Holland festival: ‘Glory & Tears’

Campy Dracula

In Glory & Tears van Love & Revenge komt alles samen wat populaire Arabische cultuur kenmerkt.

Het Holland Festival is voor het eerst in zijn lange geschiedenis geannuleerd: het organiseren van een festival met kunstenaars uit meer dan twintig landen bleek tijdens de coronapandemie niet haalbaar. Maar met een online alternatief onder de noemer Holland Festival 2.0-2.0 blijft de essentie van het oorspronkelijke festival grotendeels overeind. Registraties van voorstellingen, films, radio, videoclips, vlogs en blogs laten zien waar de kunstenaars mee bezig zijn, in een programma dat vrij toegankelijk is voor iedereen. De Groene Amsterdammer ontwikkelde speciaal voor het Holland Festival 2.0-2.0 een podcast waarin kenners en critici van uiteenlopende kunsten de diepte in gaan

Glory & Tears van Rayess Bek en La Mirza © Célia Bonnin

Wat krijg je als je de liedjes van vergeten zangers uit het Midden-Oosten van de twintigste eeuw live aankleedt met synthesizers en een elektropopbeat? Er op een keyboard en een elektrische oed (een peervormig instrument met twaalf snaren, de voorloper van de luit) melodieën bij laat improviseren? En ondertussen op een bioscoopscherm stukjes historische, door westerse klassiekers als Dracula geïnspireerde B-films uit de Arabische cinema met titels als De ambassadeurs van de hel, Mensen en geesten en Het huis van de spoken projecteert?

Zo hysterisch als de beschrijving klinkt, zo evenwichtig is de uitvoering van Glory & Tears, de tweede performance die is voortgekomen uit de samenwerking tussen de Libanees-Franse hiphopartiest Rayess Bek, artiestennaam van Wael Koudaih, en dito videokunstenaar La Mirza, artiestennaam van Randa Mirza. Hun project vernoemden ze naar de Egyptische cultmusical Love & Revenge uit 1944, waarin voor hen alles samenkomt wat populaire Arabische cultuur nog steeds kenmerkt: melodramatische kitsch, oprechte emoties en opzwepende muziek en dans. Gebroederlijk naast elkaar op het podium, Rayess Bek en La Mirza achter laptopschermen, begeleidende musici Mehdi Haddab en Julien Perraudeau achter respectievelijk oed en keyboard, mixt Love & Revenge elementen uit de Arabische popcultuur van weleer tot een nieuw melodramatisch en opzwepend geheel.

Althans: mixte. In een ver ‘verleden’ waarin evenementen nog legaal waren, was Glory & Tears, net als een ‘gewoon’ concert, opgebouwd uit losse nummers, die door Rayess Bek live werden voorzien van beats uit de hedendaagse clubscene en door La Mirza van filmscènes. Gelukkig zijn uit dat verleden video-opnames overgeleverd. Het duo heeft die opnames weer gemixt tot twee videoclips die het, in plaats van de eigenlijke performance, presenteert tijdens het alternatieve digitale Holland Festival 2020.

Astronauten worden gehypnotiseerd door een uit kartonnen dozen opgetrokken robot

In de ene clip zijn scènes uit een Arabische Star Wars avant la lettre uit 1959 op muziek gezet. Een aantal astronauten, verzeild geraakt in een maanlandschap dat verdacht veel op een woestijn lijkt, wordt gehypnotiseerd door een duidelijk uit kartonnen dozen opgetrokken robot en wandelt in een polonaise het beeld uit. Beelden van een stad in rep en roer om het overvliegen van een raket gaan over in beelden van een groepje danseressen in ondergoed. In de andere clip zijn ook beelden van Glory & Tears als live performance opgenomen. Scènes uit een Egyptische en behoorlijk campy versie van Dracula worden afgewisseld met beelden van het podium waarop we La Mirza, Rayess Bek en de musici hun werk zien doen.

Anders dan in de eerste show van Love & Revenge horen we in de clips geen Arabische megahits van beroemdheden als Umm Kulthum. De liedjes zijn van regionale zangers uit de vorige eeuw; de meeste zijn nooit op plaat verschenen en van sommige nummers is zelfs niet bekend wie de artiest is. Libanon, waar een deel van de gebruikte muziek en films vandaan komt, kent geen archiveringstraditie, wat maakt dat veel werk in de loop der tijd verloren is gegaan. Wel trof men er, toen in 1990 een einde was gekomen aan de vijftien jaar durende burgeroorlog, in kelders enorme hoeveelheden ongeordende banden met muziek en films aan. De films die nog niet in al te verregaande staat van ontbinding verkeerden, werden weer vertoond. Het filmmateriaal waarmee Love & Revenge werkt, komt van toeschouwers die destijds stiekem opnames van de bioscoopschermen maakten.

Met hun performance hopen La Mirza en Rayess Bek iets van de vooroordelen over het Midden-Oosten te ontkrachten: hun materiaal toont bijvoorbeeld dat expliciete erotiek wel degelijk al ver in de vorige eeuw deel uitmaakte van de Arabische popcultuur. Beelden uit de Arabische cinema van 1950 tot 1990, die in de eerdere liveshow te zien waren, tonen bijvoorbeeld een vrouw in jarretels die achterna wordt gezeten door een gorilla en een verliefd stel dat elkaar nog net niet opeet.

De manier waarop Love & Revenge elementen uit verschillende tijden, culturen en milieus samenbrengt, maakt het werk een typisch product van de geglobaliseerde 21ste eeuw. Je zou het ‘cosmodern’ kunnen noemen, of ‘metamodern’ of ‘postpostmodern’: voor het huidige culturele moment zijn de laatste jaren veel verschillende namen bedacht. Mensen en gebruiken van over de hele wereld bestaan er naast elkaar en postmoderne ironie slaat er steeds om in oprecht affect en engagement. Glory & Tears toont niet alleen historische én hedendaagse, Midden-Oosterse én Westerse elementen, allemaal naast elkaar zonder dat één element de bovenhand dreigt te krijgen. Ook staan het uitvoerende duo en de begeleidende musici democratisch opgesteld, allemaal naast elkaar op het podium, allen even belangrijk voor het eindresultaat. Bovendien trekt muziek noch film de meeste aandacht naar zich toe. Ze hebben elkaar nodig: de muziek is meer dan filmmuziek en de filmbeelden zijn niet slechts begeleidende visuals.

En toch is er iets vreemds aan het geheel. Kenmerkend voor cosmoderne kunst is namelijk ook dat het de verschillende bouwstenen onderscheidt en vaak tegenstrijdige elementen in zich bergt. Aan Glory & Tears is helemaal niets tegenstrijdig: de liedjes klinken alsof de elektropopbeat er altijd al onder zat, de melodielijnen op oed en keyboard zijn een naadloze aanvulling. De spanningsopbouw in de muziek loopt veelal synchroon met die in de filmfragmenten: alles vult elkaar aan, gaat in elkaar op. Vreemd aan de performance is, kortom, dat er helemaal niets vreemd aan is. Hij gaat erin als zoete koek. Maakt dat hem minder interessant? Misschien – maar misschien is ook dat een vooroordeel.