Cambodjaans oerbos sneuvelt door corruptie

Phnom Penh – Tijdens een rit over Cambodja’s uitgestrekte platteland zijn ze onmogelijk te missen: de lege en dorre plekken in het landschap. Waar niet zo lang geleden woudreuzen stonden, groeit nu bijna niets meer.

Het is het gevolg van de enorme ontbossing in Cambodja. Het land heeft een van de hoogste ontbossingscijfers ter wereld en daar lijkt nog geen eind aan te komen. De Cambodjaanse mensenrechtenorganisatie Licadho stelde op basis van satellietbeelden vast dat tussen 2000 en 2013 14,4 procent van het oerwoud is gekapt. De Britse ngo Forest Trends voegde daar onlangs aan toe dat in de eerste zes maanden van dit jaar voor 142 miljoen Amerikaanse dollar aan hout naar buurland Vietnam is geëxporteerd. Vooral dat laatste is opmerkelijk. De Cambodjaanse regering stelde begin 2016 een verbod in op de houtexport naar Vietnam. Het bleek weinig effectief. Want hoewel de exportcijfers direct na het instellen van het verbod daalden, groeide de houtexport in de eerste helft van dit jaar met 65 procent ten opzichte van een jaar eerder.

De regering heeft de ontbossing lange tijd verdedigd als noodzakelijk voor de ontwikkeling van het land. De bossen zouden ruimte moeten maken voor bijvoorbeeld rubberplantages en luxe resorts, dat is goed voor de economie. Maar het is vooral de diepgewortelde corruptie die bomen razendsnel doet verdwijnen. Veel houtkapbedrijven hebben banden met hooggeplaatste militairen of ambtenaren. Zo kunnen ze ongestoord een oerbos in gaan om bomen te kappen. Zelfs beschermde natuurgebieden worden daarbij niet gemeden. Aan de grens met Vietnam negeren douanebeambten het exportverbod op hout in ruil voor wat smeergeld.

Premier Hun Sen, die het land al ruim dertig jaar met ijzeren vuist bestuurt, belooft in toespraken geregeld de houtkappers hard aan te pakken. Zo zei hij vorig jaar dat de politie desnoods raketwerpers en helikopters moet inzetten om de oerwouden te beschermen. Maar nu veel bossen zijn leeggeroofd wekken de beloftes van de premier weinig vertrouwen. San Reth, een 64-jarige boer die zijn hele leven vlak bij een van Cambodja’s grootste oerwouden woont, ziet de bomen al enkele jaren in rap tempo verdwijnen. ‘Vroeger was het leven mooi en was iedereen gelukkig met wat hij had’, zegt hij. ‘Nu hoor ik de overheid zeggen dat dit ontwikkeling is. Maar als je een land wilt ontwikkelen, is het toch de bedoeling dat het leven beter wordt? Wij worden juist armer.’