Meer Film

Camp en horror

FILM The Host

De Koreaanse acteur Song Kang-ho zet de volmaakte reluctant hero neer in de monsterfilm The Host van Bong Joon-ho. Hij speelt de rol van de lethargische Park Gang-du, eigenaar van een fastfoodwinkeltje op de oever van de Han-rivier in Seoul. Op een dag verrijst een monster uit de rivier en neemt zijn dochtertje, Hyun-seo, mee. Tijdens een speurtocht naar het meisje in het netwerk van tunnels naast de Han moet Gang-du het niet alleen tegen het monster opnemen. Hij komt ook oog in oog te staan met duistere militaire krachten die achter een complot zitten. Het doel: de bevolking ervan overtuigen dat het amfibische creatuur de verspreiding van een levensgevaarlijk virus is.

In The Host krijgt de kijker een lawine van emoties over zich heen: angst, humor, afschuw, hysterie en verdriet. De actualiteit (het sarsvirus en biologische oorlogvoering) resoneert in het verhaal, en ook de filmhistorie is aanwezig: het monster doet denken aan Godzilla, de beroemde Japanse creatie en in het atoomtijdperk metafoor voor de angst voor massale menselijke uitwissing. Maar de grootste invloed op regisseur Bong Joon-ho, die eerder het prachtige Memories of Murder (2003), een broeierige seriemoordenaarsfilm, maakte, is Steven Spielberg. Deze invloed betreft niet zozeer de special effects, die in The Host eigenlijk niet eens zo spectaculair zijn, maar eerder Spielbergs innovatieve uitwerking van plot en personage. Bij Spielberg staan aarzelende helden, die tevens de spil van falende gezinnen vormen, centraal: Chief Brody (Roy Scheider) in Jaws en Roy Neary (Richard Dreyfuss) in Close Encounters of the Third Kind, twee films die voortdurend door The Host heen resoneren. De introductie van het monster, bijvoorbeeld, roept associaties met Jaws op doordat Bong Joon-ho net als Spielberg zijn scène zich op een recreatielocatie laat afspelen. Maar anders dan bij Spielberg, die het moet hebben van suggestie en langzame spanningsopbouw, ligt de kracht van Bong Joon-ho in camp, ironie en humor. Zijn monster verschijnt zomaar, terloops, tussen de dagjesmensen voor het winkeltje van Gang-du. En de reactie van de pleziermakers is hilarisch: ze gooien fastfood naar het ding in het water en ze maken er filmpjes van met hun mobiele telefoon.

Alles verandert als het monster uit het water komt om mensen op te eten. Vrolijkheid maakt plaats voor angst en chaos. Als blijkt dat het ding dodelijk is, en dat hij zijn prooi, onder anderen het dochtertje van Gang-du, ergens in een riool achterlaat om later als hapje te nuttigen, komt het leger in actie. Om de bevolking een rad voor ogen te draaien, maken ze bekend dat het monster een virus verspreidt. Dat doet ook het leger in Close Encounters, om te voorkomen dat Neary, het Dreyfuss-personage, de bezoekende aliens ziet, en zo achter de waarheid komt.

The Host is qua vorm en inhoud zo’n rijke film dat hij met recht naast de Spielberg-klassiekers kan staan. Het is niet alleen een monsterfilm, maar ook een rampenfilm en een psychologisch portret van een man in crisis, beter gezegd, een crisis van mannelijkheid en een crisis van vaderschap. Opvallend is de afwezigheid van een moederfiguur in de film – of deze moet de vorm van het monster aannemen. En dat idee opent weer een hele reeks nieuwe betekenissen en interpretaties.

The Host heeft nu, na eerder dit jaar op het International Film Festival Rotterdam te hebben gedraaid, een beperkte vrijstelling. Jammer, want het is een van de beste films van het jaar.

Te zien vanaf 26 juli in Kriterion, Amsterdam; vanaf 8 augustus in Plaza Futura, Eindhoven