Popmuziek: Feu! Chatterton

Caleidoscoop

Feu! Chatterton © Antoine Henault

‘We droomden allemaal van een nieuwe wereld, maar wat kunnen we doen met onze handen? Bijna niets. De enige betekenisvolle connecties die we nog maken zijn via Bluetooth-verbindingen.’ Arthur Teboul – zanger van Feu! Chatterton en geesteskind van Brel, Gainsbourg, Ferré en Bashung – declameert het theatraal, op zowel het startschot als het slotstuk van de plaat Palais d’argile. Een dergelijke poëtisering van de actualiteit zal voor sommigen wellicht geforceerd aanvoelen. Maar dat is hún probleem. Dat is óns probleem, zal Teboul zeggen: de wereld mist Romantiek.

Het is een gok: zo vroeg in je carrière de wereld een conceptuele plaat voorschotelen met een draaitijd van zeventig minuten. Maar voor art-rockband Feu! Chatterton – het uitroepteken staat voor panache en ambitie, Chatterton verwijst naar de achttiende-eeuwse Engelse dichter Thomas Chatterton – staat er eigenlijk altijd iets op het spel. Op Palais d’argile is het de wereld. Want wij, de inwoners van die ‘kwetsbare bal klei’, liggen aan het infuus van techreuzen en worden geregeerd door computerschermen. Het is haast onontkoombaar, dat weet Feu! Chatterton. Ook zij schamen zich dood voor hun wekelijkse schermtijd-rapport.

Met hun derde plaat heeft het Parijse kwintet een fraaie Franse tuin aangelegd in de grensstreek tussen nostalgie en hoop. Tussen de erfenis van het verleden en de belofte van de toekomst. De composities waren oorspronkelijk geschreven als begeleidingsmuziek voor een theaterstuk dat vorige lente zou worden opgevoerd. De pandemie stak er een stokje voor. Ze trokken de studio in met de eigenzinnige, besnorde techno-producer Arnaud Rebotini. Zijn pulserende synthesizers zijn subtiel, maar leveren een effectieve soundtrack: ze geven gewicht en ernst aan de poëtische beschouwing van Teboul, en aan diens hunkering naar lichamelijk contact. Het resultaat: drama zonder melo. Het voelt ambitieus.

Hun moderne chanson variété – steevast op smaak gebracht met uiteenlopende muzikale invloeden – doorkruist het terrein van LCD Soundsystem en Radiohead, maar ook de labyrintische ambient van Soft Machine en zelfs DJ Shadow. Als een caleidoscoop die met elke schakering een net iets ander landschap schept waarin het fijn verdwalen is.

Avant qu’il n’y ait lemonde is een vertaling van het beroemde gedicht van William Butler Yeats, Before the world was made. Carla Bruni – singer-songwriter en ergens in de voetnoot tevens echtgenote van Nicolas Sarkozy – zong eerder een (matige) cover. ‘If I make the lashes dark. And the eyes more bright. And the lips more scarlet, or ask if all be right. From mirror after mirror, No vanity’s displayed: I’m looking for the face I had. Before the world was made.’ Het is gericht aan een jaloerse minnaar. Feu! Chatterton hercontextualiseert de tekst en wendt deze aan in hun strijd voor romantiek in een wereld die gedomineerd wordt door schermen. Het is een sympathieke strijd voor een groep die Balzac, Baudelaire en Bolaño oplepelt als primaire inspiratiebronnen. Palais d’argile vertolkt die strijd met stijl en souplesse, en biedt muziek die hartkamers in ribfluweel stoffeert.


Feu! Chatterton, Palais d’argile