaal.
'En als hij nu straks hier binnenkomt?’ vroeg Andrea en bestelde een glas wijn voor Lina.
'Dan zit ik voor vanavond gebeiteld’, zei Lina.