Café klok

‘Wie heeft hierdoor naar binnen gewild?’ vroeg Mart toen hij over de drempel stapte. Hij doelde op de kleine zijruit waar provisorisch planken tegenaan waren gezet.

‘Onze slome advocaat’, zei Bas tevreden, 'in gevecht met onze miskende architect.’
Lina grinnikte. Marcella keek zuur.
'Nee, zeg op’, zei Mart terwijl hij zich op een kruk hees, 'heb ik iets gemist? Waarom doen jullie toch alles altijd zonder mij? Ik moest vanochtend vroeg repeteren.’
'Onze miskende architect heeft de nacht in het cachot doorgebracht’, zei Bas goedgehumeurd, 'om tot inkeer te komen. Hij zei iets over de vrouw van onze slome advocaat.’
'Ja zeg’, zei Mart, 'mag ik alsjeblieft het héle verhaal horen?’
'Gratenkut zei hij tegen haar’, zei Andrea, 'Jij gratenkut, en toen de advocaat op de vuist wilde lag hij natuurlijk bij de eerste slag achteruit in de ruit.’
'Helemaal ongelijk kunnen we hem niet geven’, zei Mart, 'Marcella, waar blijft mijn bier?’
'Skande’, zei Marcella, 'jij zegt zoiets niet tegen een wrouw.’
'Tegen wie moet je het anders zeggen?’ zei Mart, 'jongens, maar het ís heet! We hebben vanochtend met licht gewerkt. Het was niet te harden onder die lampen.’
'Geen woord over kaneel’, zei Bas waarschuwend, schuin naar Andrea kijkend, 'daar zijn de gemoederen bij deze temperatuur te verhit voor.’ 'Kaneel’ was het woord dat Andrea gebruikte als er in Café Klok voor de zoveelste, oneindige keer over toneel werd gepraat. Andrea wuifde Bas’ woorden met een loom gebaar weg.
'Over kaneel gesproken’, zei Lina, terwijl ze een spiegeltje uit haar tas haalde om haar lippen te stiften, 'Aknaton was onovertroffen gisteravond.’
Bas merkte voor de tweede keer op dat het te warm was om over toneel te beginnen. Zeker, zei hij, als het weer over de nieuwe productie van Mart zou gaan, of over het optreden van Aknaton, de avond ervoor. Hijzelf had Aknaton eigenlijk behoorlijk onuitstaanbaar gevonden.
'Vertél, gezellig’, zei Mart, 'was hij erg dronken?’ Het is toch jammer, dacht Mart terwijl hij toekeek hoe Lina haar spiegeltje dichtklapte en zich opmaakte om van Aknatons wonderbaarlijke voorstelling te vertellen. Het is toch jammer dat een man als Aknaton, die zoveel talenten had, zichzelf zo de vernieling in dronk. Hij installeerde zich. Hij zou eerst het verslag van het feest met de gemeentewerkers en de politie moeten aanhoren voor hij zelf aan bod zou komen. Maar hij kon er geen chocola van maken, wat ze hem door elkaar heen pratend vertelden. Hoe kwamen de gemeentewerkers nu plotseling midden in de nacht in het café verzeild? En wat deed de politie erbij?
Gelukkig voor hem kwam op dat moment Wendela Peper binnen. Die was altijd wel te vinden voor een gesprek over het vak, waar hij met zijn hoofd veel meer bij was dan bij de lichte knokpartij van de vorige avond. 'Die scène over Pasen wordt fantastisch’, zei hij tegen haar.
'Ik heb nágedacht’, sprak Wendela als stond ze voor een bomvolle schouwburg, 'het moet Faust zijn, als je over Pasen begint, absoluut Faust!’
'Jawel, Faust in een tingel-tangel’, zei Andrea.
'Wees jij nou eens niet zo negatief’, zei Wendela bestraffend tegen Andrea. Ze duwde haar haar in model. 'Mart, ik heb geen óóg dichtgedaan vannacht, maar ik weet zeker dat je Faust moet gebruiken. Ik zíe het voor me. O Gód’, zei ze, 'wat een vísie! Wat een getemperde hártstocht!’
'En op dat moment zakte onze slome advocaat door de ruit’, besloot Bas onverstoorbaar zijn verslag van de gebroken ruit.
'Wát!? Wáár!?’ riep Wendela smachtend.
Hè heerlijk, dacht Mart terwijl hij zijn glas in één teug leegdronk, dit wordt een gezellige avond, we zijn weer thuis.