Van het front

Campagnenieuws (1, slot)

Vice-premier Johan Remkes, nummer twee op de kandidatenlijst van de vvd, liet zich op televisie ontvallen dat de demissionaire cda-minister Donner het voorstel voor een algemene identificatieplicht vanaf twaalf jaar op eigen houtje heeft ingediend. Die leeftijdsgrens is nooit in het kabinet ter sprake gekomen, zei Remkes, en wat hem betreft discutabel.

Als Donner niet namens het kabinet sprak toen hij begin december het omstreden voorstel deed, namens wie sprak de cda-schaduwpremier dan wel? Namens zijn eigen partij? Fractievoorzitter Maxime Verhagen kan het zich niet voorstellen. Hij vindt het «heel vreemd»: «Als er een kabinetsvoorstel ligt, dan zouden de ministers daar toch achter moeten staan? In ons verkiezingsprogramma en in het strategisch akkoord is afgesproken dat er een algemene identificatieplicht zou komen. Maar over de invulling, dus ook over de leeftijdsgrens van twaalf jaar, zal nog een debat moeten plaatsvinden.»

Want de cda-fractievoorzitter heeft dezelfde twijfels als Remkes? «Nee, niet bij voorbaat. Maar we moeten er wel over praten. Persoonlijk heb ik niet zo’n moeite met die twaalf jaar. Mijn dochtertje van dertien en mijn zoontje van vijftien hebben ook nu al een identiteits bewijs bij zich. Gewoon om op een schoolfeest binnen te komen. Sterker nog, als mijn jongste alleen op straat loopt, dan heeft hij zo’n labeltje bij zich met daarop zijn naam. Als er iets met hem gebeurt, dan kan men mij meteen waarschuwen. Identificatieplicht is dus ook in het belang van ouders.»

Woordvoerder Wijnand Stevens van het ministerie van Justitie wijst erop dat dít niet zozeer de reden is dat de leeftijdsgrens van twaalf jaar wordt gehanteerd: «We hebben een probleem met jeugdcriminaliteit, en vanaf twaalf jaar is het mogelijk dit te bestraffen. Het zou inconsequent zijn als je de leeftijdsgrens niet op de leeftijd legt waar het strafrecht begint. Het is naïef te denken dat iedereen van twaalf jaar en ouder alleen maar in speeltuinen speelt.»

En passant geeft Stevens uitsluitsel over de status van Donners voorstel. Hij bevestigt dat het nog niet in het kabinet besproken is: «Het is een concept-wetsvoorstel dat ter consultatie is verstuurd aan alle belanghebbenden. Nu kan iedereen daar wel heel spannend over doen, maar zoiets is heel gebruikelijk.» Ook Johan Remkes zal hier op zijn ministerie van Binnenlandse Zaken mee vertrouwd zijn. Maar bij Nederland kiest, waar hij tegenover een verontwaardigde GroenLinks-lijsttrekker Halsema zat, was het punt voor hem.

*

Diezelfde Halsema stelde het enkele dagen later bepaald niet op prijs dat zij in de pauze van het lijsttrekkersdebat van Radio 1 en Buitenhof rokend in beeld werd gebracht. Een politicus rookt niet, en zeker niet op televisie. Op alle mogelijke manieren probeerde ze dit de opdringerige cameraman duidelijk te maken, maar hij snorde gewoon door. Het kwam Halsema, die er als gewoon kamerlid nooit een geheim van maakte stevig door te paffen, daags na het debat op kritiek te staan in de e-maildiscussielijst van haar partij. «Dat vind ik nou echt ongelooflijk en volstrekt ongeloofwaardig, als zij het heeft over milieubewustzijn en te hoge ziektekosten, en dan zelf rookt!» schreef een zekere Georg Pauwen. «Op die manier lijkt al dat gepraat over milieu en bescherming van de natuur goedkope kletskoek, in trek bij intellectuelen die niets weten van hoe de dingen echt in elkaar zitten.» Andere debaters in de mailinglijst namen het op voor de individuele vrijheid van een lijsttrekker. «Iemand mag zich toch vergiftigen?» schrijft een van hen verontwaardigd. Een pleidooi om te komen tot «Eko- of Fair Trade-sigaretten» oogstte voor GroenLinks-begrippen opvallend weinig bijval. Ook aan mogelijk toekomstige «Max Havelaar shag» werden maar weinig woorden vuil gemaakt.

*

Halsema’s niet-rokende collega Agnes Kant, nummer twee van de sp, heeft het amper kunnen verkroppen dat ze tijdens een politiek spelletje in politiek-cultureel centrum De Balie in Amsterdam niet als meest linkse van de drie aanwezige linkse politici uit de bus kwam.

Afgelopen zondag had De Balie de nummers twee van pvda, GroenLinks en SP uitgenodigd voor een aangepaste versie van het al lang geleden gesneefde televisieprogramma Wie van de drie. Een jury van vier mannen moest Jeltje van Nieuwenhoven (pvda), Marijke Vos (GroenLinks) en Agnes Kant (sp) ondervragen op de thema’s immigratie en integratie, sociaal beleid, milieu en buitenlandse politiek. Dat was nog tot daar aan toe.

Het gedonder begon snel omdat er geen afgebakende definitie was van links of rechts. Jurylid Meindert Fennema (hoogleraar aan de uva) hanteerde het criterium: hoe linkser de kandidaat, hoe liever hij zijn tegenstander de mond snoert. Kees Tamboer (Het Parool) ging uit van de maatstaf dat de meest linkse partij de partij is die het meest doet voor de onderste lagen van de arbeidsmarkt. Joris Wijnhoven (campagneleider van Milieudefensie) hield zich aan de doelstellingen van zijn organisatie. En Hubert Smeets (De Groene Amsterdammer) koesterde de maatstaf dat links uit moet zijn op macht en dan ook het zwaard moet durven gebruiken als ploegijzers geen soelaas bieden.

Het drama was niet te overzien en het voltrok zich ook. Niet Kant maar Van Nieuwenhoven werd ge lauwerd met het epitheton «meest linkse» kandidaat. Vos bleek hekkensluiter. Kant dacht het tij nog te kunnen keren door de zaal op te roepen zelf de stemming ter hand te nemen. Helaas, spreekstalmeester Jan Tromp (de Volkskrant) gaf geen krimp. Waarna alle kandidaten in verwarring over de mislukte spin doctoring het theater verlieten.

*

De SP mag ter linkerzijde dan een concurrent zijn, in de campagnestrategie heeft GroenLinks besloten zich niet met de SP te vergelijken, laat staan zich tegen de SP af te zetten. Die strategie werd reeds begin december woest doorbroken door de redactie van partijblad GroenLinks Magazine, dat een fors stuk inplande over de sp, bezien door een GroenLinkse bril. Het artikel schoot het partijbestuur in het verkeerde keelgat. Geëist werd dat het verhaal niet gepubliceerd zou worden, bevestigt hoofdredacteur Hélène Kleijburg. «Het campagneteam wil dat we ons afzetten tegen een rechts kabinet en dat we niet kijken naar linkse concurrenten. Ik vertegenwoordig het belang van de leden. Op feestjes hoor ik steeds meer GroenLinksers die kiezen voor de sp, dan is het onze taak de overeenkomsten en verschillen eens op een rijtje zetten.»

Uiteindelijk trok Kleijburg dankzij het redactiestatuut aan het langste eind. Om het bestuur te vriend te houden, voerde ze weliswaar enkele kleine correcties door, maar ze besloot eigenstandig het stuk wel degelijk te publiceren. Op twee knalrode pagina’s, overigens. Kleijburg: «Om nóg maar eens een vergelijking te maken: bij de SP zul je nooit voor dit soort situaties komen te staan. Daar valt in het partijblad geen onvertogen woord. Het is een pre dat GroenLinks Magazine een onafhankelijke positie heeft.»

Redactie: Peter Vermaas