Ger Groot

Canon

DER KANON staat in grote zwarte letters op de doos. Daaronder, in rode onderkast: Die deutsche Literatur. En daar weer onder, in het zwart: Romane. Helemaal beneden ten slotte, in een onkarakteristiek bescheiden rode letter: Herausgegeben von Marcel Reich-Ranicki.

In september verschijnt de eerste afleve ring van Reich-Ranicki’s hoogstpersoonlijke keuze van de hoogtepunten uit de Duitse literatuur. De kloeke box met twintig romans, van Goethes Werther tot Bernhards Holzfällen, zal later worden gevolgd door (ongetwijfeld wat minder kloeke) dozen met toneelwerk, gedichten, verhalen en essays.

Martin Walser is niet onder de uitverkorenen. Die komt in een van de latere afleveringen aan bod, verzekerde Reich-Ranicki, maar dat was nog voordat de controverse rond diens jongste anti-Reich-Ranicki-roman losbarstte. Wie wel? Goethe, Fontane en Thomas Mann, ieder met twee titels. Broertje Heinrich Mann (Professor Unrat), Hermann Hesse (Unterm Rad), Musil (Törless), Döblin (Alexanderplatz), Kafka (Prozess), Joseph Roth (Radetzkymarsch), Günter Grass (Blechtrommel) en Anna Seghers (Das siebte Kreuz).

De laatste, inderdaad, is de enige vrouw, alsof Reich-Ranicki met één excuus-Truus zijn provocatie compleet wilde maken. Want een oorlogsverklaring is deze KANON onverholen. Wanneer dat woord tien, vijftien jaar geleden werd gebruikt, was het onveranderd om te constateren dat de canon onder vuur lag. In 1994 opende Harold Bloom een éénmans tegenfront met zijn vuistdikke schotschrift The Western Canon, maar vanaf nu — zo maakt Reich-Ranicki duidelijk — wordt er met zwaar geschut teruggeschoten: 8200 bladzijden alleen al in de eerste aflevering.

Neoconservatisme of fortuynisme in de literatuur? De feministische en multiculturele critici die de canon het liefst in rook zagen opgaan, krijgen in elk geval gelijk. Reich-Ranicki’s keuze is integraal white, bijna volledig male en op twee of drie auteurs na dead. Dat laatste kan moeilijk anders in een selectie die ruim twee eeuwen omvat, en voor een ruime keuze uit anders gekleurde auteurs had Duitsland nu eenmaal te weinig koloniën. Maar vrouwen?

Vooral in het Angelsaksische taalgebied is er naarstig gezocht naar vergeten vrouwelijke meesterwerken. Zo zijn de romans van Kate Chopin herontdekt, maar daar is het grotendeels bij gebleven. Het fonds van de uitgeverij Virago, die zich er sterk voor maakte, is ten slotte roemloos verramsjt. De tijd had zijn verwoestende werk niet voor niets gedaan en de schrijfsters die werkelijk de moeite waard waren — Jane Austen, George Eliot, de zusjes Brontë — zaten al in de canon.

Niet dat die laatste onbeweeglijk is. De canon bestaat uit wat de tijd weerstaat, maar heeft die tijd ook zelf nodig. Hij is het crite rium van wat beklijft en maatgevend is. Ook de critici die hem onder vuur namen, deden dat eerder uit naam van een andere canon dan uit verzet tegen het principe — al leken ze zich daar zelf niet altijd van bewust. De tweede sekse was voor feministen even canoniek als Shakespeare dat is voor Harold Bloom.

De canon overwint niet zozeer de tijd, als wel het moment. Hij geeft een soort respijt, waardoor er een buffer komt tussen het hier-en-nu en de eeuwigheid. We hoeven bij het lezen van een boek niet te varen op de wil lekeur van het ogenblik, waarop elk katje grauw is. Maar we zitten evenmin gekluisterd aan eeuwige wetten van onveranderlijke smaak. De canon is de brug met een geschiedenis.

En dus verandert hij. Langzaam. Hij suggereert wat je móet lezen, maar is zelf ook van dat lezen afhankelijk. Canonieke boeken, aldus Bloom, zijn allereerst de boeken die we zouden willen hérlezen, en dat vraagt tijd. En dan komt het moment waarop de canon ook herschréven wordt. Letterlijk, want elk maatgevend boek is de kiem van nieuwe creativiteit, waarvoor Bloom de tegenstrijdige term «canonieke oorspronkelijkheid» bedacht. Geen schrijver, zelfs de meest revolutionaire, kan het stellen zonder voorbeeld en geen canoniek boek houdt het vol zonder opstandigheid ertegen. Elk iconoclasme heeft zijn icoon, en omgekeerd.

Dus hinkt de canon achter de tijd aan en komt de recente literatuur altijd te vroeg. Verrassend zal hij in elk geval nooit zijn. Ook bij Reich-Ranicki springen er maar twee onverwachte titels uit: Die Strudlhofstiege van Heimito von Doderer en Tauben im Gras van Wolfgang Koeppen. Ooit van gehoord? Toch maar eens lezen.