Feuilleton 29

Café Klok

Korte inhoud van het voorafgaande:
Nadat Andrea’s ‘drugsverleden’ aan de orde is geweest en de goegemeente zich zorgen heeft gemaakt over het wegblijven van Waltje, komt Simon de Schrijver binnen met een onheilstijding.


Simon veegde met een grote zakdoek over zijn voorhoofd. Hij zuchtte en blies als een stoomgemaal. Er moest eerst een glas witte wijn in worden gegoten voordat hij tot spreken in staat was.


‘De bomen’, stamelde hij, ‘de bomen.’


‘Wat is er met de bomen?’ riep de rest in koor. Simon zette zijn belangrijke gezicht op. Eindelijk aandacht. Wanneer hij over zijn boek begon, dat eindeloze boek van hem dat maar niet opschoot, dan zag hij de gezichten om zich heen betrekken en met zijn voordracht uit volle borst van ‘Victorieusement fui le suicide beau…’ van Stéphane Mallarmé oogstte hij ook niet meer de bewondering die hem vroeger nog wel eens ten deel wilde vallen. Het voordragen was in de loop der jaren brallen geworden.


‘De bomen van de Vijzelgracht, de bomen van het Weteringcircuit, ze willen ze weghalen’, hijgde hij.


Er steeg een gehuil van verbijstering en verontwaardiging op onder de bezoekers van Café Klok. Wat wist Simon de Schrijver? Wie wilde de bomen kappen?


Simon was goed geïnformeerd. Ter wille van de aanleg van de Noord-Zuidlijn, die het Centraal Station met het zakencentrum in Zuid moest verbinden, voerde de gemeente al her en der kleinere werken uit ter voorbereiding van het helse project. Het plan moest nog de steun van de Eerste Kamer krijgen, maar de gemeente paste de salamitactiek toe om alle hindernissen die ze op haar pad zou tegenkomen alvast uit de weg te ruimen. Een van die hindernissen werd gevormd door de oude Platanen.


‘Zijn ze nu helemaal gek geworden?’ bulderde Bas, ‘ze zijn langzaam maar zeker bezig Amsterdam van alle groen te ontdoen! Wat moet er dan op het Weteringcircuit komen?’


Er was toegezegd dat er nieuwe bomen op de plaats van de oude zouden worden geplant, maar Mart wist te melden dat de ruimte tussen het dak van het casco van de nieuw aan te leggen metro en de bovengrond slechts zeventig centimeter zou bedragen. Een beetje boom zou in zo weinig grond geen wortel schieten, concludeerde hij.


‘Waarom heb je ons dat niet eerder verteld?’ riep Bas.


‘Jij moest mij zonodig voor jullie uitmaken’, antwoordde Mart.


‘Zand daarover!’ bulderde Bas, ‘het is nu de hoogste tijd dat we actie ondernemen.’


Dat was al gebeurd, wist Simon te vertellen. De Bovengrondse had al een kort geding gevoerd — en dat kort geding hadden ze verloren.


‘Ja de rechterlijke macht zit in Zuid, wat wil je?’ vroeg Lange Lot.


‘We willen hier geen metro!’ riep Wendela Peper. ‘De hele Vijzelstraat ligt net dicht en nu moet-ie weer voor jaren open. Wat voor een bestuur hebben we hier?’


Charles hief zijn droeve hoofd uit zijn glas en zei: ‘Dit Amsterdams gemeentebestuur bestuurt niet. De stad wordt één groot pretpark. Het geeft niet, we gaan er toch allemaal aan.’


‘We moeten iets dóen!’ kreet Wendela.


‘Wat?’ vroeg Andrea. ‘Met spandoeken gaan lopen? De tijd van de Nieuwmarktrellen ligt definitief achter ons.’


‘Maar ze kunnen toch niet zomaar bomen omhakken?’ riep Peter Hek, uit zijn roes ontwaakt.


Ongemerkt was de altijd kwaadaardige architect Fred Scherts aan de bar aangeschoven. Zijn bleke hoofd hing grinnikend boven zijn glas. Hij leek zich te amuseren over de gezamenlijke verontwaardiging. ‘Ze kunnen alles’, zei hij alsof hij het tegen een stel domoren had. Voor Fred Scherts bestond de wereld uit domoren en Fred Scherts. Nu kreeg hij de wind van voren. Of hij allang wist wat er gaande was? Of hij misschien in foute commissies zat en daar foute adviezen had gegeven? De dronken advocaat maakte zich op om hem dreigend te benaderen. ‘Wou jij soms een pak op je donder hebben?’ lispelde hij.