Caribisch volendam

Op 30 mei 1969 stond Willemstad in brand. Om de opstand te onderdrukken moesten Nederlandse mariniers uitrukken. Dertig jaar later is de situatie op Curaçao niet veel beter. Broeit er een nieuwe revolutie?

WILLEMSTAD - Vanaf de hoofdwegen ligt de bontgekleurde Curaçaose hoofdstad er als een welvarende stad bij. Eenmaal boven op de steile ringweg steekt vakbondsman Mel Simmons over naar de wijken Koronet en Monte Verde. Plotsklaps bevinden we ons in een mistroostig decor van krotwoningen, verroeste zinkplaten, kapotte straten, zwerfvuil en autokarkassen. ‘Dit is onze realiteit: tachtig procent van de volkswijken is verpauperd’, zegt Simmons. Omdat ik enthousiast was over mijn eerste indrukken van Willemstad bood hij aan me het 'werkelijke leven’ achter de façade van welvaart te laten zien. We houden stil bij een houten woninkje dat nog redelijk in de verf staat. De bewoner is een tengere creool van middelbare leeftijd in een versleten korte broek en blootvoets. 'Drugs en criminaliteit’, zegt hij over het leven in de wijk. De man ziet maar één oplossing voor Curaçao: 'Nederland - want zelf kunnen we het niet.’ Menig Curaçaoënaar heeft last van 'koloniaal bloed’, meent Simmons. 'Geen geloof in jezelf, niet opkomen voor jezelf, minderwaardig denken over jezelf.’ Het eiland telt schrikbarend veel chollers (junks) en zwervers. Grotendeels in de vitale leeftijdsgroep van twintig tot veertig. Simmons: 'In deze wijken groeien jongeren op voor galg en bajes. Ze worden grootgebracht met het idee dat het goed gaat en krijgen alles, ook al is het geld er niet. Want zo is de Curaçaoënaar: je beter voordoen dan het is. Later merken ze dat het helemaal niet goed gaat, maar kunnen ze de omslag niet meer maken. Of ze draaien door of besluiten het dan maar bij een ander te halen.’ Even later wandelen we tussen de struiken op het terrein van een lagere school. 'Die zijn niet van honden maar van mensen’, zegt Simmons over de hopen stront. 'Het schoolterrein wordt ’s(avonds door chollers als basis gebruikt.’ In een klas spreekt de juffrouw mistig kijkende kinderen in het Nederlands toe. 'De meeste kinderen verstaan geen barst van wat ze zegt. Bovendien is het schoolmateriaal al vijftig jaar verouderd.’ In Koraal Specht, waar ook de beruchte gevangenis staat, zoeken we tevergeefs naar jongeren die hun heil zoeken in marihuana. 'Over het algemeen kun je ze ieder moment van de dag op straat aantreffen.’ Over de ophanden zijnde bouw van een grotere gevangenis zegt Simmons: 'Er wordt wel gebouwd aan een gevangenis maar niet aan de toekomst.’ We rijden langs dure villa’s die ommuurd zijn. 'Dit is een levensgevaarlijke combinatie. De rijken denken hun veiligheid te kunnen kopen. Maar als de arme mensen in opstand komen, hou je ze niet tegen met hoge muren’ OP 30 MEI is het dertig jaar geleden dat in het centrum van Willemstad arbeidersrellen uitbraken. Panden stonden in lichterlaaie. De schade liep in de tientallen miljoenen. Vanuit Nederland kwam marineversterking overgevlogen en de avondklok werd ingesteld. Het begon met een wilde staking in de haven, die werd overgenomen door de centrale vakbond. Tijdens de mars naar de stad werden arbeiders dronken en sloegen aan het plunderen. Toen de leider van de havenarbeiders, 'Papa’ Godett, in 0 de rug werd geraakt en twee betogers door politiekogels werden gedood, sloeg de vlam in plan. 'Pan i respekt’ ('brood en respect’) was toen de leuze. In Curaçao heerste een vorm van apartheid. Het blanke hoger en middenkader woonde in afgesloten luxe woonoorden. Zwarten moesten zich bij de portier melden en mochten alleen naar binnen als ze werden opgehaald. Soulmuziek was op de radio verboden, zwarten mochten niet aan het woord komen, het Papiaments was verboden taal in de statenraad. Niet dat zwarten in de politiek zaten. Die waren alleen goed voor het zware en vuile werk, onder erbarmelijke omstandigheden. 'Het respect is beter geworden maar we zijn er nog lang niet, het brood wordt alweer minder’, vertelde een bankemployé me op 1 mei. Dat is dan ook aan de volkswijken af te zien. Na 1969 was de situatie schrijnender dan ooit, kregen Curaçaoënaars geleidelijk aan enige politieke macht, en is slapen met ramen en deuren open er niet meer 1 bij. Simmons rept van een 'sociaal probleem’, want er is 'veel geld’ in Curaçao. Echter, zestig procent van de bevolking moet met minder dan duizend gulden rondkomen en dertig procent met minder dan vijfhonderd. Alleen alleenstaande moeders en gehandicapten krijgen 'onderstand’: iets minder dan driehon2 derd gulden. De overige werklozen moeten zich maar zien te redden. Curaçao telt er ruim twintigduizend. En er zijn veertigduizend 'functionele analfabeten’. De 'explosieve’ situatie is rijp voor een 'tweede 30 mei’, zegt Simmons. AAN ZIJN blanke gelaat is niet te merken dat Stanley Brown een telg is van een 'lichte neger’. Brown (60) was de intellectuele leider van de opstand van dertig jaar geleden. Hij behoorde tot de onderwijzersbeweging en verwoordde de sociale situatie van de zwarte arbeider in zijn blad Vito (de naam is Papiaments voor de slaaf die toezicht hield bij afwezigheid van de blanke baas, terwijl de bomba - eveneens een slaaf - de zweepslagen toediende). Toen Godett werd afgevoerd, nam Brown de organisatie over. Hij werd tot vier maanden cel veroordeeld. Godett is in 1995 overleden. Deze week wordt een postzegel aan hem opgedragen. Brown richtte een eigen politieke partij op: C'93. De C staat voor de optie: provincie 3 worden van Nederland, een van de opties van het toen gehouden referendum. Hebben we te maken met een vergrijsde ideoloog die uit frustratie voorstander is geworden van dat waartegen hij ooit strijd voerde? 'Ik ben tot de conclusie gekomen dat socialistische onafhankelijkheid niet meer mogelijk is’, verklaart Brown zich nader. 'En in een kapitalistische onafhankelijkheid wordt de uitbuiting door de elite almaar groter, neemt de invloed van de narcodollars toe en gaan de mensenrechten, het bestuur en het gemiddelde welzijn achteruit. De Caribische cultuur ligt volgens Brown 'op sterven’. Nu de Koude Oorlog is afgelopen, zijn de meeste eilanden strategisch overbodig geworden. Protectionisme heeft plaatsgemaakt voor vrije markten, waardoor een economische basis is weggevallen. Brown is tevens tot de conclusie gekomen dat Frankrijk een beter dekolonisatiebeleid heeft gevoerd dan Nederland en Engeland. Frankrijk heeft het 'departement outre mer’ ingevoerd voor haar koloniën, een soort provincie. Brown: 'Zelfs het verschil tussen het Nederlandse en Franse gedeelte van Sint Maarten is er een van dag en nacht. Er zijn mensen die zeggen: “Beter de kop van de muis dan de staart van een leeuw.” Bullshit! Ik ben liever een staart van die leeuw, en dan vreet ik die muis op. We moeten aansluiten bij een grote economische macht om onze cultuur te redden.’ Zelfs het Papiaments is voor Brown niet meer heilig. Kinderen uit de lagere sociale klassen, die het Papiaments met de paplepel krijgen ingegoten, lopen al snel een achterstand op doordat Nederlands de 'instructietaal’ op school is. Toch is Brown van mening dat eerder het Papiaments isoleert. Het klinkt allemaal als een ommezwaai. 'Nee, ik heb mijn standpunten aan de veranderde wereld aangepast. In 1969 waren er geen computers. Als Bill Gates niet de computertaal had uitgevonden, hadden jij en ik Japans moeten leren. Bill Gates heeft onze cultuur gered. In de wereld gaat het steeds meer om kennis en steeds minder om geld. Daarom pleit ik ervoor zo snel mogelijk aansluiting te krijgen bij een wereldtaal als Spaans of Engels, anders isoleren we ons economisch, cultureel en wetenschappelijk.’ BROWNS INKEER kwam niet plotseling. 'Toen in 1989 de Berlijnse Muur viel, stortte mijn wereld in. Het socialistische systeem bleek niet te hebben gewerkt, er was niet eens een deugdelijke atoombom gemaakt. Na 1989 ging ik met open ogen naar Cuba. De Cubaanse vrouw prostitueerde zich, net als vrouwen in het kapitalistische systeem. Ik zou al vijf keer voor mijn idealen de bak in zijn gedraaid en ik zou werkloos zijn geweest zonder uitkering. Ik voelde me net een pater die zijn hele leven niet had geneukt en er toen achterkwam dat de paus een harem had. Toen ben ik twee à drie jaar gaan nadenken: komt het mijn kinderen en kleinkinderen ten goede? Nee dus. Wat dan wel? Aansluiting bij het Nederlandse poldermodel. Wij zijn in zo'n enorme crisissituatie beland dat een inhaalslag nodig is. Maar het zal niet lukken zolang tienduizend onderstandsmoeders reeds in hun buik een kind hebben met zo'n intellectuele achterstand dat het niet mee zal kunnen in het 4 computertijdperk. De narcodollars zijn van grote invloed op het bestuur, de justitie en de economie. Curaçao heeft twaalf casino’s waar je nooit een mens ziet; allemaal witwasmachines.’ De opstand van 1969 ziet Brown nog tijd als geslaagd. 'Nu zullen elitaire groepen en hun zwarte bomba’s het uitleggen als een arbeidsgeschil. Dat is makkelijker vrede sluiten dan wanneer het wordt gezien als een jarenlang voortdurend etterend cultureel geschil.’ In een herhaling gelooft hij niet. 'De elementen voor een revolutie zijn duidelijk niet aanwezig. Tegenwoordig vlucht men naar Nederland. Het element respect is schijnbaar vervuld doordat niet-5 ideologische zwarten leidinggevende posities bekleden. Dat 30 mei zich niet heeft doorgezet, komt omdat deze niet-ideologen door de 6 economische macht worden bevoordeeld. Het favoritisme bleef bestaan en het politieke opportunisme en de corruptie werden groter. Dat kán op een klein eiland waar de kranten, de politiek en de justitie eenvoudig kunnen worden opgekocht.’ WIE EVENMIN in een herhaling van de geschiedenis gelooft, is schrijver Frank Martinus Arion, die destijds als 'vrijbuiter’ voor Vito schreef. 'Wie gaan we nu verbranden dan? Onze eigen mensen?’ vraagt hij retorisch. 'Die kunnen we zo neerschieten bij de snack. Maar wat helpt het? Het volk is nu treurig omdat er geen Mozes is, geen redder.’ Toch vindt Arion dat Curaçao erop vooruit is gegaan. 'Het is een beter land, een leuker land, een zwart land, een Papiamentuland. Ik ben niet optimistisch, maar wij zijn niet meer onderworpen en de minderwaardigheidscomplexen zijn dunner. 1969 betekende de overgang van slaven naar berooide bevrijden. Wat ik onze eigen mensen kwalijk neem, is dat wij de sociale sectoren hebben verwaarloosd. Kinderen nemen kinderen om nog meer onderstand te krijgen.’ De Antilliaanse politiek typeert Arion als 'voetballen zonder goals’. Maar liever dát dan buigen voor Nederland, dat het IMF voorschrijft om de verziekte economie te redden. 'Als dat gebeurt, dan zal de verpaupering nog groter worden en komen we er helemaal niet meer uit.’ Hij is er dan ook mordicus tegen een provincie van Nederland te worden. 'Een teken van zwakte’, vindt hij. Een 'Wiedergutmachung’ van zes miljard is passender. 'Het wrak van de slavernij is vreselijk. We hebben een failliete boedel overgenomen, waardoor er nog meer dropouts, criminelen en moordenaars zijn dan voorheen. En het opgedrongen Nederlands op school betekent bij voorbaat dat vijftig procent van de jongeren tot achttien jaar geen diploma zal behalen. Als we de wereld bezien vanuit onze eigen taal kunnen we een nieuwe start maken. We zullen door die fase heen moeten om te weten wie we zijn. Toen Europeanen het erover eens waren wat hun taal was, begonnen zij met de verovering van de wereld.’ Papiaments als hoofdtaal ziet Arion als de 'laatste bevrijding’. Terwijl de taalstrijd voortwoedt, heeft hij al in 1987 het Collegio Erasmus mede-opgericht, waar Papiaments de voertaal is. 'Dropouts zijn mensen die in het onderwijs noch in de arbeid hun weg vinden. Als er in Papiaments geadministreerd zou worden, krijgen zij die het spreken grotere macht. Nu krijgen Surinamers en Nederlanders de betere banen. Daarom wordt mijn school financieel door Nederland geboycot. Mijn school wordt gezien als bedreiging van de Nederlandse macht en invloed.’ NATIONALISTEN en moedelozen hebben hun hoop gevestigd op de PLKP van Errol Cova. Zijn leus tijdens de afgelopen eilandraadsverkiezingen was 'Vota pa bo mes’ ('Stem voor jezelf’). 'Het betekent ook dat de invloed van het volk weer realiteit moet worden, zodat er geen echtscheiding komt tussen volk en politiek’, zegt Cova. 'Het aantal niet-stemmers is groot en er is een sterke afkeer van alles wat politiek is.’ Een andere PLKP-leus was: 'Nos mes por’ ('We kunnen het zelf’). 'Dat was een signaal aan Nederland. Hopelijk is dat overgekomen.’ Als vaksbondsman besloot Cova in 1997 bij de statenverkiezingen (het college van de gezamenlijke Antillen) zelf politieke verantwoor8 delijkheid te nemen. De PLKP sleepte drie zetels in de wacht, voldoende om mee te kunnen regeren. Bij de eilandraadsverkiezingen van 7 mei werden zelfs vier zetels bemachtigd. Politieke tegenstanders hebben verwoede pogingen gedaan een 'tegencampagne van angst’ te voeren. Daarbij wezen zij op Cova’s sympathie voor de Venezolaanse president Chavez, die de corruptie door middel van decreten en met harde hand aanpakt. Cova: 'Ze hebben de werkgevers angst proberen in te boezemen. “Kijk uit, hij is nog steeds vakbondsman”, werd er gezegd. Chavez is een man die de corruptie te lijf gaat en dat behoeft steun in de Derde Wereld, waar corruptie deel van de cultuur is geworden.’ Cova wijt het snel om zich grijpende verpauperingsproces aan het afgelopen 'saneringsbeleid van uitsluitend financiële maatregelen’, dat ten koste is gegaan van het sociaal-economische aspect. 'Van onze jongeren is 35 procent werkloos en de criminaliteit is fors gestegen. We zullen de oorzaken moeten aanpakken. Wij geloven in onderwijs en bijscholing. De bezuinigingsmaatregelen waren voelbaar in het onderwijs. Er is veel achterstand, zowel fysiek als didactisch. Ook moet de economische mobiliteit van de arbeiders worden ondersteund.’ Cova denkt niet dat het tot een uitbarsting zal komen. 'Maar iedere sociale spanning is gevaarlijk. Daarom moeten we keihard werken aan sociale rehabilitatie.’ BROWN STAAT sceptisch tegenover de opvattingen van zowel Arion als Cova. 'Als ik met mijn dochter van achttien jaar, die veel van mij heeft gelezen, in de auto rijd en Cova is op de radio, dan zegt zij: “Hé pa, zei jij dat niet dertig jaar geleden ook al?” Maar nu gaat dat niet meer op. De wereld globaliseert en er worden grote economische blokken gevormd. En dan willen wij een Antilliaans blokje vormen? Bullshit! Zo worden we het Volendam van de wereld. Papiaments is een leuke folkloristische taal die we in stand moeten houden, maar zij is niet geschikt om een economische taal te worden. Ik ben voor crashprogramma’s, zodat we zo snel mogelijk aansluiten op Spaans of Engels.’ Brown voelt zich 'weer een verschoppeling’. Zijn tegenstander is nog steeds dezelfde elite. 'Denk je dat zo'n Nederlander wil dat wij een provincie worden als hij een dienstmeisje kan hebben voor 425 gulden per maand? Denk je dat die blanke jood wil dat het minimumloon wordt opgetrokken tot tweeduizend gulden? Door de grote vlucht naar Nederland is een enorme vergrijzing gaande. Over vier jaren werken nog maar drie mensen voor mijn pensioen. De uittocht naar Nederland houden we alleen tegen door een provincie te worden.’